Woensdag, 13 november 2013 vertrek vanuit Serangan Bay, Bali, naar Batam.


Een 1000 Nm te gaan ongeveer. Batam ligt vlak onder Singapore, daar moeten we

uitklaren. We gaan dus in een ruk door in verband met de tijdsdruk. Om 12.00 uur

vertrekken we, dit is een mooie tijd om door de pas door het rif te gaan. Vandaag

gaat het zo simpel als maar kan. Eenmaal buiten rollen we de zeilen uit, de motor

blijft ook aan staan, we hebben flink stroom tegen in de straat tussen Lombok en

Bali, maar dit is geen verrassing. We gaan op een gegeven moment met 2,3 knopen

over de grond, met deze snelheid duurt het zo'n 20 dagen voordat we aankomen.

We houden het toerental van de motor op 1600 toeren, dit is voor ons het

voordeligst in gebruik. Boven de eilanden regent het als een gek, op zee hebben we

alleen maar sluierbewolking. Lekker zo'n eerste dagje. Koud zullen we het niet

hebben, het hele traject is het zeewater boven de 30 graden. Het is tegen

vollemaan, dus we houden 's nachts een lampje erbij, als het meezit.



Om 18.00 uur varen we in het stikdonker op de Bali sea. Gewoon onderdeel van de

Indische Oceaan, maar dit is het deel ten noorden van Bali. Dichtbewolkt, dus niets

te zien. Beetje eng, want er staan hier overal Fish Attracting Devices, FAD's, wat ze

precies doen weten we niet, maar het zijn grote obstakels van dikke bamboepalen

met waarschijnlijk netten eronder. We zien de vissers er altijd in de buurt op een

bepaalde tijd. Die dingen zijn groot, hard en onverlicht, dus we zitten bij ieder

glimpje maanlicht te speuren of er geen een in de buurt is. Ook weerlicht het

continue, dus dan kunnen we ook rondkijken. Om 22.00 uur probeert Roderick te

zeilen, alles opnieuw gezet en ingesteld, aquagenerator eruit, maar na een uurtje is

de wind alweer op. Dus de motor blijft gewoon aan.


Donderdag, 14 november 2013, dag 2 van Bali naar Batam.


De hele nacht blijft het heftig weerlichten met af en toe een bliksemschicht, in het

Noorden, in het Oosten, in het ZuidWesten, niet echt lekker. Het is nu de tijd voor

onweersbuien en windstiltes, dus we kunnen er op rekenen deze trip. Bij het

ochtendgloren varen we over een spiegelgladde zee, de motor blijft dus nog steeds

aan, midden op zee passeren we Visding na Visding. Ook op grote diepte ver op zee.

Dus we moeten er echt continue rekening mee houden.



De windsnelheid is nu minder dan 1 knoop per uur, bijna nihil dus. En dan te weten

dat in Azie de typhoon Hayal rondraast. Tot twee maal toe zie ik een groep grote

vissen op afstand passeren, waarschijnlijk Zwarte Zwaardwalvissen, een kleinere

walvissoort. Het is erg warm binnen, de hele dag dan ook nog de motor aan, alle

apparatuur aan. De AIS begint kuren te vertonen, hierop kun je schepen ( die 'sook

AIS hebben) op het scherm zien met daarbij de informatie van snelheid en richting.

Een van de waardevolle hulpmiddelen, vooral 's nachts. Ook wijzelf zenden een

signaal uit. We worden door een hele rits schepen omringd, een groot aantal zonder

enige identificatie, maar een aantal met AIS. Van 1 schip geeft ons systeem een

volkomen foute positie, dat is link. In de loop van de dag gebeurt dat nog eens. De

AIS zal toch niet stuk zijn? Roderick controleert alle aansluitingen, meet alles door,

de computer zegt, dat alles werkt, misschien last van de warmte of varen hier

schepen met een andere AIS instelling. Hun koersaanduiding staat haaks op hun

echte koers. Later doet hij het gelukkig weer prima. .Om 12.00 uur zit ons eerste

etmaal er op, 98,8 Nmijl, 24 uur de motor aangehad. Onze positie: 07.31 S  115.11

E. Later lees ik in de website van La Luna, dat zij het zelfde meegemaakt hebben.

We pruttelen de hele dag door, 's middags vormt zich een joekel van een

onweersbui op, onheilspellende bliksemflitsen, pikzwart, plensregen, we besluiten

onze koers 90 graden te verleggen, we gaan dus gewoon de hoek om, blijven een

poos zo doorvaren tot we op de radar zien, dat de bui grotendeels wegtrekt en ook

oplost, dan gaan we weer terug op onze oude koers. Gelukt, met alleen wat spetjes

komen we er doorheen. Later op de dag krijgen we weer zoveel buien om ons heen,

nu hebben we meer problemen we zitten in een passage tussen 2 eilanden, er komt

ook nog een tanker op een kruisende koers, daarbij is het onweersveld zo groot,

dat je er niet om heen kunt. Dit keer kiezen we ervoor te blijven dobberen in het

windstille gebied vlak er voor. Dat hebben we lang volgehouden, truc gelukt, bui

grotendeels gemist, maar het schiet natuurlijk niet op.


  


's Avonds aangeland in de Java sea. Er lopen hier gasleidingen en er is een

laadstation voor de gasschepen, gek gezicht een brandende gasvlam op zee.


Vrijdag, 15 november 2013, dag 3 van Bali naar Batam.


Mijn wacht begint weer om 4.00 uur, het is stikdonker, de maan is al onder, overal

om ons heen vissersboten met felle verlichting, waar je ook maar kijkt. Van ieder

schip moet je er achter zien te komen, welke kant hij opvaart. Moeilijk te zien met

zo'n puist ligt erop. We willen ook niet te dicht naderen, want de lijnen en netten

hebben een waanzinnige lengte. Ineens zet er een een zoeklicht op ons, je schrikt

je rot. Verder staan er op de AIS ook een paar schepen, ik heb het er druk mee.

Gelukkig wordt het over 2 uur licht. Bij het ochtendgloren schrik ik me wezenloos, er

ligt een eiland vlakbij. Onverlicht, je kunt de heuvels duidelijk zien. Er staat niets op

de kaart, ik kijk nog eens en nog eens met de kijker, het ligt er echt. Een uur later

wordt het duidelijk, het is een sleep. De sleepboot is op grote afstand en het is een

joekelgrote sleep met grote bergen zooi erop. Phoei, Dan wordt het tijd om flink uit

te wijken, want ik kan toch moeilijk tussen de sleepboot en de sleep door.


  


Dan ga ik de zeilen verzetten, want de wind komt ineens uit een andere hoek, dat

betekent dat er een bui aankomt. En wat voor een, buiten gaat het licht weer uit,

wat een wolkenmassa's. Dit keer probeer ik helemaal langs het randje te blijven,

als ik de baan van de bui goed berekend heb, moet dat kunnen en dan gauw tussen

2 buien door weer proberen op onze koers te komen. Gelukt, ben wel trots op

mezelf. We zeilen al een poosje, weliswaar  met een gangetje van 2 kn. Een

bejaarde met een rollator kan ons nog bijhouden, maar de motor is tenminste even

uit. Nog even ter herinnering: we hebben maar voor 5 dagen diesel bij ons. De

totale stand na 2 etmalen is 192 Nm, positie 06.22 S   114.01 E. 's Middags

bouwen zich zulke enorme buien op om ons heen, dat er geen ontsnappen aan is,

we moeten er gewoon dwars doorheen. Gelukkig is het allen maar regen, als we er

net doorheen zijn, wordt het onweer.  En zo blijven we tussen de buien en de

windstilten doorlaveren.



De motor staat alweer uren aan. Doordat er zo weinig wind is, varen we wel over

een heel kalm zeetje met lage golven. De stemming aan boord is prima, we hebben

net koffie gedronken met een lekker Verkade koekje. Die kun je in Indonesia

kopen, speculaasjes, cafe noir, en laatst een soort Jodenkoeken. Lekker smikkelen,

dat hebben we wel gemist een Hollands koekje. Ik stop, want ik moet naar bed, het

is 1.00 uur 's nachts, eigenlijk zaterdagmorgen, en over 3 uur begint mijn volgende

wacht.

Groetjes vanaf de Indische Oceaan, R&Y


Zaterdag, 16 november 2013. Dag 4 onderweg van Bali naar Batam.


In de vroege ochtenduren, stikdonker, de maan is al onder en de zon nog niet op.

Het enige wat je ziet zijn tientallen felverlichte visserboten. Geen idee wat hun voor

of achterkant is, welke kant hun netten liggen en welke afstand ik moet bewaren.

Ik probeer zo ver mogelijk uit de buurt te blijven, maar op een gegeven moment

moet ik er toch tussen door. Overal unidentified lichtjes. Heb er pijn in mijn buik

van. Zig zag er tussen door, gelukt! Zoals alle andere dagen is er nog steeds geen

wind. Bij het eerste zuchtje springt Roderick uit bed en sleept de Gennaker naar

boven. Zo die staat, dit is ons grote licht weer zeil, laat de wind maar komen. Nou

hij hangt mooi in de mast, al zeg ik het zelf, vult zich zelf met een beetje wind en

met een vaartje van 0,8 kn per uur dobberen we. We zijn al lang blij, Een half uurtje

later ontwikkelt zich een bui, de wind gaat tegengesteld blazen, dus de gennaker

moet in de slurf geborgen, naar de andere boeg gezet worden en daar staat hij

weer vol verwachting klaar. Geen wind, wel regen.



We gaan ons lekker op het achterdek staan poedelen, beetje discreet, want we zijn

omringd door vissertjes. Nog steeds geen wind, wel hangt er nu een kleddernatte

grote vaatdoek aan de mast. Door het gewicht van het water hangt hij strak naar

beneden. We gaan maar eens aan de koffie. Om ons heen spingen de bonito's als

pin ballen heen en weer in en boven water. Het zijn er duizenden, als ik nu mijn

hengeltje uit zou gooien....Maar Roderick zegt het al: Deze vind je zeker weer te

dartel en te vrolijk om te vangen. Ja precies! De vissers hebben niet zulke

gewetensbezwaren. Maar toch even proberen: Spring maar in m'n pannetje!


  


We dobberen door, volgens het computerprogramma hebben we met deze snelheid

een verwachte aankomsttijd over 48 dagen, 7 uren, 5 minuten en 6 seconden.

Vooral die 6 seconden zijn lekker belangrijk...We kunnen nog langzamer, op een

gegeven moment hebben we een ETA tijd van 98 dagen. De gennaker is nu weer

droog, wij zijn doornat van het zweet, het is zo heet. Het is binnen 37 graden en

dat voelt koel aan vergeleken buiten. Het enige wat de gennaker nu nog doet, is

zich vast draaien rond de radar en als afwisseling aan de punten van de zaling gaan

hangen om te kijken of hij zo kan scheuren. Het is een fliederdun zeil. We halen de

hele handel maar weer weg.


    


We halen nog maar eens een weersvoorspelling op. Daar word je niet vrolijk van,

vanaf morgen 17.00 uur maken we kans op 5 kn. wind, dat is nog steeds bijna

niets, maar dan ook nog pal tegen. Met zo'n lichte wind kun je er niet tegen op

kruisen. We komen nu toch wel in een vervelende situatie. De volgende dagen is er

bijna geen wind en continue tegen, dat samen met de stroming maakt dat we

voorlopig moeten motoren. We hebben al meer dan de helft van onze

dieselvoorraad gebruikt, we hebben nog steeds 8 dagen te gaan. Door het gezeur

met de visa, worden al onze plannen doorkruist. Extra lang in Bali blijven was zeker

geen straf, in tegendeel, we hebben het super gehad, maar nu zitten we zo tegen

de vervaldata aan te hikken. We hadden nog een leuk plannetje als we inderdaad

op tijd aan zouden komen in Batam om dan met de ferry een dagje naar Singapore

te gaan. Balen dat dit niet door kan gaan. We gaan weer het plan doorrekenen,

maar het ziet er naar uit dat we in alle opzichten te laat gaan komen, dan kunnen

we boetes per dag gaan betalen aan dezelfde overheid, die ons hier zo lang

vastgehouden heeft. In ieder geval is het nu niet haalbaar om naar Batam te zeilen.

We zitten momenteel ten Noorden van het eiland Pulau Bawean, pos 05.31 S

112.53 E,



Na uitgebreid overleg besluiten we om gedeeltelijk terug te varen in ZuidWestelijke

richting naar het eiland Java, we gaan naar de havenstad Semarang, zodat we in

ieder geval de dieseltanks weer kunnen vullen. Waarschijnlijk gaan we vanuit die

plaats dan uitklaren uit Indonesia. Nog even bedenken.

We krijgen weer een schoonheid van een zonsondergang op een spiegelgladde zee

met overal weer jumpende Bonito's.


Zondag, 17 november 2013, Dag 5 nu van Bali naar Semarang, Java.


We motoren en motoren en motoren. Nog even volhouden aan het eind van de dag

komt er wat wind. In de nacht zijn er weer stikveel vissers, de grote schepen, die

liggen werkelijk overal op zee voor anker, met achter de boot een lang net,

waarvan het einde aangegeven is door een tak. Als je er bijna bovenop zit, kun je

hem zien, gelukkig zijn ze wel overmatig verlicht.



Overdag zijn het vooral de vissers in de spinnenbootjes, heel laag op het water,

bijna niet te zien. Er zijn felverlichte plekken op zee, heel veel, het blijken

oliebronnen te zijn. Als of overal langs de horizon de zon opkomt. Nog steeds geen

wind. En daar is tíe dan de wind! Al om 12.00 uur 's middags en wat voor een wind.

Een enorme bui regen met windstoten recht op de neus. Het water van de zee is

gek geworden. Korte steile golven, vlak achter elkaar, tussen de ene golftop en de

volgende zit nog niet eens 4 seconden. Het gaat toch te keer! Alle zeilen moeten

direct gereefd en we moeten 30 graden van koers veranderen, want dit is niet te

houden. Dikke zware golven slaan over het kajuitdak heen, het hoogste gedeelte

van ons schip.Waait het eens, is het weer niet goed. Het gaat verschrikkelijk te

keer en er komt geen einde aan, we zitten in het centrum van een dikke bui, die

bijna 10 Nm beslaat. We komen er niet onder weg. Na 5 uur hebben we het ergste

gehad. Helaas door de luchthappers is er zeewater naar binnen gekomen, ook al

stonden ze dicht, er is zoveel water over ons heen geslagen. Natuurlijk lekt dat via

een omweggetje precies in de kledingkast met mooie stadskleren, die ik al

klaargemaakt had voor naar Nederland, en in het randje van de boeken boven ons

bed, vandaar sijpelt het naar de plek waar de spullen liggen, die kwetsbaar zijn en

absoluut droog moeten blijven. Alles waarop ik van de week zo op heb lopen

zwoegen in de hitte, moet nu weer schoongespoel, gedroogd, uitgezocht, BALEN.

Tot 20.00 uur krijgen we af en toe een buitje, de wind heeft zich weer

teruggetrokken, de golven zijn vervelend, maar te doen, maar dan begint het feest

weer opnieuw. Noodweer, noodweer, noodweer. Er komt geen einde aan, het schip

gaat te keer als in een mallemolen, valt van de golftoppen af, krijgt een slinger naar

links of rechts, we moeten de motor volle kracht aanhouden, we worden met een

noodvaart naar de kust gezet. Met gereefde zeilen en de motor vol aan gaan we

1,9 knoop over de grond. Er komt geen einde aan. Het hele regenveld gaat met ons

mee. We komen niet weg,ik voel me echt ellendig. Dit is zo slopend. De hele nacht

blijft het door spoken.


Maandag, 18 november 2013, Dag 6 aankomst in Semarang, Java.


Om 6.00 uur neemt de ellende af en wordt het gewoon rotweer. Vannacht hadden

we er flink genoeg van, maar nu is het weer licht en gaan we gewoon weer door

met waar we mee bezig waren. We zijn best wel heel flexibel, gaat plan A niet door,

dan schakelen we om naar plan B, tenslotte hebben we een heel alfabet te gaan.

We varen nog steeds op de motor, de bergen van Java zijn al in zicht.


  


Wat een rotzooi drijft er weer in zee, tjeeminee, vuilnis, plastic, dikke

boomstammen, complete bomen en overal liggen visboten midden in het

vaargedeelte met tussen hun schip en een soort afgewaaide tak hun net

gespannen. We turen en turen om geen ongelukken te krijgen. Door het rotweer

van vannacht komen we niet om 10.00 uur in de haven, maar om 13.00 uur.

Semarang is een grote haven, mudvol schepen, enorme schepen met de drie rode

lichten onder elkaar om aan te geven, dat zij niet uit kunnen wijken in verband met

hun diepgang, vissersboten, de Penisi's, vrachtschepen, slepers, kleine bootjes,

ouwe reut, droogdokken, geroeste frames van schepen, houten schepen, waarvan

er een aantal gangen vervangen worden, er is een enorme activiteit.


  


De portcaptain reageert niet op onze oproep, geen idee waar naar toe te gaan. In

de haveningang staat het vol met visstokken, het lijkt het IJsselmeer wel. We

leggen aan bij een bunkerboot, daar mogen we even blijven liggen, totdat Roderick

zich bij de instanties gemeld heeft, we hebben toch ook diesel nodig. Je stikt van de

diesellucht. Bij het van onze boot afklimmen op de bunkerboot, schiet Roderick door

zijn knie en belandt hij bijna in het water. Maar bijna is niet helemaal, dus we

blijven lachen. Alleen als hij met zijn handen op het roestige dek steunt, verbrandt

hij die bijna, brandende zon op een stalen dek. Intussen begin ik met de boeken te

drogen.


  


Hij is nu al bijna 2 uur weg en het is hier HEET! Wat heeft hij in die tijd uitgespookt?

Roderick zou gaan lopen naar de Portcaptain, maar iemand biedt hem transport aan

op de scooter. Eigenlijk wel makkelijk, hij moet ook nog ergens een geldautomaat

zien te vinden, anders kunnen we de diesel niet betalen. Alles gaat hier cash.

Roderick heeft een prijs  afgesproken en stapt achterop de scooter. Die scheurt

weg, houdt er geen rekening mee, dat Roderick zoveel groter is, die moet dus

regelmatig snel bukken, als hij vlak onder de bomen doorrijdt. Hij ragt door gaten,

door achteraf straatjes, door de halve stad en stopt dan bij de Pasar, de markt.

Maar daar moet Roderick helemaal niet zijn, hij moet naar het havenkantoor. De

man spreekt alleen maar Indonesisch, Roderick schrijft het woord in zijn telefoon,

maar de man kan niet lezen. Een ander erbij geroepen, de motorrijder de pest in,

Roderick weer met angst en beven achterop en uiteindelijk is hij gekomen waar hij

moest zijn. Nu is hij weer terug aan boord met een gigantische pijn in zijn rug. Hij

maakt een afspraak om diesel te tanken, we dachten, dat is simpel, we liggen

afgemeerd aan een bunkerboot, maar zo werkt dat niet. Via een agent moet de

diesel geleverd worden en dat kan vanmiddag om 17.00 uur. In die tussentijd

kunnen we blijven liggen aan de bunkerboot. Roderick gaat weer op pad, nu om een

ATM machine te vinden. Transport Sir? Nee, dank U, Jalan Jalan. Dat betekent ik ga

wandelen en dan stopt meteen de onderhandeling. Het is een flinke tippel in de zon,

maar voor geen goud gaat hij weer met de scooter. Weer terug aan boord komt de

man van de motor, hij wil meer geld, want hij is naar de markt gereden. Ja Daaggg!

Iedere keer loopt hij weer langs met duim en wijsvinger het gebaar van geld

makend. Shit. Hij hoort bij de mensen van de boot, waar we aan vast liggen, dat

moeten we niet hebben. Roderick biedt hem een biertje aan en daarmee is alles

okay. Intussen hebben we ook een plekje toegewezen gekregen, we moeten

aanleggen aan een groot houten schip, dat is het enigst mogelijke plaatsje,

Roderick moet daar maar even langs gaan om toestemming te vragen. Makkelijk

gezegd, hoe doe je dat als bijna niemand hier Engels spreekt. Ook voor elkaar. Dan

wordt het wachten tot het bootje met de diesel langskomt. Het is al 17.00 uur en

we willen weg, we willen voor donker afmeren, het is hier al moeilijk genoeg.

Roderick gaat klagen, waar ze blijven. Hij krijgt als antwoord: vijf uur is vijf uur! Ja

maar dat is het nu. Nee, hier is het Javatijd, het is hier een uur vroeger. Dan komt

de volgende situatie: Wij zijn hier de enige buitenlanders voor zover wij zien en we

zijn een bezienswaardigheid. Indonesiers hebben absoluut geen last van valst

schaamte, dus op de boot naast ons, op 1 meter afstand, gaan 6 mannen op een rij

zitten kijken wat wij toch allemaal aan het doen zijn. We maken af en toe een

grapje en een opmerking naar ze en zo komen we het volgende uur weer door. En

klokslag 5 komt het bootje met de jerrycans met diesel. Spekvette, vuile jerrycans

worden dan aan boord gesjouwd en via een slang overgeheveld in de tanks. De

heren zijn wel uiterst beleefd en vragen overal toestemming voor. Dan kunnen we

eindelijk weg, nagestaard en uitgewuifd door 6 mannen.

Een paar honderd meter verderop bij het Pilot Station is het plekje voor ons. Een

minuscule plek, langszij een grote houten boot, waarop druk gezaagd en getimmerd

wordt, een zandplaat, waar een schip bovenop ligt, waar ze druk aan het zagen en

lassen zijn, voor ons een enorm groot houten schip, waarop ze de gangen aan het

vervangen zijn. Het is heel lastig afmeren en waar moeten we ergens aan

vastmaken? Ook hier zijn we de bezienswaardigheid van de eeuw, iedereen komt

over de reling hangen en kijken, maar ook helpen. Nu liggen we met de achterkant

strak tegen een grote drijvende bak, een lijn naar het dak van de grote "jonk" en

ingekapseld tussen allerhande groots en roestigs. Zijn we zielig? Helemaal niet!


  


 


We maken meteen goed sier om iedereen wat te drinken aan te bieden, we nodigen

ze uit aan boord, maar dat durven ze toch niet. Sommigen bieden we een biertje, de

moslims krijgen ijskoud mineraalwater, waar ze net zo blij mee zijn. Met onze 20

woorden Indonesisch knopen we met allemaal een gesprekje aan en zo hebben we

in een klap 30 vrienden erbij. Af en toe komt er een vragen naar wat voor motor

we hebben of iets anders, dan mag hij even komen kijken. Ze vinden het allemaal

machtig interessant. Als het donker is komt iedereen op de roestige ponton zitten,

dan horen we roepen, Captain, Captain, ze hebben koffie (kopi) voor ons  gemaakt,

mierzoet en met een dikke laag drab. We hebben het met plezier gedronken.

Dan wordt er een matras uit het schip gehaald, daar mag Roderick dan op zitten,

vervolgens en tweede matras voor mij. Zelf zitten ze her en der op een metalen

onderdeel. We hebben een hartstikke leuke avond.



Dinsdag, 19 oktober 2013, Semarang, Java.


We gaan de stad maar eens verkennen. Onze stevige stappers aan en daar gaan

we. We moeten eerst het hele haven gebied doorlopen, maar voor het zover is

moeten we eerst veilig aan de kant zien te komen en dat gaat als volgt: eerst

klauteren van boord op de drijvende ponton, dan klimmen we daar op de ijzeren

railing, vervolgens stappen we over een meter water heen op de railing van het

houten schip naast ons, daar laten we ons voorzichtig zakken, de vloeren zijn

weggebroken en we moeten over de balken balanceren naar de andere kant. Even

goed opletten anders vallen we 3 meter naar beneden. Dan klimmen we vervolgens

daar weer op de railing en gaan dan de truc doen op de evenwichtsbalk met

ongelijke leggers, boven het vieze haven water. Dan staan we op de kant.


  


 


Overal om ons heen wordt hard gewerkt, de houten schepen worden nog op

traditionele wijze gebreeuwd, er worden hele gangen vernieuwd, er wordt

getimmerd, gezaagd, geschuurd, gebroken en gelast. De een staat nog op een

gammeler steigertje dan de ander.


  


 


En allemaal willen ze op de foto...



We zijn wel in een heel andere wereld weer terecht gekomen en dan ook nog 100

jaar terug. Het is echt ouderwets havengebied, beetje onguur, vervallen huisjes,

overal troep en natuurlijk schepen, schepen en schepen in alle gradatie's,

vrachtschepen, Penisi's, dat zijn wat wij Piratenschepen noemen, verder wrakken,

half vastgegroeide schepen, bergen oud roest en veel verkeer. Er is geen stoep en

we moeten als een klimgeit op en af randjes, goten, gaten enzovoort. We lopen hier

als enige blanken, dus we zijn een bezienswaardigheid. Koekeloeren vinden we

vervelend, dus wij roepen iedereen direct in het Indonesisch een Goedemorgen toe,

wat dan direct beloond wordt met een brede lach en veel Indonesische antwoorden.

Wij zwaaien en wuiven naar iedereen en ook omgekeerd zwaait iedereen naar ons.

Vanaf de daken worden we aangeroepen, Sir, Sir, Hallo Sir. De vrachtwagen

chauffeurs hangen uit het raampje om ons te begroeten, een enkeling komt ons de

hand schudden of een High Five maken. Daarna lopen ze gierend van de lach door,

omdat ze zo trots zijn dat ze ons een hand durfden te geven. Je herkent hier

duidelijk de Nederlandse invloed, bekende woorden, bouwstijl, daken en ook de

Chinese cultuur is hier duidelijk aanwezig. Ook hier is de laatste tijd veel water

gevallen, grote stukken land staan onder water.


 


We wandelen even bij het politieburo naar binnen om de weg naar Immigratie te

vragen, de officieren staan ons zoals steeds zeer voorkomend te woord, ze zien er

flitsend uit in hun keurige maatuniformen met badges en hun namen geborduurd op

hun borst, altijd netjes verzorgd, hun haren keurig gekapt.


 


Deze dames wilde ik graag op de foto, dus ik begin met een praatje, wat ze in hun

manden hebben, dan vraag ik of ik een foto mag maken, ze kijken eerst een beetje

stuurs, maar dan vertel ik ze dat ze als een fotomodel moeten poseren, omdat ze

beroemd worden in Nederland en dan wordt het dikke pret.

Eindelijk zijn we bij het einde van de haven aangekomen of eigenlijk is dit het begin.

We zijn al twee uur onderweg.


 

Waar moeten we nu heen? Lang leve Roderick zijn Smartphone met GPS functie.

Daar hebben we zoveel profijt van. We weten nu in ieder geval welke kant we op

moeten. Verderop staat een Riksja te wachten. We worden het eens over de prijs

en gaan op weg naar het centrum, dat blijkt nog een heel eind weg te zijn. We

weten nog niet wat ons te wachten staat. Nu zijn we helemaal de

bezienswaardigheid van de eeuw. Chauffeurs zitten achterstevoren achter het

stuur, het moet ook een mooi gezicht zijn, die grote Roderick helemaal opgevouwen

en ik ernaast op een bil, we zijn veel te groot voor dit bakje. De Riksjarijder vindt

het prachtig, dat hij zulke belangrijke figuren mag vervoeren. Hij is supertrots. We

moeten een kleine heuvel op, daar duwt hij ons lopend omhoog, dat voelt echt

decadent.


  


Maar dan komt het engste, wat we in tijden meegemaakt hebben. De Riksja gaat in

volle vaart naar beneden een straat in, die 30 cm onder water staat over de gehele

lengte. Je kunt dus niet zien, wat er onder het oppervlak zit, wij weten zo

langzamerhand wel in wat voor staat het wegdek hier is. Ik ben echt doods

benauwd, als we met deze vaart een kuil in rijden of een obstakel raken, worden

we letterlijk gelanceerd uit ons bakje of we gaan over de kop in de modder.

De Riksjarijder weet ongeveer waar die problemen zich voordoen en crosst van

links naar rechts door het water, nog steeds in volle vaart, hij rijdt recht op de

tegenliggers af, want hij rijdt soms aan de verkeerde kant van de weg, gaat geen

millimeter op zij als een tankauto er langs wil, passeert een andere Riksja zo dicht

achter, dat er geen strootje meer past tussen het achterwiel van de een en de

voorband van de ander. En wij zijn de stootbumper.


  


 


Het is je reinste Rollercoasterrit.



Dan belanden we eindelijk op het droge in de stad, we passeren wat Hollandse

pakhuizen en vervallen koloniale huizen. Toch leuk dat het zo herkenbaar is.


  


Maar we zijn er nog lang niet, ook in de stad fietst hij trots met ons rond, trekt nog

eens een sprintje, manoeuvreert zijn karretje tussen twee rijen rijdende auto's,

rijdt full speed op de groep wachtenden voor het stoplicht in, zwenkt even weg en

weer goed afgelopen. Wij vinden het wel goed zo, maar nee, hij zal naar de markt

brengen. En hij fietst, en hij fietst en hij fietst.


  


Eindelijk mogen wij er uit, als we eindelijk weer veilig op eigen voeten staan of

liever gezegd slapende benen, want onze bloedsomloop is helemaal afgekneld,

vinden we het toch wel weer hartstikke leuk. Roderick geeft de Riksjarijder nog een

leuke toegift op de prijs, die is nu helemaal in de wolken. Willen we nog naar de

supermarkt? Hij wil wel op ons wachten hoor, al duurt het 2 uur, geen probleem.

Maar ik denk dat het een taxi gaat worden.


  


We gaan kruip door sluip door over de markt, alles is laag en overvol. We slagen

nog voor een mooie rugzak, de onze is helemaal versleten. Dan gaan we eerst een

hapje eten en wat drinken, we zijn uitgedroogd. Ook hier is het weer spotgoedkoop,

we zijn in een duur winkelcentrum met echte dure design en merken winkels. We

eten beide Beef Terryaki met rijst en groenten, allebei een cola en ook nog een

flesje water, we moeten 53.000 Rupiah afrekenen, 3,50 euro. We hebben de

rekening nog laten controleren, maar die was correct. Zij blij, wij blij.

Java is overwegend Mohammedaans, daardoor is hier weer een heel ander

kledingaanbod. Bloeses met lange mouwen, maar ook veel geborduurde kleding en

mooi opgesmukte spullen. Zou ik best wat van willen hebben, zeker voor deze

prijzen. Maar helaas dit is niet op mijn figuur ontworpen. In een luxe stoffenzaak

koop ik dan maar 9 meter mooie Javaanse Batikstof a raison van 50.000 Rupiah de

meter, euro 3,30, daar ga ik zelf wel eens mee aan de slag.



Dan nog de supermarkt leegkopen, we gaan weer voor langere tijd op weg en dan

met de taxi terug. Als we de taxichauffeur onderweg uitleggen dat wij met een

Kapal Layar uit Belanda gekomen zijn helemaal naar Indonesia met maar 2 Orangs

aan boord, vindt hij dat zo geweldig, dat hij zich al rijdend op een drukke weg, naar

ons toedraait om ons de hand te schudden. Meestal houden we een praatje met

deze mensen, we stijgen zo in hun achting en worden daardoor keurig volgens

afspraak daar gebracht, waarheen we willen. Geen problemen, geen afzetterij.

Laatst in Serangan hadden we een chauffeur die zich van plezier op zijn dijen begon

te kletsen (al rijdend) hij vond het machtig interessant, vroeg van alles, want dat

moest hij thuis vertellen. Iedere keer liet hij weer zijn stuur los, gierend van de

lach. Dus we nemen er wel wat risico's mee.

Bepakt en bezakt komen we terug bij ons plekkie, dan nog veilig aan boord komen,

gelukkig helpen onze Indonesische vrienden ons een handje. Zodra we aan boord

zijn, meldt er een zich met een bezem, of hij toestemming krijgt om aan boord te

komen. Zij hebben de hele dag aan het schip naast ons gewerkt en er ligt allemaal

zaagsel bij ons aan boord, dat wil hij weg vegen. Even later wordt er nog een grote

stofzuiger aangesleept en onder goedkeurend oog van zijn kameraden worden onze

boorden en de cockpit gezogen. Mooi toch!


  


Ook kleine vriendjes komen even kennis maken.


  


Woensdag, 20 november 2013, Semarang.


Morgen willen we weer vertrekken, dus Roderick gaat op pad langs de Officials om

uit te klaren uit Indonesia, ook moeten we nog toestemming krijgen voor wat extra

diesel in jerrycans. Na een uurtje komt hij weer terug, nee uitklaren kan pas, als hij

de diesel gehaald heeft en dat mag hij niet zelf doen, dat moet een local halen.

Goed er wordt een taxi gebeld en met de chauffeur afgesproken, dat hij de diesel

gaat kopen. Bij de eerste pomp kregen ze niets, bij de tweede alleen maar 5 liter

per keer. Dus 5 liter tanken, afrekenen, jerrycan achter in de auto, volgende

jerrycan weer 5 liter, afrekenen, naar de auto, halfvolle jerrycan mee, weer 5 liter,

dan door naar het volgende tankstation. Goed we hebben weer 50 liter in reserve.

Dan diezelfde jerrycans weer over de hindernisbaan aan boord brengen, geen

probleem, iedere vriend neemt een jerrycan en een minuut later staat alles aan

boord. De taxi kan gaan, Roderick gaat weer aan de wandel nu naar de Coastguard.

Zo ik heb de diesel, ga nu de papieren maar in orde maken voor de uitklaring. Ja

maar dat kan niet. Hier staat dat U naar Batam zou varen en niet naar Semarang.

Ja maar meneer.....enfin weer het hele verhaal. Nee dat kan niet, U moet naar

Batam om uit te klaren, maar ze waren wel zo vriendelijk een verklaring af te

geven dat we hier een Emergency Stop gemaakt hebben. Dus nu vertrekken we

alsnog naar Batam. Maakt niet uit, ligt in de richting. We zien wel wat ze daar weer

voor verrassing voor ons in petto hebben.

We hebben de dag afgesloten met een drankje voor alle Indonesische vrienden. Ik

had een grote afwasteil vol kroepoek gebakken en een andere grote bak vol

popcorn, maar ze zijn allemaal zo bescheiden, dat ze een popcorntje per keer

nemen en als we het weer opnieuw aanbieden weer eentje. Voor onderweg hebben

we tijdens de nachtwacht nog wat te knabbelen in huis. Bij deze groep zat er geen

een die behoorlijk Engels sprak, dat maakt de conversatie wat lastiger, maar zowel

zij als wij hebben ons van onze beste kant laten zien.


  


Donderdag, 21 november 2013, vertrek Semarang naar Batam, dag 1.


Om 6.00 uur kunnen we het niet meer houden, we gaan weg, het is laag water en

we moeten vertrekken uit ons minuscule plekje, strak langs de andere boten de

bocht maken, want 3 meter verderop begint de verhoging van het droogdok.


  


Via een spring houden we het schip in een hele korte bocht, tjee, dat hebben we

weer eens keurig gedaan. Wij zijn onderweg (dachten we). Als we in de voorhaven

aankomen, slaat ineens de motor uit. Hee hoe kan dat nou? Het is een brave motor,

die eigenlijk nooit problemen geeft. Opnieuw starten, hij doet het weer. Pff

gelukkig. Gashendel vooruit, motor uit. Shit. Nog eens, nog eens.... Toch wel wat

paniek, want we drijven hier stuurloos en het is een loeidrukke haven. Zou de

stuurkabel gebroken zijn? Nee ook niet. Dan zien we het er is een armdikke

mooringlijn van een groot schip, zeker 10 meter lang in onze schroef gekomen en

die zit muurvast. Ja, we hebben een vlijmscherp mes op de schroef, maar hier is

niets tegen bestand.



Er zit niets anders op, Roderick moet het water in. Het water is smerig en

ondoorzichtig, daarbij drijven we midden in de haven en er komt een vrachtschip

vanuit zee. Ik probeer de Portcaptain op te roepen, maar die geeft geen reactie op

alle oproepen. Daar gaat ie, flippers aan, snorkel op, duikmes mee. Op de tast de

kabel zien te ontwarren, die zit om de schroef en om het roer. Ik kijk toe en krijg

het flink benauwd, het vrachtschip komt onze richting op, maar gelukkig daar

hebben ze een goede uitkijk, die gaat dus om ons heen. Roderick heeft toch wel wat

tijd nodig, iedere keer weer onder het schip duiken en weer een stukje los. Hij moet

zelf goed oppassen voor het genoemde mes op de schroef. Hij kan bijna niets zien.

Intussen drijven we naar de kant in de richting van een aantal roestige staketsels.

Rustig blijven! En ja hoor we zijn los, kom gauw aan boord. Motor starten, Yes!!!,

we varen weer. Eind goed al goed, eerst maken dat we hier wegkomen.


 


Buiten op zee, laverend tussen de visnetten en zeker 200 visboten en bootjes,

krijgen we een pietsie wind. Snel de gennaker gezet en van 8.00 uur tot 15.00 uur

proberen we te zeilen met een slakkegangetje van 2,5/3 knopen. Dan valt de

wind helemaal weg en liggen we gewoon stom te dobberen. We gaan de gennaker

weer weg bergen, altijd nog een heel gedoe, we zijn er wel handig in, maar het is

gewoon heel veel werk. Dan besluit Roderick toch nog even onder het schip te

duiken om te kijken of werkelijk alles van de schroef af is, voordat we verder gaan

op de motor. Het water is hier schoon en redelijk helder. Nou dat was niet voor

niets, er zit nog een hele kluit meuk om de as gewikkeld, lappen plastic, touw,

verpakking, een grote samengetrokken kluit. Dus daar gaat hij weer, diep adem

halen, onder het schip duiken, stuk lossnijden en weer proestend naar boven. Het

zit hartstikke in elkaar gedraaid, hij is er zeker een uur mee bezig geweest.

Intussen houd ik de wacht, oppassen, dat het schip niet ineens door de wind

meegenomen wordt, kijken of er geen haaien in zicht zijn, we zitten tenslotte

midden op de oceaan en Roderick spartelt met zijn flippers en proest, dat lokt aan,

opletten voor kwallen, de kubuskwallen zijn heel gevaarlijk en hebben lange

neteldraden en niet te vergeten de giftige zeeslangen.

Om 17.00 uur is de klus geklaard, een half uurtje later  tuffen we op de motor door

de nacht. Zo dat was een heftig begin.


Vrijdag, 22 november 2013, dag 2 van Semarang naar Batam.


Om 3.00 uur start mijn 2e nachtwacht. Het is pikdonker, de maan zit verstopt

achter de wolken. 10 Nm achter ons begint een hevig onweer, we zien de

bliksemschichten zo de zee in gaan. Wij komen goed weg. Om half 5 wordt het weer

licht en een half uur later laat de zon zich weer zien, de zee is spiegelglad, geen

zuchtje wind. Er komt af en toe een dolfijn kijken, die kun je nu van verre zien

aankomen, aangezien er helemaal geen golven zijn.


  


's Ochtendsvroeg ben ik altijd in goede vorm, dus Roderick kan lekker nog wat

blijven liggen, we proberen onze eigen energie goed op peil te houden. We hebben

vaak genoeg ineens alles nodig, wat we maar op kunnen brengen. Aandachtig kijk

ik naar iedere afwijking in het water, er zijn tijdens laagtij zoveel visbootjes op het

water en overal, werkelijk overal liggen zomaar netten, met een stuk piepschuim

eraan als teken of een stuk tak, maar de hele zee drijft hier vol troep, dus ben ik

altijd om mijn qui vive. Ineens zie ik aan bakboord een zwarte rookwolk op het

water, Hee, wat is dat, een visboot in volle vaart? Ik heb zonet helemaal geen schip

gezien. Ja, het ziet er toch naar uit, roetzwarte rook onze richting op. Het is een

beetje heiig zo in de ochtend, ik kan het schip niet goed zien. Verrekijker erbij.

Dan zie ik wat er echt aan de hand is. Vlak naast ons, op ongeveer 4 Nm afstand

ontstaat een waterhoos. De rook is water dat omhoog getrokken wordt, nu komt

ook de zwarte slurf uit de wolken. Roderick Wakker Worden!!! Zeilen naar binnen

draaien en wegwezen hier.



En dan te bedenken dat er bij ons geen zuchtje wind staat. Ook hier zijn we weer

goed mee weggekomen. We hebben wel het gevoel dat we intens leven, maar iets

minder mag ook wel even.  Om 12.00 uur  LT is onze positie 05.04 S  109.50 E.

Totaal sinds vertrek Semarang 121 Nm. De rest van de dag tuffen we door en het

is heet, heet, heet.


Zaterdag, 23 november 2013, dag 3 van Semarang naar Batam, dag 11 vanaf Bali.


"Let the Sun Shine in" nou dat doet ze, iedere keer weer een fascinerend moment

als de zon uit zee op komt. Na de donkere nacht voelt het echt als de

wedergeboorte van de wereld. Nieuwe Ronde, Nieuwe Kansen.



Er gebeurt de hele dag niets, geen wind, geen weersverandering gewoon niets. De

dieselsituatie dreigt zorgelijk te worden. 's Nachts bevinden we ons tussen een

ongelooflijk druk veld met vissers, zoveel op een kluitje heb je nog nooit gezien en

op alle boten hele ritsen stadionlampen. Geen idee welke kant ze opvaren, je wordt

compleet verblind.

We kunnen niet continue op de motor door blijven gaan, dus iedere keer proberen

we weer een stukje te zeilen, maar de wind is tussen 0,5 kn en 3 kn, dus met

gennaker op dobberen we alleen met de stroom mee. Dat gaat ook niet lukken, in 2

uur zijn we 1,5 Nm opgeschoten. Er moet nu toch wel snel een beetje wind komen,

we varen nu al weer zolang op de motor. Ook dit traject kunnen we niet halen op

diesel alleen. Om 12.00 LT is onze positie 03.19 S 109.23 E.



Zondag, 24 november 2013, dag 12 onderweg van Bali naar Batam.


Inmiddels zijn we op de South China Sea, de Zuid Chinese Zee aangeland.


Joepie er is een zuchtje wind, gauw de gennaker opzetten, zodra die staat is de

wind op, maar we houden nog even vol, in 2 uur 1,5 Nm afgelegd, dus toch maar de

motor weer aan. Tot zeker 20 keer toe hebben we de zeilen gezet, veranderd,

weggehaald, het zeilen wil maar niet lukken..Tegen 12.00 uur weer wat wind, yes

we gaan, langzaam maar gestaag, we zijn helemaal blij. Er komt iets meer wind,

4,5 kn. wij nog blijer. Ineens roept R. pak je fototoestel, in no time ontstaat er een

grote waterhoos, vlakbij, zeilen weg en zo snel mogelijk er van door, de hoek om.

De windhoos passeert ons op 50 Meter!!!!  en sterft vlak daarna uit, de regenwolk

er na neemt zijn kans waar en geeft ons de volle lading. Op de foto zie je hoe het

water omhoog gezogen wordt.


  


We zitten zeiknat in de kuip, maar drogen net zo snel weer op, Maar ondanks dit

geweld hebben we nog steeds geen wind. Hoe kan dat nou? Het is weer bladstil,

ongelooflijk. In de middag kunnen we echt zeilen, we sukkelen met 2-3 knoopjes

voort, maar ook nog de goede kant op Happy! eind van de dag wordt de wind wel

heel zwak ongeveer 3 km per uur, daar kun je geen boot mee voortslepen. De

stroming grijpt zijn kans en verzet ons steeds verder , tijd voor de motor. We varen

door het pikdonker,op 6 Nm parallel aan de drukke shippinglane naar Singapore.


Maandag, 25 november 2013, dag 13, onderweg van Bali naar Batam.


Dan om 0.00 uur 's nachts gaan we nog eens op herhaling, we krijgen iets in de

schroef en de hele aandrijving blokkeert. Shit, shit, shit.We blijven dobberen, zoveel

mogelijk van de shippinglane vandaan, maar dat gaat al direct mis. De wind houdt

het voor gezien en we zijn stuurloos. Momenteel gaan er 20 schepen van links naar

rechts voor ons langs, iedereen blijft keurig op zijn route, ineens zien we een hele

toren aan lichten recht op ons afkomen. Het duurt even voordat we uitgevogeld

hebben wat er precies aan de hand is, maar er komt en sleepboot met een lange

sleep recht op ons af. Er komt een zuchtje wind en met de zeilen bak, kunnen we

net wegdraaien. Dit is echt stressvol. Maar nu, door de stroming drifen we 1,5 Nm

richting schepen , we komen veel te dichtbij, en Ja hoor, daar konden we op

wachten, juist nu gaan er een paar oceaanreuzen naast hun baan varen. Ze komen

nu al binnen onze veiligheidsmarge van 2 Nm. Alle alarmsystemen gaan af. Nu slaat

wat mij aangaat toch de paniek wel toe. Als we niet oppassen worden we zo

overvaren. Roderick start de motor, jammer dan als het bij de schroef misgaat,

maar we moeten iets, en op heel lage toeren kruipen we uit de gevarenzone. Niet

leuk!!! Echt niet!!! We laten de motor heel zachtjes aan, anders zijn we zo weer

terug bij af. Roderick gaat wat slapen en ik loods hem door de nacht met aan alle

kanten onweer.. Regen, Regen, Regen, Wind? Bijna niet!!

Ver weg van alle schepen, dobberen we op zeil een stukje verder. Straks wil

Roderick onder het schip gaan kijken wat er nu weer aan de hand is, maar nu

regent het en de zee is erg onrustig. Er komt een schip ons tegemoet. Hij wil

duidelijk over ons heen. Let hier dan helemaal niemand meer op. Wij kunnen maar

heel langzaam uitwijken en zij doen er nog een schepje bovenop.

R roept hem op over de VHF, zegt dat hij recht voor hun boeg zit en of zij zo

vriendelijk willen zijn om uit te wijken. Dat doen ze dan.

Toch maar direct bij daglicht onder het schip om te kijken. Ik leg het schip bijna stil,

midden in zee, en daar gaat Roderick weer met zijn snorkel en flippers. Dit keer zit

er een hele bos visnet en allerlei draden om gewikkeld.



Roderick vertelt dat hij onder water op zo'n 2 meter onder de waterspiegel overal

bossen troep en touw ziet drijven, dus het zal de laatste keer wel niet zijn.

En nu zijn we weer onderweg, nog 284 Nm te gaan. We mogen er wat ons betreft

nu wel zijn. Onze positie op de Zuid Chnese Zee is om 9.00 vanochtend LT is

01.33.907 S  107.43.347 E. Kijken wat we nu weer tegenkomen.


Dinsdag, 26 november 2013, dag 14 onderweg van Bali naar Batam.


We hebben een pietsje wind, dus de gennaker weer opgezet, we varen met een

"vaart"van 1,4 knopen een stukje verder, wie niet waagt, die niet wint (geen

wind). We sukkelen de dag door. Voor de nacht vult Roderick de dieseltanks nog bij

uit de jerrycans, dan kunnen we vannacht door op de motor. Dat hadden we

gedacht! Als het net pikdonker is om 18.45 uur, stopt de motor. Wat nu weer? De

filters zijn helemaal verstopt, dus gaat Roderick de (hete) motor slopen en ik houd

wacht. Het zijn niet alleen de filters, ook de leidingen zitten helemaal dicht. Als

Roderick wat diesel aftapt, lijkt het wel koffiedrab, zo vol troep zit de diesel. Daar

liggen we dan in het donker, geen schepen in de buurt op de AIS.  (En dan hier lieve

familie een stukje, dat we even voor ons gehouden hebben, totdat we aangekomen

waren in Malaysia) Ik ga even bij Roderick kijken, ineens een ROTKLAP, we zijn

aangevaren, er zit een vissersschip tegen ons aan!!! Hoop Kabaal, deze schepen

hebben geen kiel en hij schommelt zo van boord naar boord, dat hij ons nog even

extra kraakt. Zeerailing kapot, hekwerk verbogen en verder? Dat kunnen we niet

zien. Schepen hier voeren geen naam, geen nummer, hadden we trouwens toch niet

kunnen zien, hoop kabaal in het Indonesisch, zij gaan er weer vandoor. Niets aan de

hand toch!? Wij allang blij, we liggen hier midden in de nacht ergens op de South

China Sea, ver weg van alles, als je dan door een schip geraakt wordt, schiet het

woord "Piraten" wel door je heen. Dus als je het zo weer bekijkt hebben we toch

weer geluk gehad. We hebben wel schade, maar zo te zien niet essentieel, we

kunnen door. Alleen stonden er nog dieseljerrycans in de cockpit, daar was Roderick

nog mee bezig, en eentje is er gekraakt, de hele teakhouten cockpitvloer ligt vol

met diesel, alle lijnen, de veiligheidslijnen. Hier kunnen we echt wel om janken, we

zijn al zo moe, alles stinkt, nu moeten we als de sodemieterij zorgen dat die diesel

van de vloer afkomt, dus staan we in het pikdonker water te putsen en te

schrobben. Dan mag Roderick alsnog verder met de motor, de leidingen moeten

allemaal los en doorgeblazen worden, binnen meurt nu ook alles naar diesel. Dit is

zo'n moment, dat je je afvraagt, waar je nu in hemelsnaam mee bezig bent. Wat

zijn we moe!!! Om 21.00 uur varen we weer, we zijn gesloopt. Om beurten pakken

we een kort uurtje slaap, de ander is te vermoeid om lang alleen wacht te houden.

 

Woensdag, 27 november 2013, dag 15 onderweg van Bali naar Batam.


De motor doet het prima, gelukkig. Inmiddels zijn we ongemerkt al weer over de

evenaar gevaren, we zijn nu weer op het Noordelijk Halfrond.

We hebben nog een passagier erbij gekregen, een reuze Dragonfly, libelle.


  


Om 6.00 uur vind ik bij het opstaan de mededeling in het logboek: de koffie is

klaar! We gaan gewoon weer verder. We nemen contact op met de verzekering met

de opmerking, dat we niet kunnen zien wat de werkelijke schade is. Het kan

meevallen, maar ook tegenvallen.


  


 


Roderick is inmiddels afgepeigerd en slaapt de slaap der rechtvaardigen.

We varen wederom op de motor, blijven haken in een net, gaan in volle vaart in een

keer 90 graden de andere kant uit (middelpunt vliedende kracht), maar we komen

er goed mee weg. Volgende... Het is onvoorstelbaar, zowel de Javazee als de Zuid

Chinese zee liggen gewoon bezaaid met visnetten, en niet van die kleintjes, nee

zeker 50-100 meter lang in een V-vorm neergelegd. Dus mis je de ene, krijg je

altijd nog een herkansing om in de volgende te blijven hangen. We dachten dat we

nu alle pech wel gehad hadden, maar nee, er kan nog meer bij. Ineens krijgen we

een data alarm, onze plotter, de navigatie computer, is uitgevallen, alle data zijn

verdwenen. Paniek, want het moeilijkste stuk ligt nog voor ons, tussen de eilanden

door naar Singapore Strait. Roderick is zo langzamerhand ook aan het eind van zijn

latijn. Open slopen dus, meters erbij, hij krijgt hem niet aan de praat, nog eens, nog

eens, Ja hij doet het...Niet dus! Nog eens, nog eens, Ja hij doet het echt weer! Goed

Gedaan Jochie! Nog een gezellig passagiertje, die tegen ons gaat zitten kwebbelen,

op zee is verder niets, maar dan ook niets te zien.


  


We gaan de volgende nacht weer in, onze positie is inmiddels 00.56.888 N

105.01.503 E. Nog 63.14 Nm te gaan. Het wordt een heerlijk nachtje om te

beginnen, prachtige sterrenhemel, heerlijk temperatuur. Motor+zeilen. Ik zeil heel

tevreden door de nacht, Roderick ligt te slapen, er is druk verkeer, dus je blijft

vanzelf goed wakker. Er zit een schip al een tijd op onze koers, de Bintang Sebatik,

hij is nog redelijk ver weg, dus ik wijk 10 graden uit, om problemen te voorkomen.

Geen zin in nu. Ik wijk nog eens 10 graden uit, maar die eikel ook, ziet hij ons nu

niet? De AIS werkt, dus hij moet zien, dat wij op zijn koerslijn zitten. Ik roep hem

op over de VHF, tot wel 10 keer toe, niemand antwoord, hoewel niemand? Ineens

begint er iemand tegen me te hijgen. Ja dat gaat lekker, dat kan dus iedereen in de

buurt zijn, maar ik zit nog steeds met een schip op ramkoers, dat toch al dichtbij is.

Ik wijk heel fors uit, maar daar is ie weer. Roderick kom direct, dit gaat niet goed!

Het schip zet ons in zijn zoeklicht, maar gaat niet opzij, wij lichten de zeilen extra

aan met de schijnwerper, geen effect. Roderick roept hem met diepe basstem op

via VHF en zowaar iemand antwoord. Roderick is zo boos, dat hij dreigt hem via

kanaal 16, (dat kan iedereen horen,) aan te geven. Ja maar ik zie U niet.... Gelul

natuurlijk. En ieder schip is verplicht de VHF uit te luisteren, Ineens kan hij wel

inhouden, hoezo varen voor je plezier.


Donderdag, 28 november 2013, dag 16 onderweg van Bali naar Batam.


Het is middernacht, we zitten in het South Channel, de aanloop naar Singapore

Strait, nog iets meer dan 26 Nm te gaan, dus een uurtje of 5. We hebben stroom

mee, het schiet lekker op, er zijn heel veel schepen, maar niet bij ons in de buurt,

kortom we gaan echt lekker. Zeilen + motor, windje iets achterlijker dan dwars, de

stroom draait wat tegen, maar we gaan met 8,7 kn door het water. Heerlijk! Nog

even, nu moeten we oppassen, dat we niet te hard gaan, we willen niet in het

pikdonker een haven binnenlopen. Nou daar hoefden we niet bang voor te zijn.

Twee uur voor de haven komen we in een onweersveld terecht, niet te geloven.

Stortregens, stormwind, woeste golven en waar zijn al die schepen om ons heen

gebleven? Er is geen een lichtje meer te zien. Het wordt een laatste worstelpartij,

we hebben onze handen meer dan vol, lopen de haven voorbij, want het is niet

veilig om nu naar de kust te varen. Nu hebben we er echt wel genoeg van, alles is

zeiknat, we turen en turen en proberen van de scheepvaartroute weg te blijven.

Om 6.00 uur komt er een gleufje in het onweersveld en wagen we het erop om het

havenkanaal aan te varen.  Op de AIS zien we ook aan alle kanten supersnelle

ferries vertrekken, het gaat nu alleen nog maar drukker worden om ons heen.

Om 6.20 uur liggen we afgemeerd aan de steiger van Nongsa Point Marina, Batam.

Pos. 01.11.820 N 104.05.817 E.

We zitten nog vol adrenaline, dus we beginnen met een stukje lopen langs het

strand. Het is een schitterende marina, luxe, heel, schoon, aangeharkt strand. Daar

zou ik best wel even willen blijven, maar eerst straks langs de autoriteiten, die

slapen nu nog.


  


 


Nou de autoriteiten maakten het heel simpel, een boete omdat onze visa verlopen

waren en morgen verloopt onze CAIT, dus wegwezen en wel per direct. Nou prima,

als ze ons niet willen hebben, gaan we gewoon weer. We huren iemand van de

haven in om de clearence papieren te gaan regelen, we drinken een kop koffie,

Roderick scoort nog een brood en ik zoek nog wat schelpjes, dan douchen we,

tanken de boot vol en gaan weer op weg, nu naar Malaysia. Oh ja, we moesten nog

wel een hele dag liggeld betalen, tenslotte hebben we van 6 tot 10 aan de steiger

gelegen....

We gaan op verder in het hoofdstuk Malaysia.