Donderdag, 12 september 2013, ankerplaats no 12, Flores.

 

Eenmaal onder zeil, wind weg. Niet een beetje, nee helemaal. Dan komt er weer

een zuchtje, maar natuurlijk vanaf de andere kant, dus genua weer inrollen om

overstag te gaan. Het zeil staat nog niet aan die kant of de wind wisselt weer van

richting, je krijgt er een punthoofd van. Vanaf een uur of 11 wordt de wind dan een

beetje stabiel, in ieder geval wat richting betreft. Dan gaat het een hele poos

lekker. Met wat hindernissen van wind tegen, wind mee, van opzij, helemaal weg en

hard weer terug komen we om 16.30 uur aan bij anchorage 12, Tang Jung Gedong.

Het water blijft heel lang diep, de oceaan is hier zo'n 2000 m diep, dat kan onze

dieptemeter niet meten, we varen tot heel dicht onder de kust, maar het is nog

steeds veel te diep, maar zo langzamerhand zou de dieptemeter dit weer moeten

oppakken. Zodra het tegen 150 m diepte zit, kunnen we dat weer aflezen. Nou

waarschijnlijk heeft de dieptemeter het ook erg warm, dus we kunnen het wel

vergeten. Shit, shit, shit, als hij echt stuk is, waar halen we hier dan een nieuwe

dieptemeter vandaan, dit instrument hebben we in deze streken heel hard nodig.

De kaarten en informatie zijn erg onbetrouwbaar, zelfs onze dure net nieuw

aangeschafte electronische kaart. Kortom, we zullen het zelf moeten klaren en dat

is best heel vermoeiend en stressvol, maar ook erg leuk (als het lukt natuurlijk).

We varen tot vlak onder de kust en laten daar het anker vallen, gelukkig is het

helder water en kunnen we zien wat we doen. Ook nog genoeg ruimte om rond het

anker te draaien. We worden door de mensen vriendelijk toegezwaaid. Direct

komen er ook 2 jongetjes in een boomstamkano aangepeddeld, bij de passerende

jachten is altijd wel wat te halen. Ook wij hebben bergen pennen, potloden, lollies

en zo aan boord.


 


Daarna maken we de heleboel weer hermetisch muggendicht en na zonsondergang

gaan we naar binnen. Op de ankerplaatsen is het 10 minuten na zonsondergang

stikdonker, dus voor de lol hoef je niet buiten te zitten. Meestal eten we nog een

hapje en om 20.00uur liggen we dan al in bed. We zijn iedere dag bekaf en vaak

moeten we er s nachts ook nog eens uit om te checken of we nog goed liggen.


 


Vrijdag de 13e september, begint goed. Ik begin met een brooddeeg in elkaar te

knutselen. Veel brood heb ik de laatste tijd niet gebakken, het is binnen al zo heet,

als daar ook de ovenwarmte dan nog bij komt. Het worden 4 heerlijk gelukte

tarwebroodjes.


 


We vertrekken meteen weer vroeg op weg naar Pulau Besar, anchorage 14.

Verrassing de dieptemeter werkt weer. Gelukkig, hopen dat dit zo blijft.

We hebben een probleemloos dagje zeilen, natuurlijk doet de wind raar, maar ook

dat went. We halen iedere keer de weersvoorspellingen op, maar tot nu toe klopt er

geen snars van. Om 15.00 uur varen we de baai binnen waar onze ankerplaats is,

mooi op tijd om met zon in de rug, voorop het schip de riffen te kunnen zien onder

water. We moeten toch een aardige Z varen willen we er veilig doorheen komen.

Het is een leuke baai, een klein dorpje op het strand, de kinderen staan alweer

luidkeels te roepen: Hallo Mister, Hallo Mister, zowel Roderick als ik wordt op deze

manier aangesproken. Ze staan met 2 handen boven hun hoofd te zwaaien. Ook de

vissers zwaaien en roepen ons luid toe, dat kunnen wij natuurlijk ook. Dus Roderick

staat continue Same Same te brullen. Het geeft wel een leuk sfeertje. We maken

het schip meteen muskietenklaar, nemen dan een lekker biertje en houden het

verder voor gezien. Lekker even relaxen.


 


Zaterdag, 14 september 2013, Pulau Besar, anchorage 14, Flores.


Na het ontbijt peddelen we naar de kant om onze opwachting in het dorp te maken.

Natuurlijk hebben we ook een rugzak vol kadootjes mee. Het is altijd moeilijk wat

mee te nemen, als je namelijk 1 kind wat geeft, heb je zo 30 andere kinderen en

ouders om je heen staan. Dus een flinke voorraad ingepakt. We spreken met een

man, die een klein beetje Engels spreekt en vragen hem naar de Chief van het dorp,

na lang heen en weer gepraat zegt hij dat hij er niet is, niet aanwezig of geen chief,

daar kunnen we niet achter komen, maar ik vraag toestemming om door het dorp

te wandelen en dat is okay. Het is een moslimgemeenschap, bijna alle dames

dragen een hoofddoek, we zagen ze ook al geheel gekleed baden in zee.


 


De meeste huisjes staan op palen, midden in het dorp liggen kleden op de grond,

waar miljoenen kleine visjes op gedroogd worden. Ze blijven maar bakken

aanslepen.


 


De meeste dames zijn heel schuchter en reageren heel verlegen op onze

begroeting, maar dan komt er een " belangrijke dame" aangelopen, we maken

even een praatje met haar, binnen 30 seconden heeft ze me al duidelijk gemaakt

dat zij mijn Birkenstock slippers wel wil krijgen, mijn overhemd bloes wil ze ook wel

en als dat niet kan mijn bril. Je hoeft elkaars taal helemaal niet te spreken om

elkaar te begrijpen. Ja, dag!!! We wandelen gewoon even door. Het dorp is niet

groter dan een 20-tal huisjes. Verderop zitten een paar dames rijst te zeven er

lopen ook wat kindertjes bij, dus ik vraag of ik hen wat mag geven. Binnen no time

komen er van overal kinderen aangerend, okay, alle moeders een pen, de kinderen

zo'n leuk potlood, iedereen een lollie en voor de kleinsten heb ik ook nog een pak

koekjes. Maar het gaat zo hard, als alle moeders ook een koekje willen, terwijl ik

aan het uitdelen ben, komt mevrouw Haaibaai op hoge poten aangelopen, dat zij

ook wat wil. Dus natuurlijk krijgt haar kleintje ook wat en presenteer ik haar een

koekje. Ze grijpt er meteen 10 en probeert ook nog een lading pennen te pakken te

krijgen. Ja mevrouw vergeet het maar, we gaan een stukje verder.+


 


Bij het laatste huisje, waar we bij aankomst zo leuk ontvangen zijn, duik ik nog wat

dieper in de kadootjes tas, platen van Nederland, spellen kaarten enz. En deze

mensen zijn daar zo blij mee. We willen een stuk lopen, maar het paadje door het

bos loopt langs een behoorlijk stinkend moeras, dus we gaan lekker over het

strand, voor zover we kunnen.


 


Een eindje verderop komen we langs een soort werfje, met kano's in alle stadia van

afbouw. Er is niemand, dus we kunnen mooi even rondkijken. Knap stuk werk. We

horen wel steeds een motorzaag en even later komt er een mannetje onder het

zaagsel met een kwart boomstam op zijn schouder uit het bos te voorschijn. Hij

mikt het blok in zee om uit te wateren. Hij is bezweet en bekaf. We spreken onze

bewondering uit voor zijn vakmanschap en duiken nog even in onze tas voor een

mooie pet. Meneer is helemaal sprakeloos, dat die voor hem is. Helemaal blij roept

hij zijn vrouw, die breed lachend uit het bos te voorschijn komt. Tjee, ik heb geen

echte vrouwendingen bij me, maar er zit nog een zonnehoedje onderin, zal ik dat

geven? Ze draagt een hoofddoek. Ze rukt gelijk haar doek af en zet dolgelukkig

haar hoedje op.


 


 


We keren zo langzamerhand weer om, want het strand wordt verder

onbegaanbaar. Door een riviertje waden is niet naar, het is hartstikke warm, maar

je weet nooit wat er onder het zand verstopt ligt. Overal krabbenholen en zo.


 


 


Weer terug bij het dorpje, weten de kindjes ons weer te vinden. Het is net als bij de

intocht van Sinterklaas, alleen roepen ze geen Piet! Piet! maar Hallo Mister!!


 


Dit groepje kunnen we ook nog verwennen, maar dan zien we aan twee kanten

tegelijk de kinderen langs de oever komen aanrennen, de school is uit. Tja, dat

kunnen we niet meer behappen, de laatste pennen gaan nog naar een paar

schoolmeisjes en intussen heeft Roderick de dinghy naar het water gesleept en

peddelen we er vandoor. Ons missionariswerk zit er weer op voor vandaag. Maar

even goede vrienden, ze blijven met 2 armen naar ons zwaaien en roepen.

Tijd om even uit te rusten aan boord. 's Middags peddelen we naar het nabij

gelegen rif om te snorkelen. Het koraal is niet zo bijzonder (hoor eens even hoe

blase' dat klinkt). Maar we zijn lekker opgefrist en het is toch altijd weer leuk

kijken.


 


Zondag, 15 september 2013, van Pulau Besar naar anchorage 16, Flores.


We gaan weer op weg, we hebben weliswaar 3 maanden voor Indonesia, maar de

archipel is zo groot, nog groter dan Europa. Dus we kunnen hoe dan ook niet alles

zien, en we moeten over 5 weken in Bali aangekomen zijn om onze visa te

verlengen. Dus een uur na zonsopgang gaan we alweer ankerop, Roderick staat op

de boeg om naar de riffen uit te kijken. De zon staat eigenlijk nog niet hoog genoeg

om het goed te zien, we hebben ook nog de track van aankomst op de electronische

kaart, dus het gaat wel lukken. Op het eind moeten we alleen naar het westen in

plaats van het oosten, dus dat stuk is nieuw voor ons. We komen nog bijna op het

buitenrif terecht, Roderick roept ineens Achteruit! Achteruit! Ook weer goed

afgelopen, we voeren al in 40 meter diep water en dan plotseling is er toch weer

een rif. Het blijft spannend. We willen vandaag naar Maumere, een iets grotere

stad, zo'n 24 Nm verderop, dan kunnen we daar weer de voorraden aanvullen. We

moeten eerst om het eiland heen, waar we geankerd hebben en dan een stukje

terug. Dat mag niet zo moeilijk zijn, dat werd het wel, want zoals steeds hebben we

hier geen Zuid Oosten wind, de Passaat, die hier om deze tijd dient te waaien, maar

de wind is voor de zoveelste keer vanuit het NoordWesten, precies de kant die we

op moeten en behoorlijk stevig ook, met de bijbehorende golven recht tegen ons in.

Kortom het wordt dagwerk om Maumere te bereiken, daar hebben we geen zin in,

we gaan gewoon naar een andere ankerplaats. De wind heeft weer kuren tot en

met maar we schieten eigenlijk lekker op en aan het eind van de dag (17.00uur)

bereiken we ankerplaats 16. Niet de mooiste, maar prima voor een overnachting.

En dan nog iets heel leuks: we varen op de Floressea, tussen het eiland Flores en

het eilandje Palau Raja, een nog werkende vulkaan, krijgt Roderick ineens een

email van Mirella (over Arme Pascal...) binnen op zijn telefoon. Op het

vulkaaneilandje staat een zendmast, dus gauw de computer erbij gepakt en met de

dongel contact gezocht en meteen de website uploaden en alle email opgehaald.

Gaaf toch. Onze positie 08.30.533 S 121.41.196 E. Nagarujong.


 


 


Maandag, 16 september 2013, vertrek anchorage 16 naar?


Direct weer ankerop en de zee op. Er is maar 12 uur daglicht en de aankomst op

een ankerplaats moet eigenlijk voor 16.00 uur, liefst nog om 14.00 uur, in verband

met het zonlicht, dat dan nog door het water heen gaat. Na 16.00 uur staat de zon

al zo laag, dat je niets meer (riffen en koraalkoppen) onder de waterspiegel kan

zien. We starten met een matig windje, maar wie het kleine niet eert.... Vanaf 9.00

uur is zelfs dit kleine beetje wind ons niet meer gegund, we drijven met een

"snelheid" van 0,7 knoop richting NW. Zolang de zeilen niet gaan klapperen en

tegen de verstaging slaan, laten we het zo. In 5 uur tijd hebben we nu 5,5 Nm

afgelegd. We hebben de vulkaan goed kunnen bestuderen, maar zo komen we eind

juli in Bali aan, dus moet toch de motor weer aan. Zo langzamerhand raken we nu

ook aardig door de diesel heen. We motoren 2 uur, zetten meteen ook de

watermaker aan, vullen de accu's, laden de batterijen van de laptop op enz. , dan

kunnen we ineens weer zeilen. He, dat is lekker. Maar we zijn nu op een punt, waar

we nergens kunnen ankeren, dus we besluiten de nacht door te varen. Het is

overdag erg heet, dus het is best lekker om nu op zee te zijn, nu het koel is, 29

graden. We hobbelen heel langzaam de nacht door tot de wind echt helemaal op is,

Roderick weet nog een poosje met 0,4 kn. in de goede richting te drijven, maar als

ik overneem, wil het schip alleen nog maar recht op de kust af en met geen

mogelijkheid is het van dat idee af te brengen, dus de motor weer aan.

Op de foto zie je de geul die de lavastroom in de vulkaan geslepen heeft. Het is hier

's ochtends echt dampig, de bergen zijn gehuld in een blauwe nevel.



Dinsdag, 17 september 2013, onderweg naar ?


Oh Moeder wat is het heet! Wat dat aan gaat ben ik blij dat we op zee zijn. We gaan

stug door, beetje wind, geen wind, motor aan, hee, een zuchtje, nu weer harde

tegenwind, wind weg, opnieuw motor aan, zeilen naar de andere kant. Waar is

eigenlijk die Zuid Oost Passaat? Die hoort hier netjes te blazen in deze tijd.

De laatste jerrycans diesel zijn nu in de tank gegooid. We varen nu in een stuk door

naar Labuan Bajo, anchorage 24, een havenplaats aan de westkant van het eiland

Flores op positie 08.29.439 S 119.52.361 E. Het is een wat grotere plaats, waar

we als het goed is ook diesel kunnen kopen. Wanneer we daar aankomen, hebben

we ook geen idee.  Daar moeten we ook dringend onze etensvoorraden aanvullen.

Vandaar gaan we naar het naastgelegen eilanden Rinca en Komodo.

Onderweg zien we bakens op het water, geen idee wat ze betekenen, het is een

vlot met een bamboe staketsel met palmboombladeren, waarschijnlijk een

merkteken voor de vissers, want die zien we vaak verzamelen rond zo'n baken.


 

 

De hele weg rustig de motor aan is ook wel luxe, we puffen gewoon door, de juiste

kant op, nemen het ervan, liggend op de kuipbanken met een boekje en een glaasje

of 10 koud water. Vanaf het water bekijken we de kustlijn van het eiland Flores

(350 km lang). Bergen, hogere bergen, uitgedoofde vulkanen, nog werkende

vulkanen, stranden en duizenden vissersboten, de grotere hoge schepen met een

kajuit erop zien er echt uit als piratenschepen, en vooral veel individuele scheepjes,

maat grote kano met hoge neus, allemaal uitgerust met een 1 cilinder dieselmotor,

je ziet ze haast niet op zee tussen de golven, maar je hoort ze altijd wel, een

duidelijk herkenbaar gepruttel. Naarmate we verder komen, moeten we gas erop

houden om voor zonsondergang aan te komen. Het kan net lukken. We moeten

tussen de 2 buitenste eilandjes door en dan langs de westkant van het eiland naar

de kust. We hebben nog een uur te gaan, om 17.53 uur gaat de zon onder, maar

waar komt nou ineens die wind vandaan? Al de hele week zitten we te springen om

wind en nu komt hij ineens uit het ZuidWesten, het getij komt ook tegen, het gevolg

is hoge steile golven vlak achter elkaar. We zijn hier namelijk een plat opgevaren

van tussen de 50m en 100m diep, terwijl de oceaan hier om heen  meer dan

2000m diep is. En een stroming tegen!! We moeten er vol gas tegenaan en raggen

over de golven heen. En waar moeten we nu eigenlijk zijn? Er is nog nergens zicht

op een ankerplaats of op de stad, die hier moet zijn en de tijd dringt.


 



We worden er best wel wat nerveus van, maar gelukkig daar zien we de stad en de

ankerplaats liggen in het laatste zonlicht, die kunnen we niet meer op tijd bereiken,

maar er is een plaats een stuk er voor, waar we eventueel kunnen ankeren volgens

de kaart. Nu maar hopen dat de kaart deze keer wel kloppend is.


 


Nog een paar minuten voor zonsondergang en nog 15 minuten nodig...

Okay, 8 meter onder de kiel, hier laten we het anker zakken. En natuurlijk pakt het

anker deze keer niet, we trekken het zo weer uit de grond. Opnieuw anker op,

gelukkig schijnt de volle maan, we varen nog wat dichter naar de kant en dit keer

liggen we muurvast. Gelukkig, bekaf, gestressed, heet en trots het toch weer

geklaard te hebben, nemen we een biertje. En ik wordt me toch dronken....


Even later komt er vissersman langs met de vraag of we diesel nodig hebben. De

diesel voor de locals is gesubsidieerd, wij moeten de meer dan volle mep betalen,

dus de vissers maken daar een handeltje van, zij gaan diesel halen voor

hun prijs, gooien er flink wat bovenop en dan hebben wij diesel voor een redelijke

prijs. 10.000 Rupiah = 1 dollar per liter. Okay, breng morgen maar 200 liter. We

liggen nog een flink eind van de stad, dus ook uit zicht van de politie, dus dat vindt

Andy de visser wel prima, we huren hem meteen in als taxi voor de volgende dag.

We hebben hem even haarfijn uitgelegd, dat we geen geld aan boord hebben, dat

we dus eerst in de stad langs een ATM machine moeten en dat we 's middags door

hem weer opgehaald willen worden. In verband met de dieselhandel voor hem,

maken we dus een goede kans, dat hij ons inderdaad om 16.00 uur weer komt

ophalen. Goed geregeld denken we, dus nu naar bed. Oh, wat zijn we moe.

Positie ankerplaats: 08.31.026 S  119.52.088 E.


Woensdag, 18 september 2013, Labuan Bajo, Flores.


Roderick heeft zijn neus nog niet buiten de deur gestoken of daar komt Andy al aan

met zijn boot. Ja, even wachten, we zijn nog niet klaar, even alle papieren,

portemonnee's, tassen en dergelijke opdiepen. En daar gaan we. Het is best een

flink stuk varen. Ik ben altijd al gek geweest op rondvaarten, lekker op je gemak

de wereld aan je voorbij zien komen.


 



Voorop de punt zit Riza, op goed Indonesische wijze op zijn hurken, hij is uitkijk,

maatje, helper, boomt het schip over ondieptes, kortom duvelstoejager.



Een half uurtje later leggen we aan in een waar piratenhol, hier worden we op de

pier afgezet en uitgezwaaid door onze taxiboot. We kijken onze ogen uit.


 


 


Eerst langs de havenpolitie om ons in te checken. Overal politieambtenaren, mooie

uniformen, meuk en veel stempels. Ze willen alle papieren zien en nog eens en nog

eens, dan nog wat extra kopietjes. Volgens mij doen ze maar wat, iedere keer

komt er weer een andere officier bij. Dan moeten we langs het kantoor van de

Healthofficer, dat ligt hier achter en dan weer terug. Okay geregeld.


 


Het havengebied hangt vol met banners van Sail Komodo, dat is een soort regatta

vanaf Australie naar Komodo, grotendeels gesponsord door de Indonesische

regering. Overal banners van hotemetoten en Komodo Dragons.


 


 


We lopen eerst nog even het informatie en kadowinkeltje van Komodotours binnen.

Binnen treffen we een heel gelukkige moslima aan met haar kindje, dat achter de

toonbank in en wiegje aan het plafond hangt. Het wiegje is bevestigd aan een

stalen veer en het kindje ligt dus heerlijk heen en weer te wiegen voor het open

raam. Nou als je het nou over een Happy Baby hebt, dan heb je die nu gevonden.

Zo schattig. Met mijn 40 woorden Indonesisch die ik machtig ben, vertel ik haar wat

een schatje haar baby is, wat een mooie spullen ze in de winkel heeft, dat ik een

andere keer terug kom en of ik een foto mag maken. Allemaal prima.


  


We vinden een leuk restaurantje aan het water, eerst eens alle indrukken

verwerken, daarbij hebben we ook alweer verschrikkelijke dorst, we drinken liters

en liters. Roderick maakt kennis met Flores koffie, koffie met suiker, dat is wennen

na 20 jaar koffie zwart. Dan gaan we de stad in, dit is een "toeristenplaats", veel

duikscholen, dagtrips, eethuisjes, winkels en druk druk druk. Uiteraard ook weer

duizenden scooters. De stad is alles tussen heel leuk en veel meuk. Je moet goed

kijken waar je loopt, iedere stap kan je laatste worden. Onderbroken stoepen,

grote gaten, open waterafvoeren, langsscheurend verkeer, veel afval, hangende

draden, afgronden, waar je zo 20 meter naar beneden kan vallen, daartussen

honderden mensen, kinderen, stalletjes, winkeltjes, kleedjes verkopers,

parelverkopers, te drogen liggende vis. Kortom er is genoeg te zien, hier een foto

impressie.



  Kleine jongetjes spelen op de geparkeerde schooters en willen gefotografeerd,

grote jongens ook. Mam, Mam, foto!


 


 


 


 


 


De moslima's hier zien er leuk en vaak sexy uit, met bijpassende hoofddoek.


 


  Stoere politie motor.

 


 


We zoeken een restaurantje op om even bij te komen en een hapje te eten. Het

eten kost echt weinig, maar je krijgt ook kleine porties, een bol rijst, een sprietig

pootje van een renkip en wat sambal met taugeh, maar samen met een kop

geurige soep, vol taai rundvlees met zenen, maar erg smakelijk, kunnen we daar

zeker onze lunch mee doen, inclusief 2 Bintangbier en 1 Mangoshake, rekenen we

12,50 dollar af. Intussen kunnen we mooi van boven af op straat kijken. Aan de

overkant stopt een tankwagen, de chauffeur klimt op het dak, steekt een sigaretje

aan, schroeft de dop van de grote tank en blijft daar dan op zijn hurken iets

onduidelijks doen.


 


Moeder met groot slapend kind komt naar buiten en stapt uiteraard achter op de

scooter.


 


 


Hier wordt flink gehoosd om de volgelopen boot weer leeg te krijgen.


 


We kopen nog een paar spulletjes, onder ander een heel slim stroboscopisch 3

kleuren ankerlichtje voor 7 dollar. We komen Etienne en Denise tegen in de stad,

die zijn ook net gearriveerd. Daarna gaat Roderick naar het restaurantje bij

de haven en ik loop nog een keer naar de supermarkt aan het eind van de straat

voor wat boodschappen, op de terugweg ga ik meteen nog langs de versmarkt voor

wat groenten en fruit. Het heeft weer heel wat voeten in de aarde, voordat alles

afgerekend is, maar de eerste dagen kunnen we er weer tegen. Op de markt en in

de winkels geldt wel een andere gedragscode dan in Nederland. Overal lopen

kindjes, op de markt zit een klein jongetje met zijn blote piemel boven op de uitjes,

vader ligt wat verder op de kraam te slapen. In de winkels dito, hele families

bivakkeren daar, al etend, nagels lakkend, aan hun tenen pulkend, haren uitpluizend

op de stoep. Toch even wennen. Dan naar de pier en wachten op onze watertaxi. De

stroom staat weer fel tegen, we hotsen over de golven en worden weer eens

zeikend nat, maar jongens, wat is dit leuk!


 


Daarna komt de operatie diesel, waar zou Roderick nou zo'n pijn in zijn rug van

hebben. De 20 liter jerrycans van Andy zijn spekvet en smerig. Nu moet de inhoud

nog overgeheveld worden in de tanks, morgen komt de andere 100 liter.


 


Na afloop kan Roderick het halve schip schrobben. En verder heb ik echt lopen

brassen vandaag. Ik wilde veel kleding hier kopen, ze hebben echt schitterende

blouses en jasjes, maar werkelijk alles is zo smal en kort dat we zelfs niet voor

Ivar geslaagd zijn. Wel geslaagd voor Mirel en Eline, voor beide een hele leuke

armband. Maar voor het eerst in mijn leven heb ik een parelketting gekocht, roze

Komodo parels afgewisseld met kleine grijze parels. Onregelmatige parels, dat is

niet alleen een andere prijs, ik vind dat ook veel echter. En dan ook nog een pakje

onvervalste ouderwetse maizena. Ik kan het plaatje van vroeger nog zo goed

herinneren.


 


En dat was dan weer zomaar een dag.


Donderdag, 19 september 2013, ankerplaats 22, Labuan Bajo.


Vanochtend komt Andy de volgende 100 liter diesel brengen, dus Roderick mag na

afloop nog een keertje schrobben, maar de tanks zijn weer bijna vol. De rest van de

dag houden we het een beetje voor gezien, even een dagje rustig aan, we blijven

lekker liggen waar we liggen. Beetje zwemmen, beetje lezen, beetje bijkomen.

Roderick heeft zich nog 2 uurtjes onledig gehouden met ons nieuwe schitter

ankerlampje. Toen we hem aan Etienne lieten zien, deed hij het niet, in de winkel

nog wel. Okay, het is Chinese kwaliteit, maar toch. Iedere keer uit elkaar gehaald,

iets versteld, weer in elkaar, 2 flikkertjes en dan niets meer. Balen. We waren er

juist zo blij mee. Wat blijkt er zit ook nog een lichtsensor in, dat wil zeggen, dat

zodra het licht is, hij vanzelf uitschakelt en dat voor 7 dollar. In ieder geval is

Roderick weer een poosje zoet geweest, hij mocht zich eens gaan vervelen.


 


Vrijdag, 20 september 2013, Centrum haven van Labuan Bajo.


Meteen bij daglicht willen we ankerop om een plaatsje te zoeken in het centrum van

de haven, het is vlakbij, dus we hoeven alleen de thermosfles en dergelijke  weg

stouwen, zodat de boel niet even gauw stuk valt. Als Roderick het anker gaat

ophalen, blijkt de ketting alleen maar af te rollen en is niet af te stoppen. Dus die

staat op de boeg te roepen, dat ik de zekering uit moet zetten. Wat nou weer? Er

zijn heel wat meters ankerketting het water in gegaan, buiten de 40 meter die er al

lag. Het blijkt dat de schakelaar in d afstandbediening vast is blijven zitten en

daardoor als het ware het verkeerde commando door geeft. Roderick is niet blij!

Gelukkig weet hij het apparaat toch weer aan het werk te krijgen, dus een uur later

gaan we alsnog ankerop en varen naar de stad.


 


Nu liggen we midden in het Piratenhol. Je ziet in gedachten Captain Jack Sparrow

al lopen.



Het is een drukte van jewelste in de haven, de boten varen kris kras door elkaar, er

worden vrachtboten geladen en gelost, op de ouderwetse manier, mannetje met

een zware zak op de rug, dat duurt dus wel even. Genoeg te zien voor ons. De

diesel motoren zijn niet allemaal even goed afgesteld, dus sommige schepen laten

en rookgordijn over de hele baai achter. Het is allemaal net zo chaotisch als op het

land. Het is vrijdag, de belangrijkste gebedsdag voor de moslims. Op de berg staan

grote luidsprekers, er zijn hier 3 Moskeeen, die op dezelfde tijd oproepen voor het

gebed, maar uiteraard niet synchroon, ze roepen dwars door elkaar heen, het is een

herrie van jewelste. Vandaag wordt de hele gebedsdienst uitgezonden.


 



We gaan met de rubberboot naar de kant, we moeten wat voorraden aanvullen en

we willen kijken of we ook nog wat kadootjes kunnen scoren.

Het is heet, het zweet loopt in stralen van me af. Het is doodvermoeiend.  We doen

wat winkeltjes, doen dan een lading "supermarkt" , gaan dan eerst weer wat

drinken en eten in een restaurant onderweg, hoog op de berg met uitzicht op ons

schip, dan slepen we de spullen naar de pier, Roderick gaat vast de dinghy

klaarmaken en ik ga nog even langs de markt, dan brengen we de tassen eerst

naar het schip. Daar aangekomen zijn we eigenlijk afgepeigerd, we nemen een slim

besluit: eerst siesta.


 


Om 15.00 uur gaan we in de herkansing. We slagen leuk voor wat souvenirs.

Als we weer terug moeten lopen,  gaan we meteen nog maar een keer langs de

ATM machine, je mag maar beperkt opnemen, dit keer scoren we 8 miljoen ( in 4

opnames), want het grote apparaat werkt. Er zijn verschillende geldopname

apparaten, die met kleine coupures betaalt uit in biljetten van 50.000 rupiah, maar

dan mag je maar 1,2 miljoen opnemen, en er zijn apparaten die uitbetalen in

biljetten van 100.000 rupiah en dan kun je maximaal 2 miljoen opnemen. Voor

iedere opname moet je tussen de 3,50 en 7,50 euro opnamekosten betalen, dus

hoe meer je in een keer op kan nemen, hoe beter. Dan ook nog een keer langs de

winkel voor een extra lading blikjes drinken, en dan gaan we weer op weg terug

door de drukte, in  de hitte, in de uitlaatgassen met onze zware tassen.


 


Zaterdag, 21 september 2013, Labuan Bajo.


Nieuwe ronde, nieuwe winnaars. We waren gisteren zo goed geslaagd voor wat

kadootjes voor de kinderen, dat ik nog even terug wil, ik wil ook...

Kleine stevige banaantjes verkopen ze hier, maar ze smaken heerlijk.


 


Dus daar gaan we weer, naar het ene winkeltje, naar het volgende, onderweg nog

aangeklampt door en parelverkoper, tja, zullen we wel of zullen we niet...

Kleine moslimaatjes zien er hier ook uit als prinsesjes. Lila jurkje, lila sluier.


 


Het is zo warm in de stad, het is al dagen windstil en boven de 33 graden. De

winkeltjes sprenkelen met pannetjes water op het zandige "voetpad" anders stik

je helemaal van het stof en de hitte. Tijd voor een koel drankje, dit keer nemen we

een duur restaurant, Mediterraneo, ruim, luchtig, we nemen uiteraard koele

drankjes en voor het eerst sinds tijden een pizza. Roderick had zichzelf nog een

lekker dessert toegedacht. Pisang Goreng Sateh. Heerlijk. Alles bij elkaar waren 35

dollar kwijt, duur is ook relatief.


 


Dan gaan we terug aan boord, ik ben helemaal gesloopt door de hitte. Morgen gaan

we verder naar het eiland Rincah, dat valt onder Komodo National Park, om de

reuze varanen met een bezoek te vereren. Hopenlijk kunnen we daar ook

zwemmen op de ankerplaats, dat is hier in de haven absoluut niet ter sprake,

buiten dat er continue schepen heen en weer jakkeren, gooit iedereen ook alles

gewoon in het water, er drijft behoorlijk veel troep. Dus zwemmen is geen

aanlokkelijk idee.


Zaterdag, 22 september 2013, Rincah, Komodo.


We moeten vroeg weg in verband met de stroming tussen de eilanden. Dus

eigenlijk meteen met zonsopgang, dan hebben we nog 2 uur stroom mee. Als we

wakker worden is het nog donker, 5 uur dus, maar er bonkt iets tegen ons schip

aan. Hee, wat is dat? Ach antwoord Roderick, het zal wel een balk zijn, die hier

ronddrijft, niet zo raar, want er drijft van alles hier in de haven. Maar nog een keer

kloink, dus nu toch kijken, het was niet een balk, het is een heel visserschip wat

tegen ons aan gedreven is. Dwars op de boeg ligt een schip, 4 keer zo groot als het

onze. Hand over hand lukt het Roderick het schip weg te duwen en zo zijn we er

zonder schade afgekomen. Nou dan gaan we ook meteen ankerop, dus om half 6

zijn we al onderweg, het begint net licht te worden. We passeren de Lion Rock, een

rots in de vorm van een liggende leeuw. We hebben een lekker tochtje, bijna geen

wind, dus we gaan lui op de motor, ook wel prettig, we moeten weer tussen de

riffen door laveren. Tegen 8 uur kentert het tij en moeten we ook nog 90 graden

van richting veranderen. We raken verzeild in een warboel van golven stroming en

zelfs een aantal draaikolken, natuurlijk gaat het dan ook juist waaien, en hard ook.

Gelukkig hoeven we niet ver. Als we om het eilandje voor de ingang van de baai

heen komen zien we in de verte La Luna liggen achter het rif. Met dit licht kun je de

riffen duidelijk zien, want het is natuurlijk noodzaak om er om heen te varen.


 


Om 9 uur laten we ons anker zakken in 13 meter diep water, vlak langs de riffen,

ankerplaats 39, Loh Buaya Rincah, positie 08.39.164 S 119.42.792 E.

De laatste tijd geef ik steeds de duizendsten van een Nmijl erbij, die kun je bij het

invoeren bij Google Earth gewoon weg laten, maar die zijn belangrijk voor de

cruisers die na ons komen. Aangezien de kaarten niet kloppen, geven we zoveel

mogelijk informatie aan elkaar door.

Aan het eind van de baai is het rangerscentrum van het National Park Komodo. Je

mag het eiland alleen bezoeken met een ranger als gids. Wel zo prettig. Er ligt een

massa toeristenboten, net als in Amsterdam de rondvaartboten, dus

morgenochtend gaan we vroeg naar het eiland. Van zwemmen zal toch niet veel

komen helaas, dit is krokodillen gebied. Ze wonen tussen de mangroven waar we

vlak naast liggen.


 


Maandag, 23 september 2013, National Park Komodo, Rincah Island.


Vannacht nog veel gesplash gehoord, maar niet kunnen zien wat het veroorzaakt.

Wel voor de veiligheid onze achterkant goed dichtgemaakt, de krokodillen hier zijn 4

meter, de Komodo Dragons schijnen ook te kunnen zwemmen, ik heb niet graag

dat ze ons zwemplateau als opstapje nemen. We voelen ons wel echt op avontuur

hier, er vliegen echte adelaars boven ons hoofd, we horen de apen schreeuwen in

de bomen. Even zo goed varen we dus gewoon in ons rubberbootje naar het

Rangerscentrum. Om aan land te kunnen stappen moeten we eerst bij een ander

schip aan boord klimmen, dan de dinghy naar de steiger trekken, waar we hem 

vast kunnen leggen. Kwart voor 7 liggen we al voor de deur bij de rangers, maar die

zijn nog aan het ontbijten. Dan moeten we in de rij om te betalen, voor onszelf,

voor het fototoestel (50.000 IDR), voor de boot, voor de ranger, in totaal 32 dollar

en dan gaan we. We hebben gekozen voor de medium lange wandeling over het

eiland.  Als eerste worden we begroet door een aantal apen, Makaken, leuk, net

echt. Deze deed me sterk aan Opa Jan denken, is t'ie er ook een beetje bij...


 

We hebben er echt zin in, kom maar op met die Reuze Varanen of te wel Komodo

Dragons.


 


We hoeven niet lang te wachten, daar zijn ze al. 4 meter lang van af hun neus tot

het puntje van de staart. Ze liggen nu nog rustig op te warmen in de zon, het zijn

koudbloedige reptielen, dus om op gang te komen hebben ze die warmte nodig.


 


Deze ligt haar nest te bewaken, rechts in de holen leggen ze hun eieren. We blijven

dus goed uit de buurt. Iedere gids loopt ook met een gevorkte stok om de dragons

eventueel af te kunnen weren, maar of dat nou helpt?


 


Komodo Dragons zijn over het algemeen aaseters, maar ze vallen ze ook gewone

dieren aan, zwijnen, herten. Gisteren heeft er nog een gevecht plaatsgevonden

tussen een wild zwijn en een Komodo. De Komodo's hebben gewonnen. Die hielden

een feestmaal met zijn allen. Ze dragen als aaseters wel 60 verschillende bacterie

stammen bij zich, dus mocht je na een beet je arm nog hebben, heb je toch nog een

gerede kans om dood te gaan aan een bacterie infectie. Je moet dan met spoed

naar een gespecialiseerde kliniek in Bali gevlogen worden voor een lading

antibiotica. We maken een mooie 2 uur durende wandeling over het eiland. Veel

palmbomen, de savanne is gortdroog, de laatste regen is in maart gevallen. We

passeren een Holy Tree, een heilige boom.


 


Onderweg zien we nog een buffel tussen het struikgewas (Nee, een echte levende)

en aapjes, die aan het lol maken zijn.


 


We gaan een stukje bergop, niet mijn sterkste punt, maar het uitzicht is

schitterend, in de verte kunnen we  de Happy Bird en La Luna in de baai zien liggen.


 


 


We zijn aan het einde van onze wandeltocht gekomen. Maar dan komt de

uitsmijter! Een Komodo Dragon heeft de kop van het zwijn van gisteren in zijn bek

en probeert die weg te krijgen. We krijgen een demonstratie kracht en volhouden

en van zo dichtbij. Nu snap je ook waarom ze draken genoemd worden.



 


Die boomstam er tussen voelt wel veilig, maar stelt natuurlijk helemaal niets voor,

we stonden eigenlijk wel erg dicht bij, even later, we waren inmiddels naar de

andere kant gelopen, konden we zien, hoe makkelijk hij er over heen stapt. Maar

het was SPECTACULAIR.



En weg is t'ie. Wij wandelen verder naar de uitgang, waar we tot besluit door de

wenkkrabben uitgezwaaid worden.


 


Dan nog proberen ons bootje los te krijgen, het touw zit helemaal vast tussen de

steigerpalen, het water is ook nog enorm gezakt, dus er is niet in te komen. We

stappen 5 toeristenboten verderop op een schip, stappen dan over de reling op het

volgende en op het volgende en op het volgende en op de volgende en kunnen dan

in ons bootje stappen. Alle captains reiken ons de helpende hand, door de boten een

beetje naar elkaar toe te trekken, maar mijn benen zijn toch echt te kort voor deze

capriolen. Dus ik klim op de reling, ga daar zitten, strek mijn benen en de captain

trekt mij aan boord, zo dus iedere keer. Als we aan boord zijn, vraagt Roderick, wat

heb jij nou op je broek. Nou man, dat is mijn bil, mijn complete broek is

doorgescheurd, ik hoef me niet af te vragen hoe dat gekomen is. Tot besluit mag

Paul, onze gids, even mee met de rubberboot om ons schip te zien. Hij heeft een

lach van oor tot oor, hij is zo gelukkig. Dit was echt weer een TOP dag.


     


Het is nu 11.00 's ochtends en we zijn helemaal afgepeigerd, dus er zal niet veel

aanvulling komen op dit bericht.


Dinsdag, 24 september 2013, Loh Baya Rincah naar anchorage 46, Teluk Ginggo.


7.00 uur vertrek, eerst de rubberboot aan dek hijsen. Hee, nog meer wildlife! Een

joekel van een kakkerlak. Die willen we liever niet mee.


 


We krijgen veel stroom mee, dat is ook de bedoeling, maar het is wel een beetje

snel zo tussen de riffen. We gaan eerst richting NoordWest om het eiland heen en

dan Zuidwaarts. Aan het eind voordat we afbuigen krijgen we een botsende contra

stroom, die ons maar liefst 65 graden uit de koers brengt. Je ziet over de hele

lengte van de zee de stroomrafelingen. Wat een chaos, wat een draaikolken en

waar is dat heel gemene rotsje nu gebleven, waar alleen maar een piepklein puntje

van boven water steekt?


 


   


We moeten door een nauwere passage, liefst niet zo snel, omdat we voorzichtig

moeten zijn en alleen kunnen vertrouwen op onze ogen (de zogeheten eyeball

navigation), omdat alle kaarten zo afwijken en de riffen lopen zo ongelooflijk ver

door. Maar we gaan maar liefst met 10,2 knopen over de grond. Slik!

We zijn omgeven door eilandjes omringd door riffen en met stralend mooie

strandjes. De zee maakt de mooiste sculpturen van limestone.


 


En dan lopen we een schitterende baai binnen, anchorage no 46, overal strandjes

om ons heen, waar naar we gehoord hebben ook varanen worden gezien. We varen

eerst de baai helemaal door naar het noorden, ook daar is een ankerplaats, maar

dit gedeelte is weer helemaal dicht met mangrovebossen, dus waarschijnlijk ook

weer krokodillen, daar heb ik niet zo'n zin in, dus we varen weer terug naar het

begin en om 10.00 uur laten we al ons anker zakken. Het is een schitterend plekje.


 


De baai is erg diep, we liggen ook op een flinke diepte geankerd, meer dan 15m

diep, dus er staat flink wat ketting en we kunnen de bodem niet zien. Maar vlakbij

zien we het rif door het water schemeren, we kijken eens goed om ons heen en

besluiten dan dat het de hoogste tijd is om te water te gaan, het is binnen 37

graden. We zwemmen samen naar de kant, er staat mooi koraal, weer heel anders,

maar het water is wat troebel.


  


 


Heerlijk opgefrist gaan we even een poosje relaxen. Volgende stap is naar het

strandje. Spannend, ook hier mangroven en dik struikgewas. Roderick is uitgerust

met een flinke stok.


  


Onder de mangroven zien we geen krokodillen, dus we gaan eens even het strand

onderzoeken, we blijven bij de "alang alang" vandaan. Kijk nou: hertensporen, het

zijn er 2 en ze waren hier zo pas nog. Kijk ik heb niet voor niets alle boekjes van

mijn vader over Old Shatterhand en Winnetou gelezen.


   


Dan zien we een spoor, wat we niet goed thuis kunnen brengen, het lijken wel

hondepoten, maar dan van een hond, die wel heel wijdbeens loopt. Wacht eens, dat

zijn apehandjes. Natuurlijk, want die leven hier ook. Wat een leuk spoor.


   


Dan zie ik nog een spoor van echte Croqs, maar dan in plastic uitgevoerd, en dan

waar we naar op zoek waren, de voetprint van een Komodo Dragon, met er tussen

in het sleepspoor van het puntje van zijn staart. Mirella en Ivar, we hebben hem

uitgegraven en in een potje voor jullie meegenomen. Nu nog langs alle douanes, die

reageren zo spastisch als het om een beetje zand gaat.


  


We hebben genoeg gezien, op naar het volgende strandje. Zo ver is het niet

gekomen, want de buitenboordmotor wil ineens niet verder, dus we kunnen beter

terug naar het schip. Roderick baalt!

De dag is nog niet om, ineens liggen we behoorlijk dicht bij de branding, die is niet

zo hoog, maar die dondert met geweld in een hol onder de rots. Volgens mij lagen

we toe straks toch niet zo dicht bij. Het ankeralarm is niet afgegaan, maar we zijn

toch flink verplaatst, dat kan ook aan de lengte van de ankerketting liggen. In ieder

geval voelt het niet zo safe meer, we gaan anker op. We moeten nog haast maken,

want het is een uur voor zonsondergang. We besluiten om de uitstekende klif heen

te varen en in de volgende baai te ankeren. Door de laagstaande zon is het water

ondoorzichtig, dus we varen heel voorzichtig naar binnen, Roderick op de boeg, ik

aan het roer, afroepend, hoe diep het is. 50 m, 45 m, 26m, 19m.. STOP, STOP,

achteruit!!!! Hetzelfde moment hebben we nog minder dan 1 meter onder de kiel.

Goed hier dus niet, maar waar dan, het is al bijna zonsondergang. We zoeken een

ander plekje en laten daar het anker zakken. Okay, het pakt, we draaien als een

gek door de kentering van de stroom, Roderick is er niet echt gelukkig mee. Zitten

we nu goed vast of krabt het anker? We kunnen weinig meer doen, het is donker.

Het ankeralarm opnieuw ingesteld, met een korte marge, Ja, hij werkt toch prima.

Roderick is er vannacht meer dan 6 keer uit geweest.


Woensdag, 25 september 2013, Komodo, Pink Beach.


Als we wakker worden en eens goed om ons heen kunnen kijken, zien we dat we

wel erg dicht bij een rif geankerd zijn, het is laag water en we kunnen het koraal

vanuit de boot zien. Roderick gaat aan de slag met de buitenboord motor en ja, hij

doet het weer. Nou kunnen we mooi even rondkijken, we moeten toch even

proefdraaien.


   


We varen nogmaals de hele baai af en ja, je kunt het wel raden, de buitenboord

motor stopt er mee, dus wederom slaat Roderick aan het roeien, hij is niet echt blij,

roeien vindt hij niet erg, maar dat geklooi met die motor... Hij zit met zijn rug naar

voren en ik let niet op, binnen no time zitten we boven op het koraalrif met 10 cm

water onder ons. We kunnen het mooi zien, maar Roderick heeft de grootste

moeite om er veilig en zonder schade voor de dinghy en het koraal van het rif af te

komen.


  


 


Het is opkomend water en we besluiten gauw nog even te gaan snorkelen. Het is

prachtig.


  


Dan gaan we anker op naar het eiland Komodo zelf, naar de ankerplaats bij de Pink

Beach, het roze strand. We varen richting zee, maar nog voor we de baai uit zijn,

ziet Roderick wat in het water. Kom kijken, er wordt gejaagd. Het gaat wel erg te

keer.


 


We kijken op een afstandje toe en cirkelen er voorzichtig om heen. Wat gebeurt er

allemaal? Ineens zien we het, Haaien! En grote ook en een heleboel! Helemaal

dolgeworden, een grote donkere vlek onder water geeft aan waar hun prooi is.

Sommige zijn wel bijna 4 meter, dit is echt eng. Ik heb er pijn in mijn buik van,

want dit is maar een paar honderd meter verwijderd van waar wij gisteren

gezwommen hebben. En niks rustige Blacktip Reefsharks, maar echte grote felle

haaien. Slik, slik en nog eens slik.


 


 


Ook een adelaar komt een hapje mee-eten.


  


 


Sensationeel was het wel, maar ik heb het er goed te kwaad mee.

Verder naar Komodo, de achterlijkste stromen, de grootste draaikolken, hele enge

stukken stil water, temidden van al het geweld, de prachtigste vergezichten,

bergen, eilanden stranden. Indonesia vanaf het water is echt schitterend.


  


 


We krijgen flink stroom mee en vliegen door het water. Bij de Pink Beach

aangekomen, willen we afmeren aan een mooringboei, omdat er zoveel stroming

staat. In de verste verte geen mooring boei te vinden, wel borden op alle stranden

met daarop Verboden te ankeren! Ja daagg, we moeten hier stoppen. Binnen no

time zijn we omringt door een hele rits lokale bootjes, ze geven allemaal

aanwijzingen en we kunnen ternauwernood sturen, want er zit er altijd wel een net

voor de boeg. We vinden een ankerplekje en daar zijn ze allemaal, iedereen haalt

zijn tassen met parelkettingen te voorschijn, de boorden van het schip staan vol

met komodo's van houtsnijwerk. Tidak, Terima Kasi, Nee, Dank U, we hebben al,

Nee echt niet, Nee we hebben geen geld meer...Natuurlijk zwichten we en kopen

nog wat, verder delen we de obligate lollie's en pennen uit en een schipper geeft

Roderick op het laatst een val, die al een beetje doorgeschavield is. Voor ons verder

onbruikbaar, maar voor hem 20 meter prima lijn. Hij kan het bijna niet geloven. Als

hij weg vaart zien we hem op de boeg van zijn scheepje de lijn uitmeten tussen 2

uitgestrekte armen.


 


 

 

We liggen, maar wat een chaos in het water, stroom, tegenstroom, diep, ondiep,

wind, wind tegen stroom, we blijven omdraaien, dan liggen we met de boeg naar

het eiland, dan weer met de kont, dan ligt het eiland links van ons, dan weer rechts.

Het is al donker, we liggen te gieren en hebben spijt, dat we hier geankerd zijn,

maar meer smaken waren er niet, en we rekenden op een mooring boei. Het voelt

onrustig, niet alleen het water, maar wij ook. Uiteindelijk is het alleszins

meegevallen en de volgende ochtend was zelfs het anker nog makkelijk op te

halen. Alleen balen, we hebben muggen binnen gekregen. Alles is met gaas

afgedekt, we zijn supervoorzichtig, zitten onder ladingen deet gesmeerd, branden

coils en nog hebben we een paar rotzakken binnengekregen. Natuurlijk ben ik flink

gestoken en daar ook ongerust over, want dit is malaria gebied. Maar er is toch al

niets meer aan te veranderen. We blijven alert en hopen, dat dit een paar gewone

rotmuggen waren. Ik heb een complete spuitbus insecticide vannacht over het bed

gespoten, ik leek Opa Jan wel, mijn vader liep altijd met zijn flitsspuit met DDT door

de slaapkamer en ik stikte zowat de moord van alle verdelgingsmiddel. Maar je ziet,

goed voorbeeld doet goed volgen.


Donderdag, 26 september 2013. op weg naar Gili Lau Lawa.


Ankerop ging prima. We zouden direct vertrekken in verband met de stroom, maar

volgens mij hebben we het fout berekend. Stom van mij, nu hebben we het juiste

moment voorbij laten gaan en de rest van de dag stroom tegen. Mea Culpa!

We varen nog even langs de Pink Beach, maar met dit licht is het niet zo bijzonder,

het strand heeft een heel licht roze gloed, bij zonsondergang moet het prachtig zijn.

De rest van de tijd stroom tegen, draaikolken enz. Zie de vorige pagina's. Leuk is

dat terwijl we eigenlijk midden op zee zitten, tussen de eilanden, er hier en daar

een zendmast op het topje van een berg staat. Roderick ziet dat altijd meteen en

kijkt dan met zijn telefoon of hij bereik heeft. Zo ja, dan probeer ik het met de

computer en zo is ineens onze hele website weer gepubliceerd en de email

opgehaald. Grappig.


 


We zijn nog onderweg tussen de eilanden als we door La Luna opgeroepen worden,

die kunnen op de AIS zien dat wij in de buurt zijn, zij liggen geankerd in een heel

mooie baai en een fantastische snorkelplaats. Okay, dan komen we daar naar toe.

Nou ze hebben niets teveel gezegd, het is een schoonheid van een baai, glashelder

water, overal koraalriffen. Het is erg diep om te ankeren, maar Etienne komt in zijn

dinghy ons tegemoet gesjeesd, zij liggen aan een mooring (de enige, die er is) en

die is stevig genoeg voor ons beide, dus kunnen we langszij bij hun schip. En nu

liggen we dan in Gili Lawa Darat, positie 08.28.581 S  119.33.385 E. Dit hele gebied

valt onder Komodo National Park.


  


Er liggen een aantal schepen met toeristen, die een dagje komen snorkelen. Tjaa, ik

wil ook! Die haaien kunnen de pot op. Roderick zei ook al: Je moet altijd zorgen, dat

er iemand bij is, die minder hard kan zwemmen dan jij. Via Facebook had ik ook al

veel tips gekregen. Mirel schreef ook al: gewoon zorgen dat je niet gebeten wordt,

dan is er niets aan de hand... En Barbara, vlak bij de zwemtrap blijven, vind ik ook

een goeie. Want weet je, niet meer zwemmen, als het buiten 34 graden is en het

water heerlijk van temperatuur en glashelder en er is zo veel moois te zien, dan

doe je jezelf tekort. Dat haalt de glans van de reis. Maar eerlijk is eerlijk, op het

moment dat ik het diepe stuk moet oversteken om naar het rif te zwemmen, geniet

ik niet meer zo onbevangen. Best wel een beetje zenuwachtig.


  


En dan kom je bij het koraalrif en dan heb je geen tijd om je zorgen te maken. Oh,

wat is dit weer mooi! Prachtig koraal in alle vormen en kleuren en zoveel vissen.


  


 


 


En daar komt mijn schoonzwemmer ook weer aan... 


  


Het is echt weer een feestje om zo tussen al die vissen te zweven.


  


Vrijdag, 27 september 2013, Gili Lawa Darat.


Vanochtend is La Luna weer vertrokken, maar wij blijven lekker nog een dagje aan

de mooring liggen.


  


Om 7.00 uur kregen we al bezoek van een locale boot of we water voor hen

hadden. Natuurlijk we kunnen altijd wel wat missen, dus een jerrycan gevuld, een

handvol lollies en een pak koekjes erbij. Hun dag is goed begonnen. Selamat Pagi!

Goede morgen.


  


 


Gisteren hebben we een "rustig" dagje gehouden, maar vandaag moet Roderick

aan de slag met de buitenboordmotor. Hij verheugt zich er niet echt op. Maar het

viel mee, hij kreeg hem toch vrij snel aan de praat. Dus moet er een proefritje

gevaren worden. Nou prima, dan meteen even naar het strand. Wat zand en

schelpjes mee nemen voor de verzameling. Daarna gaan we de snorkelspullen op

halen en vanaf het uiteinde van het rif terug zwemmen met de dinghy tussen ons

in. Je moet hier voortdurend op veel stroming verdacht zijn en dan kun je er

misschien niet meer tegen in zwemmen. Dit gaat prima.


 


We treffen het echt vandaag. Er komt een school blauwe vissen onder ons door

zwemmen, die eindeloos door blijft gaan. Ze zijn schitterend felblauw en zo'n 22

cm. Een fantastisch gezicht. Het worden er steeds meer.


  


 


En verder nog meer blauwe, maar dan weer anders, met fluorescerende strepen of

met gele staartjes.


  


 


 


Als we naar het schip terugzwemmen komen we terecht tussen de letterlijk

miljoenen kleine visjes, die hieronder schuilen. Je moet oppassen dat je ze niet in

ademt, het zijn er zo veel.


  


Ook nog even gedag gezegd tegen een passerende grote schildpad. Kijk als je dit

nu zo ziet, dan begrijp je vast, waarom we af en toe toch de risico's nemen.

In de namiddag hebben we het nog een keer geprobeerd, maar dat was geen

succes. Niet zulk mooi koraal en de stroom zat ons zo verschrikkelijk dwars, dat het

een gevecht werd om het bootje van het rif af te houden. Binnen 10 minuten was ik

buiten adem. Nog even op de mooie plek geprobeerd, maar ook daar was het water

veel te woelig. We kunnen niet alles hebben, in ieder geval weten we hoe mooi het

daar kan zijn. Morgen vertrekken we naar Gili Lawa Laut.


Zaterdag, 28 september 2013, onderweg naar ??


Toen we eenmaal de pas door gevaren waren tussen de eilanden, daar kwamen nog

best wat nerveuze spanningen bij kijken, want we konden de riffen nog niet zien

met deze laagstaande zon en in eens begon de dieptemeter wel heel hard op te

lopen. We zouden naar Gili Lawa Laut gaan, maar er stond een lekker windje, dus

we dachten we gaan nog een eilandje verder, al vast een beetje in de goede

richting, er is een mooie ankerplaats dus op naar Gili Banta. We hadden de

weersverwachting nog opgehaald, weinig wind voorspeld, dus ieder mijltje de goede

kant op is meegenomen.


  


Bij het ronden van de kaap krijgen we toch ineens zo'n puist wind tegen, hoge steile

rot golven. De ankerplaats op Gili Banta is niet veilig in deze omstandigheden, we

gaan noordwaarts in de luwte van het eiland, daar is nog een anker mogelijkheid,

maar dat vinden we ook niets. Nou dan gaan we gewoon door, richting Sumbawa.

Als we eenmaal het eiland gepasseerd zijn zij de scherpe kantjes een beetje van de

wind en golven af. We kunnen best goed hierop zeilen. We twijfelen wat te doen en

besluiten gewoon een nachtje door te varen richting Lombok, we hebben nog een

flinke ruk te gaan. De zon gaat onder in een dichte nevel van luchtvervuiling of

damp, de vulkanen lossen op in de luchtlagen en de wereld wordt volkomen

ondoorzichtig. De zon daalt ook achter de nevel.


 


Om 17.00 is ineens de wind verdwenen, dus moet de motor het werk gaan doen.

Het is pikdonker om 18.00 uur, ik heb een lekkere pizza in elkaar geflansd, maar als

hij in de oven staat, doet het vlammetje een beetje raar. Oh ja, juist nu het donker

is, is de gasfles leeg. Die moet ontkoppeld en er moet een ander tussenstuk op,

omdat wij verschillende soorten gasflessen gebruiken. Als Roderick daar mee bezig

is, komt natuurlijk de wind in eens met dubbele kracht opzetten en wel vanaf de

andere kant. Dus gauw gauw, alle zeilen veranderen, want het poeiert meteen. We

vliegen door de nacht, veel te hard naar onze zin, dus we reven de zeilen en nog

eens en nog eens. He wordt een energiek nachtje zeilen, steile golven dwars,

windvlagen boven op de 25 knopen die het al waait, maar we schieten wel lekker

op. Net voordat ik afgelost wordt, komt er nog een grote golf via het dak van de

kajuit in de cockpit langs. Drijfnat ben ik, niet zo heel erg, want het water is niet

koud en de nachttemperatuur is 28 graden. Maar als je drijfnat in de wind zit, voel

je dat toch wel. Gelukkig komt Roderick me zo af lossen en kan ik naar bed. Om half

2 's nachts zie ik de opkomende maansikkel als een oranje bootje op de horizon

zweven. We zeilen de hele nacht door tot bij zonsopkomst de wind weer net zo

plotseling verdwijnt als dat hij verschenen is. De richting van de wind en van de

stroming, daar kun je hier geen peil op trekken. Erg lastig navigeren en plannen

hierdoor.


Zondag, 29 september 2013, eiland Sumbawa in de buurt van de stad Miro.


We varen lekker door, nu staat de motor weer bij, dat is ook wel nodig ook, we

gaan maar met 2,6 knopen door het water door de tegenstroom. Zo halen we onze

bestemming voor vandaag niet voor donker. Tot onze spijt begint ineens de motor

te stotteren, de dieselfilter of de dieselleiding zit verstopt. Dus we drijven onder de

blakerende zon en Roderick gaat om te beginnen op zoek naar de dieselfilters, die

hij bij de hand opgeruimd heeft. Maar waar is ook alweer bij de hand. Als we beide

hutten leeggehaald hebben, krijgt hij ineens een brainwave, inderdaad ze staan bij

de hand. Anderhalf uur later tuffen we weer. Nu halen we onze bestemming zeker

niet meer op tijd, dus gaan we op zoek naar een ankerplaats. En dat is geworden

een plekje 126 Nm verdop in positie 08.06.989 S 117.50.592 E vlak voor een

vissersdorpje. Roderick neemt een duik om het anker te controleren en verder

blijven we gewoon aan boord, even niet zo'n zin in gedoe. Morgen weer verder.


  


En kijk ook hier staat weer zo'n fijne zendmast, kunnen we internet ontvangen. 

Even de mail ophalen, het weer bekijken en de website uploaden. Prima toch.


 


Waarschijnlijk voorlopig de laatste keer, morgen is ons abonnement afgelopen, we

krijgen al steeds boodschappen in het Indonesisch op onze telefoon.  We moeten

eerst naar een kantoor in de stad voor verlenging.

Een uur voor zonsondergang gaan alle kindjes uit het dorp tegelijk in zee in bad en

de vaders gaan uit vissen, want het wordt laagwater.


  


Maandag, 30 september 2013, Medana Bay Marina, Lombok.


Voor vandaag hebben we 2 opties, als de wind weg valt, stoppen we over 30 Nm bij

de stad Surabaya om daar eens rond te kijken, als de wind gunstig blijft gaan we

direct door naar Lombok. Het laatste is het dus geworden. We gingen zo lekker,

mals windje, gladde zee, goed de vaart er in, dus gaan we door, maar dat betekent

dan ook de nacht nog door zeilen en dan komen we morgenochtend aan.

De wind wordt zo pittig, dat we om te beginnen de zeilen een stuk dichtrollen, de

vaart door het water blijft prima, maar door de tegenstroom schieten we

uiteindelijk niet hard op, we gaan met 2,7 knopen over de grond. Om 14.00 gaan

we nog maar 1,3 kn. dus nu gaat de motor er bij aan, anders komen we nergens.

De wind komt weer terug, dus we gaan weer onder compleet zeil, niet voor zo lang,

want nu begint het direct zo hard te waaien, dat we de zeilen meteen weer moeten

reven. Even later zetten we ze nog kleiner en nog kleiner. De zee is heftig, de

golven komen dwars in op het schip, de wind schuin van voren en de stroom schuin

van achteren. Om 18.00 uur, als het pikdonker is, kruisen we de Selat Alas, de

zeestraat tussen Sumbawa en Lombok, door de kruisend stroom wordt de ze echt

een kookpot, steile dwarse golven, die met een rotklap tegen de zijkant beuken en

ons een flinke zet opzij geven, waardoor het schip enorm gaat hellen en probeert

terug te sturen. Harde windvlagen, de golven slaan over het dak heen in de cockpit.

Eigenlijk hadden we dit iets anders voorgesteld. Het wordt zo onaangenaam, dat

we de koers tot twee maal toe 20 graden verleggen om wat meer in de richting van

de golven mee te varen, alleen is dat niet richting Lombok. Het blijft chaotisch,

maar dit is beter onder controle te houden. Hoe we morgenochtend het hele stuk

tegen de wind en de stroom gaan doen, zien we dan wel weer. Nu lopen we voor de

golven weg. We gaan flink hard, dus we gaan ook echt ver de verkeerde kant op. En

dan ineens een windshift, waardoor we met de zelfde zeilinstellingen ineens 20

zuidelijker kunnen varen, de goede kant op. In de loop van de nacht draait de wind

nog verder en zo komen we zonder problemen weer in de goede richting, met alleen

een omweg van zo'n 40 Nmijl, dat is mazzel. Eigenlijk gaan we nog steeds te hard,

de nacht is pikdonker en op deze manier komen we te vroeg aan bij de haven in

Lombok, het is dan nog midden in de nacht en de aanvaarroute willen we graag zelf

zien, want die is niet helemaal duidelijk. Maar ook daar wordt de oplossing

aangedragen, van het ene moment op het andere is de wind compleet weg. Dat is

altijd eng, want meestal komt hij dan met dubbele kracht terug vanuit een andere

richting. Maar nee, de wind is gewoon op, het geweld is op, de zee is kalm en de

motor moet aan. Als we de hoek omkomen van de baai, komt net de zon

tevoorschijn achter de bergen van Lombok.


  


Het is inmiddels, dinsdag, 01 oktober 2013, geworden.


We kunnen zo doorvaren naar de Medana Bay Marina, een kleine jachthaven, de

eerste die we in Indonesia tegenkomen, tot nu toe (al 60 dagen sinds New

Caledonia) hebben we meestal in zeer woelige baaien gelegen of we zijn op zee

gebleven. We hebben ons zelf deze luxe beloofd, lekker aan een steiger liggen,

zo aan land kunnen stappen, zoet water om de boot af te spoelen, restaurant erbij.

Dat lijkt ons wel. Maar er lagen al 8 schepen aan de steiger, dus is de jachthaven

vol, maar ook hier werd een oplossing gevonden, we pikken een mooringbal op,

draaien dan het schip om en gaan achteruit tegen de kop van de steiger liggen, net

naast en voor de andere afgemeerde schepen.


  


We gaan ons melden bij de office en dan blijkt dat er ook een restaurant is. Weet je

wat we gaan hier maar eens een kop koffie halen, het is net 8.00 uur.

 

  


We bekijken de menukaart en zien allerlei heerlijkheden voor prijzen, waar je in

Nederland alleen maar van kunt dromen. We gaan direct voor een lekker ontbijtje.

Ik kies voor de verse vruchtensalade met yoghurt (2,50 USDollar) en Roderick

kiest op zijn nuchtere maag voor een Mie Goreng Ayam met sambal (3,50 dollar).

Dit ontbijt hebben we alle dagen herhaald. Heerlijk, heerlijk, heerlijk.


  


Even de douches en toiletten inspecteren, nou lang niet slecht. Versgeplukte

bloemetjes op het hurktoilet, maar ook een gewoon toilet, met een afspoelslang,

met een sproeikop, waar zoveel druk op staat, dat je goed moet opletten wat je

doet.


  


We wandelen meteen door naar het achterliggende dorpje, kleine huisjes, alle

mensen buiten op de veranda aan het werk met de hele familie, ook mooi

geschilderde huisjes, kleine winkeltjes aan huis, grote moskee, paard en wagentjes

als openbaar vervoer, heel veel super flitsende scooters en motoren, loslopende

eenden, kindjes, vechthanen in een rieten kooi buiten en veel losliggende rommel

en meuk, net als overal anders.


  


 


Als we terugkomen houden we een paar uurtjes rust om wat slaap in te halen, want

daar is vannacht niet veel terecht van gekomen. Daarna nemen we de hele boot

onder handen. Alles moet gespoeld, de zoutpegels hangen aan de reling, de lijnen

staan stijf van het zout, de kussens, de kleren, de schoenen, reddingsvesten en

noem maar op. Zo daar knapt hij flink van op, wij ook trouwens. Dan gaan we even

op het strand kijken.


  


 


Je kunt hier ook weer zulke mooie plaatjes schieten, de onderwerpen liggen voor

het oprapen.



Dit is de boot en...                                                    dit is zijn anker....

  


's Ochtends worden hiermee de kinderen naar school gebracht, er gaan toch zeker

6 personen in het bootje.


  


Dan is het de hoogste tijd om naar het restaurant te gaan, er staat nog zoveel

lekkers op het menu, we mogen nog niet plaatsnemen, eerst wordt de hele bodem

rondom de tafels natgespoten. Dat doen ze iedere avond, tegen het ongedierte en

tegen het stuiven.


  


Dit keer worden het sate's en loepia's en mie goreng natuurlijk. We hebben een

gezellige avond, met een Duits Crewmember en een Indiaase internationale

handelaar in cashewnoten. De Duitser werkt op een zeilschip, dat in anderhalf jaar

de wereld rond zeilt, ze moeten zich rot haasten, stoppen alleen voor reparaties en

dergelijke, hebben een halve dag in Kupang doorgebracht, 1 dag in Lombok en

vertrekken morgenochtend om 4 uur naar Bali voor 1 dag. Zo zonde.

Met de Indiase Nandakumar hebben we een leuk gesprek, wij weten niets van de

internationale Cashewnotenhandel en hij weet niets van zeilend reizen. We nemen

hem mee aan boord en Roderick toont hem de kaarten en de apparatuur. Hij vindt

het machtig interessant. Leuke avond.


  


Woensdag, 02 oktober 2013, Medana Bay Marina en Mataram, Lombok.


Niet alleen de hitte maakt, dat je je in de tropen voelt, ook het uitzicht.


  



De visbootjes hier hebben hoge kromme uitleggers, het zijn net langpootmuggen.

Voor vandaag hebben we een taxi gehuurd om ons naar Mataram te brengen, een

stad zo'n 40 km verderop, over de bergen. Je huurt ook hier weer een taxi voor een

aantal uren, de chauffeur brengt je waar je wezen moet en blijft buiten wachten, als

je in de winkels bent of zo. Wij hebben deze van 09.00 uur tot 17.00 uur en dat

kost ons dan 450.000 Rupiah, 45 dollar. Daar kun je nauwelijks een auto zonder

chauffeur voor huren. Maar als je hier iets wilt zien, moet je zeker niet zelf gaan

rijden, het verkeer is zo chaotisch, dus wij kiezen voor de luxe variant van lekker

om ons heen kijken.


  


Het is een prachtige rit, hoog door de bergen, alles is groen, in de velden zijn

mensen met rijsthoeden op aan het werk. Dit voelt echt als ver op reis.

Dan rijden we door het Monkey Forest, het Apenbos, Wauw, dat is leuk, overal

langs de weg aapjes, waar je ook maar kijkt. Ze rennen over de weg, klauteren in

de bomen, hangen in de palen. Natuurlijk maken we een stop.



  


 


Deze luie heer werd eens even heerlijk verwend, hij werd lekker gevlooid, toen het

vrouwtje er mee op hield, sloeg hij op zijn kont, ten teken dat zij er mee door

moest gaan, vervolgens strekte hij zich wellustig uit zodat ze ook de voorkant mee

kon pakken. Herkenbaar?


  


Nou Dame, heb je niets te eten meegenomen voor ons? Dat beviel die kleine

helemaal niet, die begon me nota bene te bedreigen. Ik ben er zelfs voor

weggelopen, want ik voel er niets voor om door een vliegensvlug aapje gebeten te

worden. Het was zo'n fel kreng.


  


We rijden door de bergen langs houtzagerijen met het mooiste hout, Roderick

begint er gewoon van te kwijlen, meubelfabriekjes met de prachtigste bamboe

meubelen, stalletjes met van alles en nog wat aan eetwaar, karren vol kokosnoten,

scooters met een lading van 100 dooie kippen achterop, met zulke grote balen en

uitsteeksels, met 5 personen, met hele kasten overdwars, de Nederlandse Politie

zou in een dag binnenlopen, als ze hier een dagje zouden komen bekeuren.

Moslima's zijn ook van de partij, sexy roze sluier, motorhelm er over heen,

moderne strakke kleren, flitsende scooter , laat die maar schuiven! We passeren

kleine authentieke dorpjes, groene bossen, loslopende koeien, kippen, eenden.

Volgende stop het winkelcentrum in Mataram. We moeten langs een Telkomsel

kantoor om ons internet abonnement te verlengen. We stoppen bij een shopping

mall  met alles erop en er aan, vol moderne winkels. Wat een tegenstelling met het

gebied waar wij vandaan komen. Ook staan er dieren voor de kinderen om op te

spelen. Komt die olifant jullie niet bekend voor? Ooit hebben wij voor onze Mirella

eigenhandig een grote olifant in elkaar geknutseld om op te spelen, alleen die van

ons was duizend keer mooier, maar het model is denk ik van dezelfde ontwerper.


 


We kijken onze ogen uit, echt alles is hier te koop. Dat is lang geleden. We sjouwen

het hele winkelcentrum door, maar geen Telkomsel. Roderick gaat het aan een

taxichauffeur buiten vragen, die ruikt meteen geld. Ja hij weet het kantoor wel, vlak

bij de Airport, stap maar in mijn taxi. Roderick lacht hem uit, Nee zo gek is hij niet.

Oh ja, nou weet hij het weer, hier aan de overkant van de straat... Inderdaad.

Terwijl we bij Telkomsel binnen staan, zien en horen we een processie voorbij

komen, even kijken. Het is een begrafenisstoet met honderden mensen, de kist

wordt gedragen en boven op de kist zit ook iemand. Allemaal muziek er om heen.



We kunnen nog niet weg, want Roderick is bij Telkomsel nog bezig met een stijlvol

verzorgde, zeer slanke (misschien maatje 28?), erg vriendelijke dame van de

service afdeling, die hem precies uitlegt, wat hij moet doen. Ik kan dus ook niet

weg, want we vinden elkaar nooit meer terug in deze chaos. Ik kan de stoet alleen

maar nakijken. Het is indrukwekkend. Als we klaar zijn lopen we de richting op die

de stoet genomen heeft en komen terecht bij een religieuze (Hindu?)

begraafplaats. In het beekje langs de muur, drijft toch een huisvuil en een plastic

zooi, niet te geloven, wat maken ze er toch overal een puinhoop van.

We lopen de begraafplaats op en aan het eind zien we allemaal mensen op de grond

zitten. Pratend, kinderen lopen er door heen, iedereen met een witte blouse aan en

mooi aangekleed. We raken in gesprek met een Indonesisch paar, zij in zo'n mooi

geborduurde doorzichtige Kabaya met niets er onder, heel mooi dat wel. De man

legt ons uit, dat de God nu aangeroepen wordt om de ziel van de overledene te

komen halen. Verderop achter een stenen muurtje is de baar opgesteld met

allemaal mensen erom heen en erover heen hangend. Er worden schalen vol

offergaven bij gezet, en iedereen doet wel iets.



Er zijn zeker wel 300 mensen, ze zitten overal. De mannen dragen een traditionele

hoofdtooi, op een speciale manier geknoopt en veelal met gouddraad versierd.


  


 


We lopen buiten om langs de muren en kunnen zo, met toestemming, wat foto's

maken. Sommige wenken, dat we er rustig bij mogen komen, maar dat vind ik zo

ongepast, dan trekken wij alle aandacht en dat voelt niet goed.


 

 

In een andere hoek verderop zit een traditionele band. Op de grond onder de

bomen is een aantal muzikanten met hamers op soort xylofoons te slaan. Duidelijk

bedoeld om de God aan te roepen.


  


 



Er komen steeds meer karretjes van verkopers met ijsjes, drankjes en om het

feest compleet te maken een groot geroosterd varken.


 


Opde terugweg spraken we nogmaals met de Indonesische meneer, hij vroeg hoe

wij het vonden en ik vertelde hem, dat het bij ons in Nederland er heel anders aan

toe ging, dat het bij ons een treurige ceremonie was, heel rustig ook. Hij legde uit,

dat dit een Celebration of the life, een viering van het leven van de overledene was,

straks wordt hij door de Godheid opgehaald en gaat hij weer een nieuwe fase in.

Het was heel indrukwekkend.

Verder met ons dagelijks leven, de taxi chauffeur zit al 2 uur te wachten en we

moeten nog naar de winkels, laten we die even waarschuwen. Nou, die lag lekker in

zijn auto te slapen, hoezo slapend rijk worden?

We lopen langs een kunstnijverheidswinkel en zien daar deze houtsculpturen. Die

vind ik nou echt mooi. Maar hoe nemen we die mee met het vliegtuig, waar laten

we ze, hoe duur zullen die wel niet zijn? Ze zijn echt mooi, Roderick gaat vragen,

wat ze kosten, er is maar een stel in deze stijl. Als hij met de prijs terug komt, zeg

ik dat hij dat vast verkeerd begrepen heeft. Het is namelijk helemaal met

piepkleine stipjes geverfd, de man is er weken mee bezig geweest en dat geloven

we echt wel. Ze zijn hartstikke mooi. Kortom natuurlijk hebben we ze gekocht, de

man heeft nog korting gegeven ook, we hebben voor de beide delen 425.000 rupiah

betaald, 34 euro. De man blij, wij nog veel blijer. En hier een foto van de artiesten,

zij heeft het gesneden en hij heeft ze beschilderd.


  


Het was een winkeltje naar mijn hart, we mochten rondsnuffelen en passen, dus

ook nog een stapeltje felgekleurde beschilderde bloesjes gekocht voor aan boord.

Dun, fleurig en koel. Dan gaan we met de taxichauffeur nog ergens eten, we hadden

hem gevraagd een locaal restaurantje uit te zoeken. Hij ging weer bescheiden weg,

maar wij nodigden hem aan tafel. Hij is moslim en eet met zijn handen, alleen de

rechterhand, de linker is onrein en wordt niet gebruikt. Nog nooit iemand met alleen

maar 2 vingers en zijn duim zo netjes zien eten. De gegrilde kip werd zo uit elkaar

geplozen, de rijst vermengd, ik had de grootste moeite met beide handen en een

vork.


  


Dan nog naar de supermarkt om flink in te slaan, 24 flessen drinken, traytje bier, en

een hoop spul om de voorraad aan te vullen, tenslotte zijn we nu met de auto.

Daarna via de kustweg over de bergen terug. De spullen aan boord sjouwen en

hoognodig even bijkomen. Het was het dagje wel.


 


Donderdag, 03 oktober 2013, Medana Bay Marina.


Tjee wat zijn we moe van ons dagje stad gisteren. We blijven lekker nog een dagje

langer in de marina. We laten onze dinghy te water, motor erop, we gaan eens even

een kijkje onder water nemen bij het koraalrif. Het koraal is voor ons idee niet mooi,

maar we zien wel een paar hele bijzondere zeesterren. Knotsgroot.


  


Nog even langs het strand lopen. Ik weet wel waar Rodin zijn inspiratie vandaan

haalde voor Le Penseur.



En zoals al gezegd, gaan de kindjes hier in zee in bad, net voor zonsondergang en

dat levert dan zulke tafereeltjes op, zo schattig.


  


En natuurlijk knoop ik een praatje aan met deze charmante heren, want ik wil zo

graag een foto van ze maken. Voor een blonde dame met een grote glimlach en een

paar woorden Indonesisch willen ze best wel poseren.


 


Dan is het weer tijd voor een schilderijtjes zonsondergang en gaan we lekker

weerhet restaurant opzoeken.


  


In het restaurant lopen heel veel gekko's, eentje woont er tussen de palmbladeren

dakbedekking. Hij roept om een vrouwtje. Eerst hoor je wat gekraak, net alsof hij

opgewonden moet worden en dan roept hij luid en duidelijk: Gecko, Gecko. Dat

wordt enorm versterkt door de golfplaten van het dak, dat geeft zo'n leuk effect.

Tot op de boot kan ik hem horen roepen.


  


Dag Medana Bay Marina in Lombok, we hebben hier een paar heel leuke dagen

doorgebracht, alles van de menukaart gegeten en nu is het tijd om weer door te

gaan, morgenochtend vertrekken we naar Bali.


  


We gaan verder onder de knop Bali