Maandag, 11 oktober 2010, oversteek van Albufeira naar Rabat
Woensdag, 13 oktober 2010
 
Eindelijk kunnen we vertrekken. Zondag het schip vaarklaar gemaakt, na een
week in de haven is het meer een woonboot geworden. Alles moet weer netjes
opgeborgen, zeevast en klem gezet worden. Handdoeken in alle kastjes tegen
het gerammel, want daar wordt je gek van als je onderweg bent. Zondag nog
voor de laatste keer Portugees eten en dan zijn we zo ver. Maandagochtend
gaat Roderick nog vers brood halen en kook ik alvast de avondmaaltijd. Dan
nog voltanken, Anneke loopt ook op de kade (vandaar die mooie vertrek-
foto's), hun Beau wordt op de kant gehesen, nog een keer goed zwaaien en
dan is het gedaan met Portugal. We hebben een fantastisch leuke tijd hier
gehad, we hebben echter enorme zin om weer een lekker stuk te zeilen.
 
  
 
  
 
Het golvengebied, veroorzaakt door de storm, trekt weg en als wij
langzamerhand dezelfde richting opvaren, moet het lukken. Het plan was goed.
We hebben op het allerlaatste moment nogmaals de wind- en golvenkaartjes
opgehaald en bestudeerd. Om 12 uur varen we de Oceaan op.
 
  
 
Er zijn best nog behoorlijke golven, maar er is bijna altijd een deining van 2
meter hoog. Een mijl voor de kust zien we een grote vin in het water, met
daaronder iets heel groots. Zeker geen dolfijn. Eerder een kleine walvis of een
grote haai. We konden het niet goed genoeg zien. Maar spannend is het altijd.
Het is zonnig en superhelder. Er is alleen veel meer wind en we gaan als een
speer. We gaan zelfs zo hard, dat we gaan inlopen op het golvengebied. We
draaien zowel de genua als het grootzeil kleiner, en nog kleiner, en nog kleiner,
maar we gaan nog steeds heel snel. De wind doet er ook nog een schepje
bovenop, continue tussen de 31 en 35 knopen wind, 8 Bft dus. Dit veroorzaakt
weer opbouwende golven, die diagonaal op de deining klimmen, bijzonder
onaangenaam. Vooral als het donker is, dan kun je ze niet zien aankomen. Als
hutsgeklutste eitjes raggen we door de nacht. We moeten ook wat uurtjes
voorslapen, omdat we 2 nachten doorvaren. Ik wordt zeeziek wakker, shit!
Voor dat het echt helemaal misgaat, ga ik gauw buiten zitten. Gelukkig zakt
het weer grotendeels weg. Van avondeten komt niets, alleen een stukje droog
brood en wat digestive biscuits. Het wordt een zware avond en nacht. De
deining staat haaks op het schip, je rolt dan van de ene boord naar de andere.
En in een flink tempo achtereen. De windgolven komen diagonaal in, die geven
eerst de boeg een zet en daarna schuiven ze de kont uit positie. De
stuurautomaat moet zich rot werken en gebruikt daarvoor heel veel energie.
Af en toe moeten we een uur extra stroom draaien met de motor. Soms moet
de motor ook bijstaan, omdat de golven ons zo dwars omduwen, dat de wind
uit de zeilen slaat, met een klap komt de wind er dan weer in, en weer, en
weer, en weer. Doodvermoeiend. De volgende ochtend gaat het beter. Helaas
is het helemaal bewolkt, maar het water is een stuk rustiger. Om de 3 a 4 uur
lossen we elkaar af. Onderhand hebben we een verstekeling aan boord. Een
Afrikaans roodborstje. Vloog af en toe een rondje, zocht weer eens een nieuw
plekje. Op het laatst bleef hij op Roderick zijn voet zitten.
 
  
 
Deze nacht is qua zeilen een stuk gemakkelijker, alleen tijdens mijn wacht
probeerden een vrachtschip van de ene kant en een cruise-schip vanaf de
andere kant een sandwich van de Happy Bird te maken. Daar werd ik toch wel
nerveus van. Zeker toen er een oproep over de marifoon gedaan werd, die ik
niet kon horen. Dan weet je niet of je moet uitwijken. Maar uiteindelijk heb ik
Roderick er bij gehaald en konden we contact maken met de kapitein van het
cruise schip. En zoals uit dit stukje blijkt, is ook dit prima afgelopen.
De volgende ochtend vonden we nog een verstekeling, maar die kon niet meer
weg vliegen. Een vliegende vis, die een noodlanding op het dek gemaakt had.
 
    
 
Onderweg bespeurt Roderick nog een aantal dolfijnen. Altijd feest. Na de
tweede nacht kan voor het eerst de gele Q(uarantaine) vlag gehesen worden.
Nu wordt het menens, we zijn nu buiten de Schengengrenzen. Een uurtje voor
de aanloop naar Rabat wordt de Happy Bird opgeroepen over de marifoon. Het
is de Moonrise, die samen met de Wizard net uit Rabat wegvaart. Zij hebben
hier al die tijd verwaaid gelegen. Op de AIS konden zij ons op hun scherm zien
naderen. Wat leuk. Wij konden hun 4 schepen ook over het scherm zien gaan,
in het echt was het net te ver.  Zij vertrekken naar Lanzarote, misschien
komen we elkaar daar weer tegen.
 
     
 
Woensdag, 13 oktober 2010.
 
En dan de aanloop naar Rabat. De Bouregreg Marine ligt in de rivier. De beste
tijd om vanaf zee de rivier op te gaan is met hoog water, in verband met
stroming en ondiepten. Hoogwater is nog in het pikdonker, dus we hebben
gewacht tot daglicht, maar nu is de ebstroom al sterk doorgezet en krijg je
hele rare grondzeeen. Buiten de pieren kun je via VHF 10 de marina oproepen,
die sturen dan een boot als escorte om je door de ondiepten te loodsen.
Als we zicht op de pieren krijgen, zijn we niet echt blij. Er lopen ontzettende
brekers en de ingang is tamelijk nauw. De adrenaline giert bij Roderick door
zijn lijf. Deze tijd is niet echt gunstig....  
 
  
 
Daar komen de hulptroepen al aan. Ze spreken alleen maar Frans. Dus
misschien een tip voor de andere cruisers: pak even het 10 talen
scheepswoordenboek erbij, zodat je kan roepen wat je "tiran d'eau" is.
 
  
 
  
 
 
Achter Roderick kun je zien, hoe de golven van achteraf op ons inlopen en ons
meesleuren. De rubberboot met de marinero's houdt steeds stil, tussen 2
golven in. We volgen ze de rivier de Bouregreg op. Dit geeft echt een Marokko
gevoel. Moskeeen, fortificaties, palmen en een verkeer, niet te geloven zo
druk. Toeterende auto's, autobussen, brommertjes, taxi's. Vanaf de moskee
klinkt de oproep tot het gebed. Allah Akbar.
 
    
 
We worden naar de meldsteiger gedirigeerd, op de kade staat al iemand klaar,
die direct een foto van het schip neemt, daarna komt eerst een serieuze
politieman. Alleen spreekt hij vrijwel geen Engels. We schakelen dus over op
Frans, paspoorten en scheepspapieren inleveren. Straks komt hij met de
"Wowo". De drugshond. Nou we zijn benieuwd.
 
     
 
Ondertussen moeten wij aan boord blijven. De douane komt ook nog langs.
Roderick wordt gesommeerd om bij de politie langs te gaan om alle
formulieren in te vullen. Grote hilariteit weer om Harderwijk en van der Meulen.
Dan weer langs het havenkantoor, weer terug, wachten, dan mogen we de
boot de marina invaren. Daar komen dan de politie en de douane man langs
met de drugshond. Intussen heb ik gauw even het zinnetje ingestudeerd, of ik
een foto van de hond mag maken. De ambtenaren zijn allemaal heel officieel,
keurig in uniform en hebben duidelijk een belangrijke functie. Politie en
soldaten mag je absoluut niet fotograferen, dat is streng verboden, maar de
hond is okay. Ze laten hem keurig op de steiger op zijn plaats zitten en
stappen dan zelf weg, zodat zij niet op de foto komen. Het is een vrolijke hond.
Hij klimt aan boord, moet dan die lastige trap af de kajuit in. Dan vindt hij het
wel weer genoeg en wil er weer uit, wordt weer van de trap afgetrokken om in
de volgende hut te ruiken. Het is wel lachen eigenlijk. Hij wil zo graag weer
naar buiten, hij neemt een sprong op de kuipbank, ik draai mee en maak 'n
foto. Hartstikke leuk gelukt, maar op de achtergrond staat de politieman. Als
we weer onderweg zijn publiceer ik deze wel. Zij hebben namelijk ook het
website adres. De ambtenaren gedragen zich zeer formeel en correct. Dit is de
eerste haven, waar we geen code nodig hebben voor het toegangshek. Er zit
bij iedere gangway een bewaker, keurig in uniform op een stoeltje, vaak onder
een afgeraggelde parasol. Ook bij de parkeerplaats zitten ze, anderen lopen
regelmatig rond. Wij liepen richting kantoortje douane, zonder uitnodiging, en
werden direct terug gewezen. In het douche gebouw waren dames gezellig
kwebbelend aan het schoonmaken en 1 zat er aan het tafeltje in de
toiletruimte aardappels te schillen en in een pannetje te gooien!
's Middags zijn we naar de Kasbah gewandeld. Toch altijd weer een belevenis.
We wilden niet zo ver lopen, we zijn toch wel wat moe, maar we zijn al
slenterend wel erg ver weg geraakt. We waren van plan een taxi terug te
nemen, maar ik wil zo graag alles zien. Dus nog even hier en dan nog even
daar. Eerst moesten we op zoek naar een pinapparaat om Dirhams te halen.
Verder hebben we geen idee wat alles kost. Op een terrasje hebben we
heerlijk zitten te kijken wat er allemaal gebeurt. Rabat is een zeer levendige
stad. Wat een drukte, wat een gedoe, wat een herrie. Maar leuk!
 
  
 
4 kopjes koffie, 4 stukjes gebak, 1 flesje water tesamen 65 dirham. 6,50 euro
ongeveer. Niet slecht. Je kunt hier in een soort snackbar tajine eten voor 17
dirham.  Wij hebben een soort shoarma gegeten, maar dan anders, met vers
vruchtensap van banaan en appel.
 
  
 
Nou Mirel er was geen jurkje bij voor jou! En lelijk dat die poppen waren.
 
     
 
Leuk om het leven hier zo mee te maken. We wandelen door een dure wijk
terug. Ambassades en villa's. Overal bewakingsmensen in uniform, zelfs bij de
stomerij. Uiteindelijk belanden we bij de grote onvoltooide moskee met de
Hassan toren en het mausoleum van koning Mohammed V. Verboden te
toeteren, staat er op alle belendende wegen.
 
     
 
Het Mausoleum is een prachtig bouwwerk. Overal staan wachters van de
Koninklijke Garde. Buiten de poort te paard, voor de ingangen van het
Mausoleum, maar ook binnen in iedere hoek.
 
  
 
  
 
Je mag naar binnen, er is een soort vide, en dan kijk je recht op de tombe van
Koning Mohammed V, daarachter is de tombe van zijn zoon en de andere van
dacht ik zijn broer. De vloeren en wanden zijn uitgevoerd in prachtig in
mozaiek gelegd marmer. De tombe is van gepolijst onyx. Een prachtige
kroonluchter erboven. Heel indrukwekkend.
Met de bouw van de  grote moskee is gestart in 1176 door Sultan Yacoub el
Mansour, na zijn dood in 1179 is deze nooit afgebouwd. Tijdens de grote
aardbeving in 1755 is een groot deel verwoest en alleen de palen staan er nog
en de Hassan toren. Mohammed V heeft de resten geconserveerd en
aangegeven dat hij daar begraven wilde worden, als eerbewijs aan hem is er
een mausoleum voor hem gebouwd, direct aansluitend aan het gebied van de
grote moskee en tegenover de Hassan toren. Vanuit het mausoleum kijk je
recht op deze vlakte.
 
      
 
      
 
Vanaf de berg heb je een mooi uitzicht op de marina en de loeidrukke weg
ernaast. Er wordt flink gebouwd, het moet een soort yuppencentrum worden,
compleet met Spa's, waterskigebeuren, bars, kortom een erg duur opgezet
Waterfront moet het gaan worden.
 
  
 
Maar wat maken de mensen hier een troep. Overal ligt vuil neergegooid. We
liepen over de brug, een brommertje stopte en gooide met een grote zwier
een vuilniszak in de rivier. Werkelijk overal ligt rotzooi. Zo zonde. En ook weer
bij de aanbouw van de weg een wachthuisje met een slagboom. Ze hebben het
er maar druk mee.
 
  
 
Het laatste stuk bergaf en daarna weer langs de drukke weg om de haven
heen, strompelen we naar huis. Tjee, wat zijn we moe, maar wat hebben we
weer een hoop gezien en beleefd.
 
Donderdag, 13 oktober 2010.
 
We hebben nog behoorlijk zere voeten van onze wandeling gisteren, dus
vandaag willen we het wat dichter bij huis houden. We wandelen naar de
Kasbah van Sale, dicht bij de haven.
 
  
 
Een politiefunctionaris regelt de verkeerslichten handmatig, een meerdere kijkt
toe, ook voor hen is er een parasolletje. Achter de grote muur ligt de Kasbah.
 
  
 
Hier achter zijn allemaal woningen en kleine winkeltjes. Nog steeds erg nauw,
maar toegankelijker dan de kasbah van Rabat zelf. Daar zaten ze bijna
alleen maar op kleedjes. We gaan op zoek naar wat levensmiddelen. Lastig
hoor. Wat ze wel veel hebben: banketzaakjes. Heerlijke gebakjes, kleintjes
voor 2 Dirham en grotere voor 5 Dirham ( 1 dirham=0,10 euro) Ik kies
gewoon van alles 1 en lekker dat ze allemaal zijn. Jammie! We vallen helemaal
niet op als toerist....Roderick is vele malen groter en natuurlijk zijn we beide
erg Hollands van uiterlijk. Er komt een grote zwerm schooljongetjes op ons af,
willen ons allemaal een hand geven en aan ons zitten. Daar heb ik het niet zo
op. Ik weet niet zo goed wat we daar mee aanmoeten. Willen ze iets krijgen,
willen ze gewoon aardig zijn of zijn we straks onze portefeuille kwijt. Dus we
wuiven ze vriendelijk weg, beginnen er 2 in het Arabisch dingen tegen ons te
roepen en plotseling gooien er 2 stenen naar ons. Roderick draait zich om,
maakt zich nog wat breder, ze deden het bijna in hun broek! Zijn ze helemaal
gek geworden.
 
    
 
We scoren nog een extra rugzak en gaan dan op zoek naar flessen Pomms.
Dat is een soort appelsap met sprudel, lijkt op Perl van vroeger. We gaan een
kruideniertje binnen en vragen aan een man, die daar iets zit te eten of hij dat
verkoopt. Hij schudt dat we niet bij hem moeten zijn en wijst achter de
toonbank. Daar ligt de kruidenier net zijn middag gebed te doen op zijn
kleedje. Geen wonder dat we hem niet zagen. Af en toe komt hij even boven
de toonbank uit en gaat rustig door. We hebben zeker 10 minuten ernaar
staan kijken, toen rolde hij zijn kleedje op en stond ons te woord.
Bij de volgende kruidenier slagen we, het kost wat moeite om uit te leggen
wat we willen, maar hij heeft Pomms. Kost per fles 8 dirham, dat staat er ook
op. Roderick steekt 6 vingers op, maar hij wijst op de prijs van 8. Nee, we
willen 6 flessen, hij klaart helemaal op, heeft er maar 4 in voorraad, gaat naar
achter en komt nog met 2 aanzetten. Hij ook weer een goede dag.
Bepakt en bezakt lopen we terug naar de haven. 's Avonds willen we in een
van de restaurants aan de havenpromenade gaan eten. Het is hier de dure
buurt. Vooraf kiezen we voor de Bisque de langoustine, een gebonden soep
met een grote langoustine erin, zo heerlijk!!! Wel de duurste soep van de
kaart: omgerekend 3,90 euro. Daarna heb ik een eenpersoons Tajine met
citroenkip en Roderick een Mixed grill op z'n Marokkaans. Vooraf 2 grote
glazen jus d'orange en koffie met een flesje mineraalwater toe. Inclusief de
fooi waren we totaal 30 euro kwijt. Dat zijn de betere dingen!
 
  
 
  
 
Vrijdag, 15 oktober 2010, Rabat.
 
Eerst wat huishoudelijke zaken regelen. We hebben gezeur over onze reis-
verzekering. Een lange brief gestuurd per email, maar er moeten verklaringen
opgestuurd worden. Dus een mooie Marokkaanse postzegel erop en weer 2
uur verder. Hier krijg ik toch het hoela van. Dan de was; laten ze hier nu een
knots van een prachtige wasmachine hebben staan. Voor 5 euro liggen we
vanavond weer in een schoon bedje. Als ik het laatste heb opgehangen, is het
eerste al bijna droog. Dat schiet lekker op. Dan nemen we een taxi naar Chella,
beroemd om zijn Romeinse opgravingen. De taxichauffeur zet ons echter af in
Bab Chella, dat zijn de soukhs daar. Okay daar gaan we weer. Maar deze buurt
is al weer een stuk duurder. Prachtige jurken en djellaba's, maar niet zo erg
draagbaar in Holland, anders hadden we er wel 2 voor Ivar en Pascal
meegenomen. Wel hebben we superverse, rijpe dadels gekocht. Lekker tijdens
de nachtwacht, instant energie! Er komt hier geen eind aan de Soukhs.
Hartstikke leuk, maar nu wil ik verder. De opgravingen zijn vlak bij het paleis
van de koning, dus daar kan ik de weg naar vragen. Nou dat werd nog een
flinke tippel.  Het Palais Royal is zoals bijna alles hier omgeven door een
stevige muur. Wij wilden het eerst een bezoek brengen, maar komen een
beetje krap in de tijd, bij de paleisbewaking vragen we de weg naar de
opgravingen. Het rode gebouw is het paleis, daarachter zie je de minaret van
de grote moskee.
 
  
 
  
 
We lopen om het paleis complex heen, dat is nog een flinke tippel, de koning
mag trouwens ook wel eens wat aan zijn stoepjes laten doen. Het is natuurlijk
een prachtige omgeving, de regeringsgebouwen staan hier ook, er is een laan
omzoomd met fruitbomen, mandarijnen, sinasappels, grapefruits, bananen.
We gaan door de stadsmuur en zien dan waar we naar op zoek waren, de
poort van Chella, aan de overkant van een 6 baans weg. Er staat weliswaar
een politie het verkeer te regelen, maar hoe je naar de overkant moet, staat
er niet bij. Ik zie iets wat op een zebrapad moet lijken en begin gewoon te
lopen. De auto's komen rijen dik aangesjeesd, Roderick krijgt een
hartverzakking, maar ik loop stug door. Tja, het is duidelijk goed afgelopen.
 
  
 
We kopen een toegangskaartje voor een euro en lopen dan naar binnen. Koel,
stil, schaduwrijk, bizonder. Het is een enorme opgraving uit de Romeinse tijd.
Ook gedeeltelijk ingestort door de grote aardbeving van 1755.
Ooievaars hebben nesten gebouwd onder andere boven op de minaret.
 
     
 
Ook is er een bassin met witte palingen. Deze schijnen de vruchtbaarheid te
bevorderen. Vrouwen kunnen ze voeren met "gewijde" eieren, die de palingen
dan lekker opsmikkelen. Ik heb er maar niets in gegooid. Trouwens de
Harderwijker palingen spreken me meer aan, vooral die gerookte....
 
  
 
De opgraving zelf is een wonderschone site. Ik vond het heel bijzonder.
  
    
 
    
 
  
 
Je dwaalt daar echt door de eeuwigheid. We hadden geluk, toen we weggingen
kwamen er net bussen vol toeristen aan. We waren ze mooi voor geweest.
 
 
 
Het gebied zich ook helemaal uit over de heuvels. En die ooievaars, zo grappig,
met die ene had ik een leuk contact. Hij zat boven op de minaret en ik stond
beneden te klepperen en met mijn armen te fladderen. Kijkt hij echt over de
rand van zijn nest heen, van wat is dat nu voor een vreemde vogel... Heeft ie
natuurlijk wel gelijk in, maar leuk dat het was...
 
       
 
Van hier vandaan hebben we weer een taxi genomen, laten we maar duur
doen, weer 90 cent, naar de kasbah, want ik wilde nog zo graag avocado's
kopen bij zo'n vrouw met een karretje. 5 avocado's voor 1,80, nou doe er dan
ook nog maar 2 granaatappels bij. Ook nog een paar Arabische CD's gekocht,
maar ik ben toch mooi voor 1,50 afgezet. Gluiperd. Ik wist dat het gebeurde,
maar wilde ze toch graag hebben. Toen toch maar weer helemaal teruggelopen
langs het water in de hoop een ansichtkaart voor Bart, Cristo en Robin te
kunnen bemachtigen. In heel Rabat zijn we er naar op zoek geweest. Als
laatste redmiddel zijn we naar het Golden Tulip Hotel gegaan, alleen dat ligt
wel weer boven op een berg en dan moet je eerst weer een drukke
verkeersweg over. Maar Missie Volbracht! Dan verder langs het water terug.
 
  
 
Hoe komen we nu zo afgepeigerd? Terug in de haven zien we onze Duitse en
Australische buren in het restaurant zitten, daar voegen we ons gezellig bij.
Snel slapen, morgen vertrekken we naar Lanzarote, er is een prima weerslot.
 
16/ 20 oktober 2010, van Rabat naar Lanzarote
 
Zaterdag, zondag, maandag, dinsdag en een stukje woensdag varen we in een
stuk van Rabat naar Lanzarote op de Canarische Eilanden. We hadden graag
nog een paar dagen gebleven, maar er komt een fantastisch "weerslot" aan
voor een tocht naar het zuiden, waar we gebruik van willen maken.
Het weer in deze contreien wordt steeds slechter en wie weet wanneer we
anders wegkunnen. Rabat vond ik een feestje, zo'n andere cultuur. Ook krijg
je meer begrip voor de Marokkanen die in Nederland wonen, dit is zo'n ander
leven.. We hebben er ten volle van genoten en wat een heerlijk eten... Maar we
hebben deze 3 dagen van onder tot boven volgepropt en ongelooflijk genoten.
Andere Nederlandse cruisers hebben hier verwaaid gelegen, door dezelfde
storm als wij in Portugal, en moesten hier noodgedwongen 3 weken blijven.
Maar ook zij maken van de nood een deugd en zijn de woestijn ingegaan.
 
  
 
Vandaag, zaterdag, vertrekken we dus weer. Eerst om 8.00 uur (in Marokko is
het momenteel 2 uur vroeger dan in Nederland) de paspoorten naar de douane
brengen, dan diesel tanken, kost hier maar 0,70 cent de liter, dan weer door
naar de inklaringssteiger, waar we op de douane moeten wachten en ook hun
hond komt weer op bezoek. Nu om te onderzoeken of we geen drugs mee naar
huis nemen. Ze hebben het er maar druk mee. Roderick is zich aan het
afmelden bij de havenautoriteiten dan krijg ik al bezoek, politie met hond en
een zeer zwaarwichtige douaneman. " Waar is uw man" is het eerste wat hij
vraagt. Van de manier waarop hij het woord tot je richt, ga je vanzelf al
stotteren. Ik nodig ze vriendelijk uit aan boord. De baas blijft op de steiger
staan, de hond, dezelfde vrolijke Duitse Herder, springt weer enthousiast aan
boord. Natuurlijk vindt hij niets. Ik krijg alvast de paspoorten terug en
toestemming om te vertrekken. Vervolgens gaat de hond uitgebreid tegen ons
schip staan plassen, de heren kijken ernaar, maar reageren niet. 's Lands wijs,
's lands eer. Hier nog de verboden foto van de vorige keer. Dit was de agent,
de douanebeambte van vandaag kon zo in een foute film meedoen.
 
   
 
Dan krijgen we een escorte de haven uit. Het hele dek staat vol met
pootafdrukken, de fenders zitten vol zooi van de rivier, die is echt smerig. Nog
aardig wat te klussen straks. We volgen de escorte de rivier af naar zee, op
het moment dat hij ons laat gaan, komt er een zeilboot naar binnen varen. Het
is een identieke boot als de onze. Het is Guido onze Zwitserse buurman uit
Albufeira, hij had al vertelt, dat hij ook naar Rabat wilde varen. Maar zo'n
toeval, op hetzelfde moment de ene Jeanneau Sun Odyssey 40 DS naar buiten
en de ander naar binnen.
 
  
 
En dan zijn we weer op weg, 4 dagen en 4 nachten doorvaren en nog een
stukje van de volgende dag, bestemming Lanzarote. Als we eenmaal op zee
zijn, beginnen we eerst met de grote schoonmaak. De stootwillen zitten vol
drab, het dek staat vol hondepoten, de lijnen hebben in het vieze rivierwater
gehangen. Aan de slag dus, eerst de fenders soppen, dan een voor een de
lijnen uitstromen achter de boot om ze te spoelen met zeewater, vervolgens
het hele dek boenen. Spic en Span gaan we op weg.
 
 
Er is weinig wind, maar nog wel een knobbelige zee met de golven dwars op
het schip. We hebben de zeilen op, de stuurautomaat moet hard werken en
gebruikt daardoor veel stroom. De Raymarine plotters hebben we uitgezet, er
is hier alleen maar water en nog erg diep ook. Wel houden wij de positie keurig
bij in het logboek, via de GPS, zodat in nood we precies weten waar we
gebleven zijn. Af en toe draaien we een uurtje extra stroom met de motor.
 
  
 
Na een prachtige zonsondergang gaan we een paradijselijke nacht in.
Zachtkens gleed ons bootje....in een lichte bries, met kleine golfjes onder een
stralende hemel met miljoenen sterren, de Melkweg en een halve maan.
 
Zondag, 17 oktober 2010, onderweg naar Lanzarote.
 
Gelukkig komt die zon toch steeds weer terug, een wonder waar we iedere dag
weer van kunnen genieten. Lekker dat je weer kunt zien waar je vaart.
's Nachts houden we om de beurt wacht gedurende 3 uur, overdag pikken we
hier en daar nog een uurtje slaap.
 
  
 
Het is tijd om de Gennaker, onze extra grote lichtweergenua ( 99 vierkante
meter, net zo groot als onze zaal 1 in de bioscoop, alleen driehoekig) op te
zetten. We gaan aan de slag, het is altijd een flink gedoe, voordat alles staat.
Hij wordt gehesen in een slurf, op het moment dat hij boven in de mast hangt,
trekt Roderick de cocon omhoog en ik breng direct het zeil op spanning, anders
slaat het overal omheen. Dit keer zat het tegen. Net op het moment dat we
deze manoeuvre uitvoeren, komt er een grote windvlaag en slaan we bijna
plat. Snel alle schoten los, dan gaat de spanning uit het zeil en komt het schip
weer overeind. Alleen zit Roderick voorop op een dansend schip en krijgt alle
lijnen met metalen aansluitingen om zijn harses. He was not amused. We doen
het nog een keer, de gennaker staat prachtig, maar de wind trekt zodanig aan
dat hij na 10 minuten weer gestreken moet worden. Het wordt echt te
gevaarlijk. De golven trekken ook enorm aan, met brekers. Gennaker weer
weg en naar binnen. Wat een gezwoeg voor nop! Bekaf en geagiteerd zijn we.
De golven blijven maar toenemen in hoogte, de wind vlaagt met 35 knopen.
Onder sterk gereefd zeil gaan we door. Vanaf 18.00 uur is het stikdonker, we
racen door de nacht, geen sterren, geen maan, alleen brekende golven, die
tegen het schip beuken en die je niet ziet aankomen, de boot een zet geven,
uit koers brengen, absoluut minder leuk, maar deel van het avontuur.
Naarmate de nacht vordert, wordt het zwaarder in alle opzichten. Na de
kentering van het tij, kunnen we het schip op een gunstiger koers leggen en
surfen we op de golven de goede kant uit. Het schiet wel lekker op.
 
Maandag, 18 oktober 2010, onderweg naar Lanzarote.
 
Het blijft ruig, hoge brekende golven, maar we kunnen continue blijven zeilen.
Alleen je lijf wordt zo moe, continue je spieren aanspannen om in balans te
blijven, ook als je slaapt rol je heen en weer. We liggen in een nest van
kussens. Erg vermoeiend, soms moet je toch iets pakken, wat eten, wat
drinken. Je moet jezelf vasthouden, met 1 hand het kastje opendoen, dat is
opgevuld met handdoeken tegen het rammelen en vallen, dan proberen de
spullen te pakken, (nog steeds met 1 hand). Op het moment dat je de
handdoek er tussen uit haalt, komt er net een golf van die kant en valt het
hele kastje leeg. Je voelt je net een jongleur. Heb je een bordje, zet je dat op
een antislip matje, bordje blijft netjes staan, boterham met jam is er
afgegleden. Ja lach maar! De jam zit altijd op de onderkant! En zo nog 100
voorbeelden. uiteindelijk heb ik een act voor 1 persoon opgevoerd. Ik wilde
wat warms eten, goed gepland, hoe dit aan te pakken. Zittend op de grond de
pannen verzameld. Alles klem tussen benen en kastje. Komt er weer een
venijnige golf, begin ik zelf op m'n kont door het schip te glijden en alle pannen
stuk voor stuk er achter aan. Maar we houden stug vol.
Het is verbazingwekkend: op 60 Nmijl (115km) uit de kust komen we op die
woelige zee een open houten visbootje tegen met 2 vissers erin. De vissers
zijn bijna nog groter dan het bootje. Gewoon onvoorstelbaar en wij maar
klagen!  's Nachts begint het te regenen, maar het is nog steeds een
aangename temperatuur, dus eigenlijk vind ik het wel lekker.
 
Dinsdag, 19 oktober 2010, onderweg naar Lanzarote.
 
Het wordt verder een rustige nacht, de regen wordt minder, de wind wordt
minder, de golven worden minder, vrijwel geen schip tegengekomen. Overdag
gaan we door op de motor. Het wordt een heel relaxte dag. We kunnen weer
met losse handen rondlopen, een beetje in het zonnetje op de kuipbank
doezelen. wat slaap inhalen en normaal eten bereiden.  's Middags de
watermaker aan het werk gezet, dus de watervoorraad is ook weer op peil.
Vervolgens een email gestuurd via het Sailmail programma met de SSB radio,
vanaf de oceaan met onze positie erin. Kijken of dat goed lukt, ook klaag ik
daarin over het feit, dat we nog geen walvis gezien hebben. De email is goed
en wel verzonden of Roderick roept: Kijk nou, wat een rare hoge golf! Het ziet
eruit als een golf die op de rotsen slaat en helemaal omhoog gestuwd wordt.
Maar dat kan hier helemaal niet, het is hier 1600 meter diep. En dan zien we
het weer. Yes! Het is het spuiten van een walvis. De walvis zelf konden we niet
zien, daarvoor was het te ver. Ook kwam er nog een schildpad voorbij
zwemmen en kwamen de nodige vogeltjes meeliften.
 
Woensdag, 20 oktober 2010, aankomst Lanzarote.
 
Om 02.00 uur zijn we ter hoogte van het eiland Lanzarote. De kustverlichting
was al langer te zien, de omtrekken van de bergen kun je in het maanlicht ook
al onderscheiden. Dat hebben we toch maar mooi gefikst. We moeten nog 8
uur verder varen naar het zuiden, waarvan 6 in het donker. Als de zon opkomt
ontvouwt het eiland zich voor onze ogen. Gaaf hoor!
 
  
 
Om de zuidpunt heen, dan weer een stuk naar boven naar Marina Rubicon.
Lanzarote is een vulkaaneiland. Vanaf 8 uur is het weer licht en kunnen we
duidelijk de kraters van de vulkanen onderscheiden. Er is geen begroeiing op
de vulkanen, door de dikke as- en lavalaag. Na het groene en kleurige Portugal
is het even wennen.
 
  
 
Door de hitte van de zon worden de luchtlagen boven het eiland in beweging gebracht. Er ontstaan hele rare wolken, dit levert het volgende futuristische plaatje op.
 
 
De laatste loodjes zijn ook nu het zwaarst, om beurten pakken we beide nog
een paar uurtjes slaap. Roderick gaat met zijn fleece jack nog aan op de bank
liggen, 's nachts heb je behoefte aan warme kleren, je zit je hele wacht buiten,
je lijdt aan slaaptekort, het wordt vochtig. Maar de zon heeft hier zo'n kracht,
binnen een mum van tijd is het binnen 29 graden. Resultaat: gigantische
koppijn. Maar dan begint er voor ons een feestje, vlak voor onze bestemming
komt er een welkomstcomitee van wel 40 dolfijnen aanzwemmen. Niks geen
capriolen, gewoon heel rustig komen ze aan zwemmen. We leggen het schip
stil en aan alle kanten zie je ze zwemmen en hoor je ze proesten. Zo Gaaf!
Zij lijken net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hen.
 
    
 
We zijn weer helemaal in hoera stemming. Een halfuurtje later meren we af in
Marina Rubicon, na exact 4 etmalen. We hebben in deze tijd 485 Nmijl, zo'n
880 kilometer, afgelegd, de meeste tijd onder zeil.
 
  
 
  
 
Eerst afmeren aan de meldsteiger, dan gaat Roderick zich bij de autoriteiten
melden. Dat kost altijd een stief kwartiertje voordat alle formulieren ingevuld
zijn, daarna varen we naar de ons toegewezen plaats. Het is een leuke goed
verzorgde haven en we hebben een mooi plekje aan de A steiger. Eigenlijk
willen we de champagne opentrekken, maar we zijn toch wel moe. Dus even
rustig aan. Maar we zijn trots op onszelf.