Vrijdag, 04 oktober 2013, op weg van Lombok naar Bali.


Bij het krieken van de dag is het gedaan met het luie leven, we gaan weer

onderweg. Het is een kalme zee, dus het wegvaren tussen de riffen door geeft geen

problemen. Om 7.30 uur kunnen de zeilen het alleen aan en gaat de motor uit, even

later moeten ze al gereefd worden. We varen nu ineens aan de wind, 2 uur later

nemen de golven ook wat af en varen we comfortabel richting Bali. Vlakbij de

oostkust van het eiland krijgen we een aantal dolfijnen om ons heen, daar word je

gewoon altijd blij van, zo leuk om te zien. We houden een lekker vaartje totdat de

stroom omdraait en dan gaan we nog maar 3 knopen door het water. Om 14.00

aan we de ankerbaai in, Labuan Amuk, omdat we het niet op tijd (stroming en

daglicht) halen naar Benoa op de zuidpunt van Bali. Dit moet een goede ankerbaai

zijn, maar ik ben er niet zo van gecharmeerd, er liggen tientallen grote schepen

voor anker, waaronder Ferries, vrachtschepen, maar ook tankers en schepen met

als lading LPG gas. In Nederland mag je dan niet eens in de buurt komen. Verder

staat er ook een behoorlijke golfslag in de baai, weet je wat een baai verderop

moet je ook prima kunnen ankeren, op de kaart ziet die er nog gunstiger uit.

Wij daar naar toe, maar in die baai is een reusachtige Terminal gebouwd en de

ingang hier naar toe is heel nauw. De veerboten en passagiersboten varen af en

aan, liggen buitengaats echt op hun beurt te wachten. Dus in dat gedeelte kunnen

we niet ankeren, aan de zij kant ligt een enorm werkschip met naar 4 zijden ankers

in de grond met dikke kabels er aan, rest alleen nog een stuk heel ondiep en in de

branding. Terug dan maar weer naar de Labuan Amuk.


  


De golven gaan flink te keer, we moeten naar een ondieper gedeelte om te kunnen

ankeren, maar daar beginnen ook puntige rotsjes boven water uit te steken. We

varen een beetje in de rondte, dan komt er een locale boot naar ons toe en geeft

aan dat we de mooring daar op mogen pikken om aan vast te leggen. Ha lekker, in

een wip liggen we vast.

Een uurtje later komt er een speedboot langszij, Sorry Sir, maar deze mooring is

van mijn baas, wilt U weggaan. Nee dat willen we eigenlijk niet, maar als dit hun

mooring is, moeten wij dus verhuizen. Jakkes. Okay spullen klaarmaken en daar

gaan we weer, verderop ligt nog een mooring, die pakken we gewoon op en dan

zien we wel. De zee is erg onrustig, blij dat we op een mooring liggen, maar we

hebben lekker geslapen.


Zaterdag, 05 oktober 2013, Bali International Marina, Benoa, Bali.


Vroeg verder, nog 25 Nm te gaan en geen idee wat de stroming nu weer gaat doen.

Een paar mijl boven Benoa ligt ook een mooie ankerplaats achter het eiland

Serangan, daar hebben we veel goeds over gehoord. Als we er langs varen,

kunnen we onze ogen niet geloven, de golven slaan met grote kracht op het rif en

komen dan weer terug vanaf de kust. Geen haar op ons hoofd, die er over piekert

hier doorheen te gaan.


 


 


Wij varen lekker door naar de Bali Marina. Als we het aanloopkanaal in varen,

krijgen we ook een cultuurschok na al die rustige visserdorpjes en onbewoonde

eilanden. Het is een chaos van bootjes, speedboten met bananebootjes met

gillende toeristen erop, met parachutes achter zich, met luchtmatrassen achter zich

aan slepend, die vanzelf de lucht in gaan, met de passagier er op, waterscooters,

boten met duikers, een halve marine vloot en overal vrachtschepen en als kers op

de taart aan de lopende band landende vliegtuigen. Hallo hee, dat is even slikken.


 


 


We hebben ogen te kort, oppassen dat er geen waterscooter op ons klapt, dat we

niet overvaren worden, dat we niet buiten de boeien komen, zelfs niet in de buurt

van de boeien, want de ondiepten lopen door in de vaargeul.


 

 

Op onze kaart staat het allemaal weer knullig aangegeven, dus het is goed

oppassen geblazen, de haven staat bekend om zijn ondiepten. Gelukkig daar is de

marina al, we hadden ze al verschillende malen opgeroepen, maar er is niemand die

antwoord geeft. Ja logisch in de pilot staan de verkeerde VHF kanalen aangegeven.

Nog maar eens proberen op kanaal 77 en ja hoor, dit werkt. Niet dat we er wat aan

hebben, de hele marina is afgehuurd door de Oyster Regatta, dus we mogen er niet

in. We varen wat rond, hebben geen idee, waar nu naar toe te gaan, dan zien we

een vrije mooring, die pikken we op. Het is hier trouwens wel een troep, het is een

echte werkhaven, veel uitlaatgassen, rook, herrie en rommel, rommel, rommel.


 


 


Roderick gaat met de rubberboot op pad naar de havenmeester om te informeren

of we op de mooring mogen blijven liggen, er zit nog een man binnen, die zegt dat

het zijn mooring is, het is okay, het is diep genoeg en of we maar aan hem willen

betalen. De prijs is veel te hoog, Roderick moet echt onderhandelen. Deal gemaakt.

Hij moet er trouwens behoorlijk aan trekken met het roeien tegen de stroom.


 


Als hij weg is, zie ik steeds meer kleur in het water komen, het lijkt wel of het hier

droogvalt. Het zal toch niet.. Nog geen 2 meter achter de boot, na 2 uur hebben we

een 60 cm hoge laag grond rondom ons.


 


Buiten is er alleen maar herrie en zooi, maar de internet ontvangst is prima, dus we

gaan eens even proberen te Skypen met Anita en Rolf. Dat gaat prima, terwijl we

praten, komt er boot aan varen, die ons aan roept: Dit is mijn mooring, ik moet hier

afmeren. Roderick legt uit, dat hij naar de havenmeester is geweest en aan iemand

betaald heeft. Ja niks mee te maken, dit is mijn mooring. U moet weg. Ja meneer,

dat kunt u wel willen, maar we zitten aan de grond... En zo nog een tijdje door. Shit

wat vervelend nou. Een uur later, ik zit te skypen met Mirel, komt er een boot

langszij. Meneer dit is onze mooring... Nog een uur later, komt de man aan wie

Roderick betaald heeft: Meneer ik kom u wegslepen, want ik heb die mooring

nodig... Ja nou moet het niet gekker worden, Roderick heeft zich danig verweerd, ik

heb voor deze mooring betaald, dus is het voor vanavond Mijn Mooring, weg ga ik

niet en weg kan ik niet, want ik zit aan de grond. Wat een gedoe. Morgenochtend

zijn we weg. We zijn dus blijven liggen.


Zondag, 06 oktober 2013, Serangan Bay, Bali.


Half 6 klaarmaken, dan proberen om zonder schade weg te varen, er liggen 3

mooringlijnen onder het schip. We zijn een half uur bezig voor en achteruit te varen.

Nu de toeristenbusiness nog slaapt, kunnen we eindelijk een blik werpen op de

kustlijn van Benoa.


 


We hebben haast, want we moeten zo snel mogelijk naar Serangan baai voordat

het tij doorzet met teveel stroom om door de rifpassage te gaan. We hebben er de

zenuwen van. Als we aan komen varen zien we de dikke brekers al weer. Maar we

hebben via Internet opgezocht hoe de pas precies loopt en waar we op moeten

letten, links langs het wrak en dan tussen de 2 boeien door, de doorgang is maar 10

meter. En gelukkig het gaat als en zijtje. Eenmaal door de pas kom je in een prima

ankergebied, dat vol met schepen ligt, maar we vinden een leuke plek aan de

mooring.


 


's Middags varen we naar de wal om het stadje te bekijken. Het is een klein dorpje,

beetje ommelig, we weten nog niet goed wat we er van moeten vinden. We hadden

een andere voorstelling gemaakt van Bali. Vanuit de toeristenresorts wordt van

alles georganiseerd, maar hier moeten we het zelf uitzoeken. En er is vrijwel geen

informatie te krijgen, geen folders, geen stadsplattegronden. Maar eerst dus een

rondje door Serangan. Als we naar de aanlegsteiger voor de dinghy varen, passeren

we eerst een zeilschip dat op het rif gestrand is. Altijd een trieste aanblik. We varen

kriskras door het veld met boten en kunnen zo mooi zien hoe het roer van zo'n

piratenboot er uit ziet. Het is gewoon een dubbelroer in de vorm van 2 roeispanen.


 


Het stadje ziet er in eerste instantie niet bijzonder uit, tot dat je wat beter kijkt.

Overal bij de huizen kleine tempeltjes, heiligen beelden, heel mooi bewerkte

entree's, veel kunstig houtsnijwerk, goudversierde deuren. En meteen ernaast

bergen vuilnis, kapotte zooi enzovoort.


 


 


Er zijn ook grote tempelcomplexen. Er is , waar je ook maar kijkt, versiering

aangebracht van pandanusblad, palmbladen en bananenbomen.


   


De beelden zijn gehuld in een zwart wit geblokte sarong, dat zagen we bij de

begraafplaats in Lombok ook al en met een dito hoofdbedekking. Overal liggen

offergaven, kleine bakjes van gevlochten bananenblad met wat rijst, een snoepje,

een sigaretje, en bloemetje. De hele stad ligt er vol mee. Voor de lagere goden

worden de offerandes op straat neergelegd, je moet dus goed kijken waar je loopt.


 


Bij de duurdere huizen zijn er speciale plaatsen in de muren ingericht voor de

offergaven. Deze dienen dus om de Goden gunstig te stemmen, je vindt ze dan ook

in de supermarkt, op een druk kruispunt, op het strand. Het heeft wel iets.

 


   


En ieder heeft zijn eigen stijl, deze figuren zijn gewoon leuk door hun lelijkheid.

We zien er heel veel met zo'n gat tussen hun tanden, dat zal wel een speciale

betekenis hebben.


  


Wat je zoal verder ziet: hanen in hun manden op de stoep, heel veel geiten, die

overal door de straatjes lopen. Van die leuke met van die lange oren.


 


Achter een bamboe hek een koe met een pasgeboren kalfje, achter het volgende

stevige bamboehek een enorme stier.


 


Er is dus meer dan genoeg te zien, als je er maar oog voor hebt.


 


Er staan ook richting aanwijsbordjes, welke kant je op moet rennen als er een

tsunami komt. Op belangrijke plaatsen staan ook borden met hoe te handelen als

de waarschuwing voor een tsunami gegeven wordt. Dat zet je wel aan het denken.


 


   


Weer terug bij het strand en ook hier weer een heilig monument, compleet met

lappen en parasolletje.



 


We hebben weer genoeg indrukken opgedaan voor vandaag, dringend tijd voor een

ijskoude Bintang.


 


Als we weer naar de steiger terugwandelen, zien we een granaatappelboom. Leuk.

Het strand wordt gebruikt om te leven, te werken en rotzooi te dumpen.


 


Deze man met zijn prachtig beschilderde rijsthoed, met schildpad, is aan het pieren

steken. Overal worden  natuurlijke materialen voor gebruikt. Dit zeilschip is

opgebokt met zandzakken om de kiel en bamboestokken om hem te schragen. Ze

zitten er met 8 man sterk op te hameren en hij staat nog steeds, bij hoogwater

staat de constructie gedeeltelijk onder water.


 


Als we terugvaren moeten we goed opletten voor de vissers, die overal in zee

staan, met rijsthoeden op, een motorhelm op of gewoon in je capuchonjekkie.


 


aan de overkant staat er een hele rij tot aan de schouders in het water.


 


En dit zijn de boten die hier gebruikt worden, superlichte kano's met hoge gebogen

outriggers. Spinnenboten.

 


Dit waren wel weer genoeg indrukken voor vandaag.


Maandag, 07 oktober 2013, Kuta en Serangan Bay.


We gaan met Etienne en Denise samen met de taxi  naar Kuta. Eens even kijken of

we daar wat toeristische informatie kunnen krijgen. Kuta is hier ongeveer 25 km

vandaan, het staat bekend als een drukbezocht toeristen strand dus daar moet het

dan toch wel lukken. Kuta is inderdaad hartstikke druk en vol toeristen, best wel

prettig, dan we vallen we niet zo op. Het stikt van de kraampjes met kleurrijke

kleding, aparte souvenirs, de verkopers vallen bijna over je heen. Ook stalletjes

met groot Tourist Information op een bord, maar bruikbare tips, ho maar, zelfs

geen stadsplattegrond. Ze sturen ons van het kastje naar de muur en op een

gegeven moment zegt een verkoper, dat hij een plattegrond van het eiland heeft

met de wegen daarop aangegeven. Wat kost dat? 50.000 Rupiah, okay, lever

maar. Ja die moet hij nog even halen, maar hij is over 5 minuten terug. Hij gaat er

vandoor en inderdaad komt hij met een kaartje terug, waarschijnlijk van een ander

stalletje, de prijs staat er nog op, 15.000 Rupiah. Maar een deal is een deal. In

ieder geval hebben we nu een idee welke steden er op het eiland liggen. We gaan

richting strand via de stalletjes, ik sla behoorlijk wat in, iedere aankoop kost alleen

een zee van tijd, je moet afdingen en de prijsafspraken zijn niet altijd even

duidelijk. Maar het meeste is heel betaalbaar en soms kun je over anderhalve euro

of minder een poos door steggelen. En ze willen alles zo'n beetje per 3 stuks

verkopen, dan maken zij een :Good Price for You. Het strand is echt mooi, breed,

goudgeel en met heel hoge golven. We gaan eerst eens wat drinken, je bent hier

iedere twee uur compleet uitgedroogd, iets te eten lusten we ook wel. Nou dat

komt goed uit, hier is een stalletje met sate en mie goreng en met grote

drinkkokosnoten. Nou we hebben echt zitten smikkelen, zelfs nog een tweede

portie besteld. Heerlijk.


 


Dan gaan we een stukje lopen, binnen 200 meter loop je alweer tegen een

tempelcomplex aan. Echt op iedere hoek staan grote tempels, kleine tempels,

huisaltaren, offerplekjes, meditatieplekken, heiligenbeelden. En echt mooi.


 


 


 


Daarna wagen we ons weer in de nauwe bazaarstraatjes, dit keer hebben de

handelaars mazzel, we kopen van alles. Het is weer tijd voor een koel drankje.

Daarna gaan we bepakt en bezakt op zoek naar een taxi, die ons voor een redelijke

prijs naar Serangan terug kan brengen.


Dinsdag, 08 oktober 2013, Carrefour, Kuta en Serangan Bay.


Om 10.00 uur hebben we samen met Etienne en Denise een afspraak met een

taxichauffeur om over een tocht over het eiland te spreken. We gaan ieder met

onze eigen dinghy. Als wij naar de kust gevaren zijn, een plek voor de dinghy

hebben gevonden, hem op slot gezet hebben, de tassen eruit, klautert Roderick

vanuit de rubberfboot op de steiger en scheurt finaal uit zijn broek. Die mag dus nog

een keertje in de herkansing, dinghy van slot, terugvaren naar het schip, omkleden.

Als hij klaar is, wil de buitenboord motor niet starten. Gelukkig kan Etienne hem een

lift geven. In de tussentijd ben ik met een tas wasgoed naar het eind van het dorp

gelopen, dekbedhoezen en zo. Het is lastig afspreken met 3 dames die alleen maar

Indonesisch praten, maar het zal wel goed komen. Uiteindelijk zijn we allemaal

verzameld bij de Yachtclub. We bespreken de wensen en mogelijkheden voor een

rondrit, en natuurlijk de prijs. We komen tot een goede deal voor morgen. Daarna

laten we een taxi komen om naar de Carrefour supermarkt te gaan Serangan ligt

op een eilandje en je hebt dus altijd een taxi nodig om ergens te komen. De eerste

keer in een vreemde supermarkt is altijd weer lastig en kost heel veel tijd. We

moeten zien wat er te koop is, hoeveel het kost, we kunnen nog geen merken

herkennen, enz. Als je die hele zaak van begin tot eind afgewerkt hebt, moet je een

poosje bij de kassa in de rij, het gaat allemaal niet zo snel hier. Met afgeladen

tassen met  boodschappen lopen we over de gammele steiger. Etienne vaart twee

maal om ons met de hele zooi ook aan boord te brengen. Ook weer klaar. Een

uurtje later heeft Roderick de buitenboord motor weer aan de praat en gaat nog

wat zaken regelen bij de Yachtclub. Onze visa moeten verlengd, dat moet minimaal

een week voor de verloopdatum, anders wordt het niet toegestaan, okay, regel dat

maar. Nu is het echter nog veel te vroeg, Nee, dat kan niet. Er moet een gasfles

gevuld, er moet diesel komen. Altijd weer een hoop te regelen.

We hebben inmiddels ook maar een boekje Wat en Hoe in het Balinees gekocht

(Balinees-Engels), want het blijkt, dat er toch grote verschillen zijn, hoe je iets zegt

hier in Bali. Ach, hebben we ook wat te doen.



Woensdag, 09 oktober 2013, Tour over Bali, Serangan Bay.


Om 8.00 uur zitten we al op de wal aan het tafeltje bij de Yachtclub, om 8.30 uur

zullen we vertrekken. Onze chauffeur, Rus genaamd, komt precies op tijd, dat is al

heel prettig. Eerst gaan we naar Denpasar, waar om 9.30 uur in een tempel een

voorstelling gegeven wordt van Barong and Kris Dance, traditionele Bali dansen.

Omdat we als een van de eersten aankomen, kunnen we mooi een kijkje nemen in

de tempel. Iedere keer weer verrassend. Ook hier hebben de beelden weer een

zwartwit geblokte sarong om. Ik moet er altijd weer een beetje om lachen, dan heb

je een woest uitziend beeld met een rokje om.




 


Bij de kassa worden we verwelkomd door deze schoonheid.




 

 

De toegangskaartjes waren trouwens maar 100.000 IDR, ongeveer 8 euro,

daarvoor kregen we een oogverblindend spektakel  voor geschoteld, een uur lang.

Roderick heeft al meteen een paar plaatsen op de eerste rij bezet, mooier kunnen

we het niet hebben. Voor de voorstelling kan ik mooi nog even foto's maken van

het Gambelan orkest.


 


En dan begint het, van het eerste tot het laatste moment zit je ademloos te kijken.

Gelukkig hebben we een papier met het verhaal gekregen, zowaar in het

Nederlands, anders snap je niet wat er allemaal gebeurt.




 


 


 



Op het einde komen de krisdansers op, die volgens het verhaal zichzelf dood

moeten steken. Ze doen dat erg plastisch, ze gaan zelfs zover totdat ze door de

huid heen steken.


 


De muziekinstrumenten.



Het was fantastisch om te zien. Kijken wat de dag verder in petto heeft.



De obligate verkeersregelaar en Roderick in zijn mooie batikshirt.


 


We gaan weer op weg, richting de vulkaan bij Kedisan aan Lake Batur. Een mooie

route over de bergen door de bossen. Onderweg maken we een stop bij een

woodcraftfactory, een houtsnijdersatelier en verkoopruimte. Er staan metershoge

houten sculpturen, de ene nog mooier dan de andere. Hier zijn echt kunstenaars

aan het werk. Gewoon zittend op de grond op een stukje karton maken ze uit de

losse pols de meest fantastische houtsnijwerken. De dames zijn er voor om de

beelden te polijsten en op te wrijven. Nou daar hebben ze ook dagwerk aan, de

beelden glimmen je tegemoet. De leidende verkoopdame verstaat haar vak ook.


 


 


 


 


En weer verder, gelukkig hebben alle taxi's hier airco, dat is echt wel nodig. We

passeren een tempel met ervoor allemaal gouden olifanten. Stop, die willen we ook

zien. De wegen zijn hier druk en overvol, dus dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Maar we lopen gewoon een stukje terug.




 



En verder gaan we weer, blij dat we niet zelf hoeven te rijden, wat een chaos op de

weg en er is zoveel te zien. Volgende stop is de heilige bron Tirta Empul in

Tampaksiring. Op de top van de berg zie je de achterkant van het huis van

voormalig president Soekarno, door een loopbrug verbonden met een huis op de

volgende top van een berg. Geen slecht optrekje.


   


Verboden toegang voor dames, die menstrueren. Wie controleert dat? We moeten

allemaal een sarong om en dan mogen we de tempel betreden.


     


 


Hele familie's gaan in het heilige water, bij iedere waterstraal wordt er gebeden en

natuurlijk ligt het hier ook weer vol mandjes met offergaven.


   


Ik kan best wel even met mijn stomme enkels in het heilige water, wie weet.


 


Dan gaan we de tempel zelf nog even bekijken. Hier ook weer zo'n prachtig

bewerkte deur. De religieuze gongen zijn met zijden doeken afgedekt.


  


In de tempel zelf zitten een vijftigtal vrouwen een soort heilige deegjes te kneden.


 


 


Er zijn nog heel veel mooie hoekjes, gebouwtjes en tempeltjes. Maar dit is

verreweg een van de mooiste plekjes, daar wordt je stil van. Achter de beelden

groep gaat een pad steil naar boven de berg op, dwars door het welig tierende

groen. Zo ongelooflijk mooi.




Daarna langs de obligate winkeltjes en stalletjes. Eigenlijk had ik die hier niet

verwacht, maar vol echt leuke souvenirs en hebbedingen. Hier komt een

verkoopmeisje heel bescheiden vragen of ik een sarong wil kopen. Maar ik heb al

zoveel doeken, maar zij brengt het zo schattig. Buy it for Good Luck. Tja daar kan ik

niet tegenop. Als ik haar betaal slaat ze met het geld tegen de goederen aan als

dankgebedje. En op naar de volgende, vandaag hebben we heel veel voor Good

Luck gekocht, maar omdat we eigenlijk niets meer wilden kopen, konden we nu

echt goed afdingen en blijkt maar weer dat we voorheen gewoon te veel betaald

hebben. Maar al die kleine bedragjes maken ook een grote berg, dus we moeten

eerst straks weer langs een geldmachien, anders kunnen we niet eens de taxi meer

betalen. En veel kleine aankopen maken ook letterlijk een grote berg, het wordt nu

echt een probleem, dit naar Nederland te krijgen. We hadden oorsponkelijk het plan

het schip te verlossen van overbodige spullen, die we in Anjum goed kunnen

gebruiken en niet te vergeten een lading schelpen, maar zo te zien mogen we blij

zijn als we alleen de souvenirs meekrijgen. En als klap op de vuurpijl besluit

Roderick een sarong voor zichzelf te kopen, compleet met sjerp en hoofdtooi. Er is

er een die mooi bij zijn batikhemd past. De verkoopster "tuigt" hem op en eerlijk is

eerlijk, het staat hem fantastisch. Hij loopt er bij als de Koning van Bali.


   


De Balinezen vinden dit niet gek, die reageren juist heel positief, ze roepen hem,

steken 2 duimen op, de wat hogere ambtenaren en officials komen hem de hand

schudden. Verder op pad naar Lake Batar en daarnaast de vulkaan Mount Batar.

Een nog levende vulkaan, de laatste uitbarsting was in 1994, het zwart op de

helling is dan ook lava.


 


We gaan in een restaurant lunchen met uitzicht op dit schitterende panorama. De

lunch was wat ons aangaat niet zo'n succes, een groot buffet, het eten smaakte

best wel, maar vrijwel alles was koud, ook al stond het op rechauds, veel vliegen,

daarbij betalen we 3 keer zoveel als anders, dat zijn we beter gewend.


  


  


We gaan op de terugweg, maar Rus heeft nog een heel mooi plekje voor ons in

petto, een diep dal met rijstvelden. Een schoonheid van een plek.


    


Beide batterijen van mijn fotocamera zijn inmiddels leeg, maar gelukkig kan Denise

ook heel mooi fotograferen.


 

 

Met een hoofd vol indrukken gaan we op de terugweg. Het verkeer is nog

chaotischer, het is spitsuur, er worden om ons heen halsbrekende toeren

uitgehaald.  Rus is een prima chauffeur, die ons rustig langs alle gevaren loodst.

We rijden nog langs het Monkey Forest, maar we willen er niet meer uit, langs het

paleis van de Koning van Ubud, nee, laat maar, door de superleuke winkelstraten

van Ubud, Nee een andere keer en komen net voor donker terug in Serangan.


Donderdag, 10 oktober 2013, Serangan.


Vandaag blijven we gewoon thuis, even bijkomen. Wel wil ik nog even onze nieuwe

huisgenoot voorstellen:  Ganesh, God van de Voorspoed en Beschermer van

de Reizigers.


  


Vrijdag, 11 oktober 2013, Benoa, Kuta, Serangan.


Eenmaal op de wal laten we een taxi komen, we moeten naar Benoa Harbour, naar

de Port Captain voor onze clearance. De taxichauffeur zet ons af bij de Terminal

voor de Cruiseschepen, maar daar zijn we verkeerd. Binnen vragen we wat rond,

maar er wordt alleen maar Indonesisch of Balinees gesproken, dus daar komen we

niet mee verder. Niet alleen spreken ze op Bali een andere taal, hier heerst ook het

kaste-systeem, de hoogste kaste, de Brahmanen gebruiken heel andere woorden

en zinnen als de laagste kaste van de rijstboeren. Ook als je de mensen aanspreekt

moet je daar rekening mee houden, er wordt veel belang aan gehecht, dan houden

wij ons liever op de vlakte met een paar woorden Indonesisch en verder Engels. We

lopen dus verder langs de haven te zoeken, er komt net een politie auto aanrijden,

daar kunnen we het mooi aan vragen. De politieman stapt heel beleefd uit om ons

aan te horen, maar hij wil ons naar Immigratie sturen, Nee daar moeten we niet

zijn, we moeten naar de Office of the Portcaptain. Eigenlijk weet hij het antwoord

niet, maar een oplossing heeft hij wel. Stap maar in de politie auto, dan vraagt hij

het per mobilofoon en brengt ons even. Nou dat is natuurlijk wel heel aardig. We

zijn aangekomen bij de haven gebouwen, Nou meneer de politieman, Terimah Kasih

Banyar!


  


Maar we zijn weer bij het verkeerde gebouw, maar nu begeleidt een medewerker

ons naar een gebouw verderop. Hier moeten we inderdaad zijn.


  


Een half uur later hebben we alle stempels weer binnen. We willen nog een dagje

naar het strand van Kuta, we proberen een Bemobusje te vinden, anders moeten

we weer een taxi zien te treffen. We kunnen geen taxi bellen, want ons

telefoontegoed is op. Binnen 30 seconden stopt het eerste busje, die wil ons wel

brengen voor 150.000 Rupiah, die is gek, dit is een goedkoop vervoersbusje met

afgeraggelde bankjes, die meer dan twee maal zo veel vraagt als een luxe taxi met

airconditioning. Roderick is heel standvastig, busjeschauffeur druipt af, komt even

later weer achter ons aan, Sir, Sir, 100.000 Rupiah. Nee dat doen we niet,

maximaal 50.000 Rupiah. Nou vooruit dan, dat wil hij dan wel doen, maar ineens is

het dan weer 50.000 per persoon. Nou Meneer, vergeet het maar. Dus wij lopen,

volgende Bemobusje. De hele onderhandeling begint weer overnieuw. Eigenlijk wil ik

gewoon een taxi, maar zie daar nu maar net tegenaan te lopen. We gaan dus met

een Bemobusje voor 50.000 Rupiah, met airco? Ja hij rijdt gewoon met de deur

wagenwijd open over de snelweg. Je stikt van het stof en van de uitlaatgassen,

maar we moeten er eigenlijk wel om lachen. Een half uur later lopen we in Kuta.

We vinden direct een winkel om het telefoon tegoed op te toppen, dus dat is

geregeld. En ook hier zie je weer, wat Roderick een ongelooflijk grote kerel is

vergeleken de locale bevolking.


  


Ook hier weer heel positieve reacties op Roderick zijn outfit. De politie houdt het

verkeer voor hem tegen, er worden weer diverse keren handen geschud. We

wandelen de stad door op weg naar het strand. Zelfs de Nederlandse toeristen, die

we laatst hier in Kuta gesproken hebben, komen gauw overgestoken naar onze

kant om Roderick te bewonderen. Bekijks genoeg weer, maar erg geslaagd.


  


De golven van de Indische Oceaan zijn erg woest, er wordt veel aan brandingsurfen

gedaan. Het strand is mooi breed met palmbomen en andere schaduwrijke bomen,

overal terrasjes en verkopers. Het strand lijkt geel, maar er zit een deel zwart

lavazand doorheen, dat verschrikkelijk blijft plakken. We wilden weer een sate gaan

eten bij dat kleine tentje, maar dit gaat pas om 13.00 uur open. Nog even geduld

hebben dus, kan ik mooi even zwemmen, ik heb niet voor niets mijn badspullen

mee lopen slepen.


  


Verder dan pootje baden kom ik niet, de golven hebben zo'n kracht. Ik sta tot mijn

enkels in het water en wordt al over de grond gesleurd. Het strand loopt steil op, de

golven trekken zich ook met heel veel kracht terug. Ik moet me echt voortdurend

schrap zetten, na een golf sta ik al zeker 20 cm diep in het zand. Ik blijf echt

helemaal aan het randje en Roderick zit op het strand in de startblokken (sarong

uit, korte broek aan). Het is wel even heerlijk opfrissen, alleen als ik er uit ga, zit ik

vol zand in alle kieren en naden. We weten hier een openbare douche te vinden

waar ik netjes in mijn sarong gewikkeld onder ga.


 


Dan wordt het tijd voor de sate. Kom maar op, we hebben er zo'n zin in. Nog geen

sate, we nemen alvast maar een drankje en daar komt de eigenaar van de

satekraam aan op zijn motor. Twee enorme zijtassen met daarin de emmer voor

bewerkte sate, daarboven op een baal joekels van drinkkokosnoten.

Meneer is helemaal blij, dat we weer teruggekomen zijn. Ja,  maar U heeft ook de

beste sate! Hij helemaal glimmen.


 


 



 

 

We hebben ons buikje weer rond, we lopen langs het strand nog even naar de

winkeltjes. Dan zien we een Hindu ceremonie op het strand, compleet met

priesters, muziekinstrumenten en offergaven, zeker wel 50 man totaal. Die totale

integratie van de religie in het dagelijks leven is zo bijzonder.


  


 


  


Een uurtje later wordt de hele handel weer opgepakt, de muziekinstrumenten gaan

in de laadbak van de pickup truck, tent mee, offergaven mee om bij de tempel te

leggen en weg zijn ze..


  


 


Ook voor ons de hoogste tijd om op te krassen. We moeten nog een keer door het

centrum om weer een paar miljoen uit de machien te trekken. Morgen wordt de

bestelde diesel geleverd en hier moet je alles met contant geld betalen, dus de

miljoentjes vliegen er vandoor.


  


Onderweg komen we nog een leuke bank tegen voor het Bubba Gump restaurant.

De bank van Forrest Gump (film met Tom Hanks), met daaronder zijn

hardloopschoenen en op de bank zijn koffertje en een  doos chocoladebonbons. Life

is like a box of chocolates, you never know, what's in it.


  


Bij de entree van het restaurant ligt een deurmat met daarop geschreven: Stop

Forrest, Stop! Erg origineel. Nu nog een taxi opzoeken, steggelen over de prijs en

dan weer terug naar de ankerbaai in Serangan.


Zaterdag, 12 oktober 2013, Serangan Bay


Even een dagje kalm aan, de hitte is uitputtend, wel wordt er vandaag nog 200 liter

diesel gebracht. Om 11.00 uur komt er een bootje langs om te vertellen dat ze wat

later komen, het is nu bij het tankstation nog te laag water. Ze moeten met een

bootje langszij dan jerrycans op de kant vullen en met het bootje naar ons

toebrengen.bWe hebben verder geen plannen, dus het maakt ons niets uit. Twee

uur later komen ze inderdaad, jerrycans aan boord slepen, boven op elkaar zetten,

slang in de opening van de jerrycan, opening met een prop dichthouden en flink erin

blazen, dan gaat de diesel vanzelf overhevelen naar de tank door de overdruk.


  


Dat was het voor vandaag, we hebben lekker in de hete schaduw liggen lezen, ik

ben zo moe. Om 18.00 uur een schitterende zonsondergang, 18.15 uur pikdonker

en om 19.00 uur liggen we in bed.



Zondag, 14 oktober 2013, Serangan Bay.


Iedere dag heet, meer dan 32 graden, laat in de nacht koelt het af naar 28 graden,

vrijwel windstil en alle dagen droog. De zonnepanelen doen het prima, maar de

windgenerator levert nu helemaal geen electriciteit, de koelkast staat de hele dag

te loeien, de computers moeten opgeladen en 12 uren van het etmaal is het

donker, dus de verlichting moet lang aan en verder moet er water gemaakt worden.

We zijn superzuinig met de energie, maar de accu's kunnen dit niet bolwerken, we

moeten dus regelmatig stroom draaien. Als dan toch de motor draait, laden we alles

meteen op, wat er maar op te laden is. We leven dan ook volgens een strakke

planning. Want als de motor draait, hebben we ook meteen weer heet water tot

onze beschikking, dus dat is ook meteen weer de tijd om af te wassen of eens

lekker onze haren onder de douche te wassen. Verder douchen we met koud water,

hoewel koud? Er drijft hier in de baai veel troep in het water, plastic zakken, balken,

papier, oude lappen, touwen, wat zeeslangen er tussen, verder liggen we met een

groot aantal schepen in deze baai, scheuren er een aantal visboten heen en weer,

dus dat nodigt niet uit tot zwemmen. Met watermaken moeten we ook een aantal

zaken goed in de gaten houden, waar je nog nooit bij stil gestaan hebt. Vorige week

was weer een of andere religieuze dag voor de Hindu's, zoals hier zo vaak is, maar

deze keer werden de overblijfselen opgegraven van mensen die 3 jaar geleden

overleden en begraven waren, bij een grote ceremonie werden die verbrand en de

as onder andere bij ons in de baai verstrooid. Dan maken we toch liever even een

paar dagen geen water. Wie denkt daar nou aan, als je een watermaker aanschaft?

Je kunt hier wel een waterboot laten komen, maar die komen met een groot vat

water van zo'n 300 liter, maar je weet niet hoelang dat water er al in staat en waar

het vandaan komt. We kopen dus voor direct gebruik dozen mineraal water (er

gaat momenteel zo'n 8 liter per dag doorheen aan glaasjes koud water) en ons

eigengemaakte water gebruiken we voor het koken, de koffie en al het andere.



Maandag, 15 oktober 2013, Seranganbay.


Geen wonder dat ik zo moe was, vanochtend om 4.00 uur werd ik wakker met

verschrikkelijke buikkrampen. Twee dagen terug dacht ik nog, wat een mazzel de

laatste jaren nog geen diarrea of voedselvergiftigingsproblemen gehad. Nu ben ik

dan aan de beurt. Snap het niet, we hebben juist thuis gegeten deze dagen en vers.

Werkelijk hondsberoerd, honderd keer naar het toilet en ik val bijna flauw van de

kramp. Wat verhoging, maar dat is niet zo verwonderlijk natuurlijk. Ik kijk het 1

dag aan, anders ga ik morgen direct een dokter opzoeken. Het valt niet mee met

deze hitte. Volledig uitgeteld en toen ik per ongeluk in de spiegel keek, keek een

104 jarige terug.



Dinsdag, 15 oktober 2013, Seranganbay.


Zo te zien ga ik het wel redden, voel me weliswaar nog hondsberoerd, maar

absoluut minder rot dan gister. Streng dieeet van Norit, droge rijst, water, wat

extra zout en suiker. Nog steeds wat verhoging, maar niet verontrustend. Ik word

er alleen niet gezelliger op. Niets aan te doen. Aan het eind van de dag kan ik zelfs

wat brood eten, Roderick heeft in het dorp wit casinobrood zonder korst op de kop

getikt (voor sandwiches) en daar heerlijke boterhammetjes van gemaakt, mooi in

hapklare kleine stukjes, die vielen prima.

In de namiddag kwamen onze Australische buren (Nick en Erica) nog even een

drankje drinken. Volgens Australische gewoonte nemen ze dan hun eigen drank

mee, hun eigen glas en ook nog een schaaltje lekkers. Dat kwam me deze keer wel

goed uit.

 


Woensdag, 16 oktober 2013, Serangan Bay.


Nou ik ben er weer, maar we doen nog geen spannende dingen. Even kassie an.

Even met Roderick de wal op geweest om te kijken of onze bestelde (mist)hoorn al

aangekomen is. Nee, hij is onderweg. Als we terug bij de rubberboot komen, gaat

Roderick zijn telefoon, de bestelling is aangekomen. Okay, weer terug.

Eigenlijk zijn het gewoon 2 metalen toeters, maar prima, alleen nu een plaatsje

vinden om ze te bevestigen. Roderick heeft een mooi plan uitgedokterd, we

bevestigen ze boven op ons stalen hekwerk net voor de zonnepanelen, dan kunnen

ze vanuit de stuurstand bediend worden. Alleen moet er dan wel een kabel

getrokken worden, die helemaal achter op het schip naar binnen komt, dan langs

het plafond van de hut en vervolgens in de stuurstand weer naar boven moet

komen. Alleen moet dan wel die hele hut leeggetrokken worden, want je kan er niet

bij, Alleen moet dan een gedeelte van de tweede hut leeggehaald worden, want

daar staat Roderick zijn gereedschap. De draad trekken ging uiteindelijk heel

soepel, Roderick ligt opgevouwen onder het laagste deel van de kajuit, in de

smoorhitte en ik trek hem buiten door. Dan de hoorns monteren, alle draden

aansluiten, alles prima. Zo dat is een meevaller. De console met alle meters weer

netjes monteren, klaar. Hee, maar nu doet nog maar 1 hoorn het. Hoe kan dat nou?

Alles weer open, alles weer doorgemeten, alles klopt, maar nog steeds gebeurt er

iets raars. Na lang zoeken blijkt dat 1 hoorn kortsluiting maakt, die moet dus

teruggebracht. Kun je in een zaak waar mondjesmaat Engels wordt gesproken

uitleggen, dat die ene hoorn niet goed functioneert, dat die terug moet, dat ze direct

en nieuwe moeten opsturen, omdat we binnenkort vertrekken, dat je niet van plan

bent om die tweede nu ook weer te demonteren enz. enz. Nou maar zien hoe het

gaat. Alle zooi weer in de hutten stouwen. Weer een dag verder. Voor morgen

hebben we weer een hele dag een taxi gehuurd om een ander deel van Bali te

bekijken. Er was regen voorspeld, maar ik denk niet dat dat gaat lukken.



Donderdag, 17 oktober 2013, Balitour, Serangan.


Vandaag weer een taxi gehuurd voor de hele dag. Voor de cruisers na ons, wij

maken gebruik van taxichauffeur Rus, goed engelssprekend, behulpzaam, kosten in

principe 500.000 IDR, uiteraard eerst een prijs afspreken, voor een hele dag van

9.00 uur tot 18.00 uur, zijn telefoonnummer is +6285238883002.

Terwijl we op hem wachten, zien we een aantal mensen de offergaven voor

vandaag presenteren. Er komt een jonge man en vrouw op de scooter aangesjeesd,

zij natuurlijk superslank, mooi in kabala en sjerp, hij in de obligate geblokte sarong

met witte bloes, bakjes offergaven bij zich. Bij de beeldengroep gaan zij in gebed,

doen een aantal rituele handelingen, het is zowel plechtig als aandoenlijk. Zij doen

het met zoveel overgave en dan is het weer klaar, springen ze op de scooter en

gaan aan het werk. Dan komt alweer de volgende.


 


We hadden op voorhand al een heel plan gemaakt van de mogelijke route en wat

we wilden bezichtigen, maar gisteravond kregen we ineens een veel beter idee. We

varen nog steeds rond met onze gecrashte HP laptop, als we nou eens proberen om

hier een harddiskdrive te kopen. Rus weet overal de weg en kan mooi voor ons

tolken. Dus plan omgegooid, laptop mee en eerst naar Denpassar, de hoofdstad van

Bali. Zoals iedere hoofdstad is het hier superdruk, overvol, chaotisch, maar er is

letterlijk alles te koop. De computerwinkel is nog gesloten, dus gaan we eerst naar

de Pasar, de markt. De markt wordt overal aangeprezen, maar helaas was hij aan

Roderick niet besteed. De waren staan overal hoog opgestapeld, de kakkerlakken

tieren welig, de doorgangen zijn 70 cm, die heeft Roderick alleen al voor zijn

schouders nodig en hij moet voortdurend bukken om niet met zijn hoofd ergens

achter te blijven hangen. Voeg daarbij een hoofd vol laptop en vrouwen die direct op

hem afvliegen om hem van alles en nog wat aan te smeren. Hij werd er gek van (en

sacherijnig ook). We hebben er een kort bezoek van gemaakt.


  

 


Op naar het computerzaakje, ergens in een volksbuurt, kapot wegdek, overal

gaten, ongure hoekjes, steegjes, stalletjes. Roderick gaat in onderhandeling en ik

ga een beetje de buurt verkennen. Voel me niet helemaal happy hier, maar dat

verandert snel, ik vind een piepklein kapperszaakje. Hup, wie niet waagt, die niet

wint. De kapster spreekt geen woord Engels, dus ik met mijn vingers mijn haar

knippen. Ja dat kan. Hoeveel kost dat? Nog eens en nog eens. Schrijf maar op. Dat

doet ze. 35.000 en nog iets erachter. Nu zijn we al heel vaak tegengekomen, dat ze

de laatste 3 nullen weglaten omdat dat zo'n gedoe is. Dus ik schrijf 35.000.000?

Dat is 35 dollar, dat vind ik wel pittig voor hier.

Nee, begint ze te lachen, 35.000. Dat is omgerekend in Euro's 2,80. Dat wil ik wel,

maar dan moet ik even mijn man waarschuwen, dat ik hier ben, ik ben in 5 minuten

terug. Ze snapt er niets van, maar ze begrijpt dat ik terugkom.

Als ik binnen een paar minuten terug ben, vind ik de deur op slot. Ach nee he, dat

zal toch niet. Hij is echt op slot. Rammelen, kloppen en ja daar komt ze blij lachend

aangehold. Of ik het haar ook gewassen wil hebben. Ja graag, ik zweet me rot en

heb al een halve dag achter de rug. Okay, volgt u me maar. Ze brengt me naar

achter, langs de wasbak, Nee nog verder, een donker gangetje door, een nog

obscuurder gangetje door, Nee verder, verder. Waar ben ik nu aan begonnen? Door

de achtergangetjes van andere winkeltjes, wat een meuk overal. We eindigen in

een kleine supermarkt. Ik snap er niets van, maar even later wordt het duidelijk. Ze

is in tussentijd naar deze buurvrouw gerend om te vragen voor ons te tolken. Dus

ik in de winkel uitleggen wat ik precies wil, Nou dat is niet zo moeilijk, het haar moet

gewoon een stuk korter, ik word gek van dat uitgedroogde touw. Nu snap ik ook,

wat het echte probleem was, voor wassen komt er nog 15.000 rupiah bij en ze was

bang dat ze dat niet aan mij uit kon leggen, omdat we al een prijsafspraak gemaakt

hadden. Dus als de kapster klaar is, moet ik haar 50.000 rupiah (4 euro) betalen,

aldus de dame van de supermarkt. Dan steek ik beide duimen op en roep Bagus.

Okay dus. Zij blij, ik blij, dan weer terug door het doolhof van gangetjes.  Ze wast

het professioneel,  knipt het prima, doet er een soort mousse in, vervolgens spuit

ze een soort tonic over mijn hoofd en geeft me een heerlijke hoofdmassage. Dat

mag ook wel voor dat geld!!! Intussen is Roderick ook gearriveerd. Nog even

samen op de foto en klaar. He, lekker!


  


Maar hoe is het nu afgelopen met de laptop? Nou die is om 17.00 uur klaar, dan

kunnen we hem ophalen. Kosten 1.000.000 Rupiah, 85 euro. Nou dat is een gok die

we wel kunnen nemen.

Hoe gaat het plan dan nu worden? We gaan eerst maar even lunchen voor we naar

de tempel in Mengwi gaan. Rus, we willen naar een lokaal restaurant. Lusten jullie

sate? Want dan wist hij het beste tentje, Rus is moslim, dus dat wordt sateh

gambing, geitensate. Het tentje zit afgeladen vol, er staan 2 lange tafels, drankjes

en kroepoek en dergelijke in het midden, je bestelt de sate en je rekent na afloop

af, wat je verder gebruikt hebt. Nou laat maar komen, ieder portie wordt apart

boven de houtskoolgrill gemaakt, maar wat in Nederland een portie voor 3

personen is, krijg je hier in je eentje. Heerlijk mals in een ketjap saus. We hebben

weer gesmuld. Wij inviteren ook altijd de taxichauffeur om mee te eten, geen idee

van de prijzen hier, maar dat zal wel meevallen. Dat deed het zeker 100.000

rupiah, 10 us dollar= 8 euro voor 3 personen inclusief de drankjes en een bord

soep/saus en 2 zakken kroepoek. Leuk toch.


  


Dan gaan we op weg naar de tempel Pura Taman Ayu in Mengwi, gebouwd in 1634

door de Koning van Mengwi ter ere van de Koninklijke Voorouders (Ancestors) en

natuurlijk ook ter ere van de overige Bali goden.  Toegangskaartje kopen, 15.000

rupiah, en dan mogen we door, we krijgen direct een paraplu uitgereikt tegen de

zon, dat is lekker. Uiteraard zijn we netjes gekleed voor de tempel, we komen

regelmatig toeristen tegen in hotpants en een bloot naveltruitje, dat vind ik toch zo

onfatsoenlijk. In sommige tempels worden ze dan ook geweigerd en terecht.


  


 


Het is echt bloedheet, op het schip hebben we altijd nog wel wat verkoeling, maar

hier is de hitte geabsorbeerd door de stenen. Phoe! Leve onze parasol. De

Balinezen zelf hebben het ook heet. We komen langs een soort kunstgalerie,

schitterende schilderijen, de artiest/ verkoper ligt te snurken. Dat zie je heel veel,

dat de mensen gewoon in hun winkel op straat liggen te slapen, als je ze nodig

hebt, maak je ze maar wakker.


  


De tempel is gedecoreerd met hoge majestueuze torens, Merus genaamd en het

allerheiligste is omgeven door een  waterpartij met (heilige) vis en lotusbloesem.


  

Witte lotus                                                        Rode lotus

 

en Blauwe Lotus


Dit zijn de beelden waar de waterkant mee versierd is, zeggen ze nog dat ik scheve

tanden heb....


  


De Merus zijn echt hoog.

 

  


 


De heilige poezen hebben het hier ook naar de zin met al die heilige vis en lekkere

hapjes uit de offergaven.


  


De tempel staat in een parkachtig landschap in sommige hoeken staan

ornamenten met daarin en mooie haan.


    


We maken onze wandeling af en gaan dan op weg naar de koele airconditioned taxi.


 


Onderweg staan er natuurlijk stalletjes: Sir, Sir! Hallo! Want a drink Sir? Ze blijft

maar zwaaien, roepen en lachen. Nou vooruit dan maar, ook dit is een stukje

ontwikkelingssamenwerking. Je loopt erbij als een rijke Balinees of niet. Meteen

gaan nummer 2 en 3 ook meedoen. Maar deze dame heeft gewonnen. Er zijn hier

zelfs groene afvalbakken neergezet, er gaan alleen andere dingen in dan bij ons.


  


Onderweg passeren we nog een gebouw met grote gekleurde beelden, van die rare

weer. Even kijken, het is een museum. Laten we kijken wat het kost. Bij de

ticketoffice zien we alleen een harig bloot been op de desk, de kaartjes verkoper

ligt te snurken. We worden er een beetje ballorig van en sluipen er voorbij, even

stiekem gluren. Alle deuren staan open, ze zijn alleen afgedekt met zwart plastic.

Het zijn allemaal godenbeelden, maar er lopen wel heel rare tussen.


  


We hebben de beelden eens goed bekeken, er zijn echt heel vreemde beelden

tussen, de meeste hebben afschrikwekkende gezichten, borsten op rare plaatsen of

blote voeten met een grote teen van 20 cm, heel vreemd. We gaan weer naar

buiten, bij het wegsluipen stappen we op een droog blad en meteen schiet de

kaartjesverkoper overeind. We willen eigenlijk best wel betalen, maar het blijkt een

hele mechanische show te zijn en daar hebben we geen zin in, want we moeten

verder. Dus met de smoes dat we dachten dat dit bij de tempel hoorde, gingen we

er vandoor. Stelletje Pubers die we zijn.


Volgende doel, de tempel Tanah Lot, aan de zuidwest kust van Bali



De taxichauffeur zet ons bij de ingang af en gaat dan gezellig bij de andere

chauffeurs, die ook zitten te wachten, zitten kletsen. De entreepoort is weer een

kunstwerk op zich. Erachter overal winkeltjes met souvenirs, T-shirts, Bali-tassen.

Maar de verkopers houden zich rustig, ze spreken ons wel aan, maar laten ons ook

gewoon doorlopen, als we geen interesse hebben. Heel aangenaam. Maar waar is

nu eigenlijk de tempel, want daar is nog niets van te zien. Deze tempel ligt op een

rots aan zee, dus we volgen onze neus. En ja hoor, daar is het. Van boven af

hebben we een schitterend uitzicht. De oceaan is diepblauw met hoge schuimende

golven. De heerlijke frisse zeelucht daarbij geeft nog een extra dimensie aan het

mooie totaal.



De tempel is gebouwd op een klif boven zee. De golven van de Indische Oceaan

beuken er met ontzagwekkend geweld tegen aan. Bij hoog water is de tempel niet

meer bereikbaar.


  


 


Het is weer een wonderschoon plekje op aarde. De tempel zelf mogen we niet in,

maar je mag wel tegen (een kleine) betaling de zegening ontvangen van het heilige

water. Overal zie je dan ook mensen lopen met een plek met rijstkorrels op hun

voorhoofd.


     


Maar voor ons is dit het Heilige Water. De oceaan zo ontzagwekkend en zo mooi.



We blijven er nog een poosje van genieten. We liggen in een heerlijk rustige

ankerbaai bij Serangan, maar dat voelt toch niet hetzelfde als de zee.



Dan moeten we dringend weer verder, want we moeten om 17.00 uur onze laptop

in Denpassar ophalen, het is hartstikke druk op de weg, dus dat gaan we niet halen.

Rus belt naar de shop, geen probleem de shop gaat dicht, maar ze nemen de laptop

mee en ergens onderweg wordt er een ontmoetingsplaats afgesproken. En zo staan

we dan langs de weg te wachten en ontrolt zich het volgende scenario. Een meisje

en een jongen komen op de scooter aansjeezen, de jongen haalt in een afgelegen

hoekje een laptop  uit zijn (onze) schoudertas, klapt hem open en omdat het fel

daglicht is, kun je het niet goed zien, dus iedereen buigt zich er dicht over heen. Er

wordt wat heen en weer gepraat, dan haalt Roderick een miljoen te voorschijn, telt

het uit op de brommer, even later spurten die twee weer weg, wij springen in de

auto en verdwijnen ook. Mooie filmscene: Laptoppie kopen, Meneer? Alleen met dat

verschil, dat het onze eigen laptop was. En het allerleukste: Hij werkt echt weer!


  


 


Hoogste tijd om terug naar het schip te gaan, we willen graag voor donker

aankomen, want we hebben ook nog een lading zware boodschappen bij ons. Als je

met de taxi bent, ga je altijd snel even langs een supermarkt voor flessen frisdrank,

water en dergelijke. En kijk als je de foto's van onze luxe aanlegsteiger ziet, zul je

begrijpen waarom.


  


Het is een lange steiger, hier en daar mist hij dus wat planken en zitten er flinke

gaten. Om het plezier te verhogen drijft de steiger op lege plastic vaten, dus de

hele steiger wakkelt en beweegt. Dus met een aantal zware dozen en tassen in je

handen valt dat niet mee. Tenslotte zorgen dat de boodschappen in de dinghy

terecht komen en niet in zee.



Yes gelukt!



Nu alleen nog tegen de golven in naar het schip varen, daar de hele zooi weer

overhevelen op het grote schip. Dan weer aan elkaar doorgeven naar binnen in de

kajuit en verder houden we het voor gezien. Morgen moet alles onder de

vloerschotten gestouwd worden. Het was het dagje wel.


Zaterdag, 19 oktober 2013, Vollemaanceremonie tempel Serangan.


Etienne komt vragen of we mee gaan naar de supermarkt in Kuta. Niet alleen

gezellig, maar ook voordelig, omdat we de taxikosten delen. Doen we, we maken

het dan niet te laat, want vanavond willen we langs de tempel. We ontmoeten

elkaar op de hoek van het strand, bij de Bali Yacht Club, groot woord voor het

kantoortje. We laten een taxi bellen, maar al wat er komt geen taxi. We zitten

gezellig met elkaar te kletsen onder de parasol, af en toe voegen er zich nog andere

mensen bij, maar na bijna 2 uur zitten we nog steeds te wachten. Het is vandaag

een dag vol rituelen en zo zien we de bewakingsman, die vlak achter ons aan een

buro'tje zit, een oudere tanige man in een indrukwekkend uniform, even later op

blote voeten te voorschijn komen in een lange witte sarong met een wit kanten

bloesje. Hoofdtooi omknopen, sjerp om, offermandje inspecteren en even later gaat

hij zijn offerandes bij het grote altaar brengen. Gaaf om te zien. Eindelijk komt er

een taxi, dan is het nog een half uur rijden naar Kuta, dus een groot deel van de

tijd, die we in gedachten hadden, is al verstreken. Eerst maar even wat eten, we

rammelen al een beetje. Na de lunch schieten we nog even het winkelcentrum door,

daarna moeten we in hoog tempo door de supermarkt. Op het laatste moment laat

ik nog een witte kool boven op de eieren vallen, het struif loopt tussen mijn tenen.

Dan snel met de taxi terug, boodschappen in de dinghy, terug aan boord, spullen in

de koeling, wassen, omkleden, want we gaan vanavond naar de Hindu tempel in

Serangan, daar mogen we de Vollemaanviering, Hari Purnama Sasih Kapat,

bijwonen.

De Hindu religie in Bali vertoont grote verschillen met het oorspronkelijke

Hindoeisme, zoals het nog in India beoefend wordt. Het heeft zich in de loop van de

tijden op geheel eigen wijze ontwikkeld, het is een mix van Hindoeisme, Boedisme,

invloeden vanuit Java en de verering van de geesten van de voorouders. Het is een

blij geloof, het hele dagelijks leven is  vol rituelen en iedereen doet er aan mee.

Ieder huis heeft in ieder geval een eigen tempel, een onderkomen voor de geesten,

de dorpen hebben meestal 3 grote gemeenschapstempels en overal staan er

altaren en heilige beelden, op de straathoeken, in het winkelcentrum, op de markt,

op het strand. Maar goed wij op weg, Roderick in het Balinees en de rest in het wit,

met later een sarong er over heen.


  


Bij de tempel aangekomen, vragen we keurig toestemming om de ceremonie bij te

wonen, we zijn van harte welkom, maar mogen niet met het officiele deel meedoen,

dat is natuurlijk logisch. Er komen ook Barong Dansers, we krijgen een mooi plekje

aangewezen, we zijn mooi vroeg, dus kijken en fotograferen maar. De dames

dragen de offerandes in mooi versierde manden op hun hoofd, ze zijn schitterend

aangekleed, de meeste in een mooie kabaja, de mannen zijn verplicht in sarond, ja,

wij ook, meestal dragen ze er twee over elkaar heen, daarboven een witte bloes en

zowel de mannen als de vrouwen dragen een sjerp.  De mannen hebben allen hun

hoofd bedekt. De kindjes, zo klein als ze zijn, in hetzelfde tenue. Uiteindelijk zijn er

zo'n 1000 mensen geweest.


  


 


Op deze dag brengen de Balinese Hindu's offergaven zoals voedsel, bloemen, fruit

naar de tempel om die te laten zegenen door de priester. Door hun werkgevers

worden ook gaven kado gegeven, een soort Balinees Kerstpakket dus. Door middel

van rituelen, wierook, heilig water en rijstkorrels en door het spelen van de

gambelanmuziek worden de Balinesen zelf ook gezegend.


  


De dames gaan gezellig zitten kletsen tijdens het wachten, de kinderen spelen met

elkaar, de mannen maken een praatje, de muziek zit klaar en geeft af en toe een

paar hamerslagen. Heel relaxed allemaal.


    


3 Kleine Balinese Boendertjes.



Wachten tot het donker wordt en dan staan alle dames klaar in een grote stoet met

hun manden op hun hoofd en daar gaan ze, begeleid door de muziek. Ze gaan door

een poort een ander gedeelte binnen, dus we kunnen niet zien wat daar gebeurt.


  


Foto's maken wordt nu lastig, want het is donker, uiteraard blijven we ook netjes

op ons plaatsje zitten. Er komt een groepje belangrijke dames, geheel in het wit,

het terrein op een drafje ophobbelen, zij sprenkelen heilig water rond.

Het gaat een poosje door en dan is er een soort pauze, voordat de Barong Dance

begint. De kinderen mogen dan met zijn allen op de muziek instrumenten spelen.


  


 


Dan begint de Barong Dance, laatst hebben we al zo'n voorstelling gezien, dus we

snappen het een heel klein beetje, het is een dans volgens een bepaald patroon, het

gevecht tussen goed en kwaad. Iedereen zit met gekruiste benen op het grasveld,

zoveel mensen, zoveel kinderen, geen gehuil, geen gezeur, gewoon wachten op wat

er komen gaat. En daar komen de dansers. Eerst de Goede Dames dan de

ondeugende Heren.


  


 


Een van de jongens van de haven, Yande, komt ons nog even begroeten.


  


Dan komt de personificatie van het Goede, wat wij een Chinese Draak noemen,

vervolgens de Kwade Heks. Het duurt allemaal flink lang. Het optreden van de heks

voor ons gevoel Te Lang. Maar iedereen blijft heel rustig kijken, vermoeide kindjes,

het is inmiddels 22.00 uur gaan gewoon bij moeder slapen. Al die tijd dat de heks

bezig is, moet de draak staan wachten. De originele spelers zijn er al lang onder

vandaan, het moet daarin bloedje heet zijn, we zien steeds mannen er in en eruit

kruipen om elkaar af te wisselen.


 


Bij de beslissende strijd tussen Goed en Kwaad krijgen sommige dames het te

kwaad. Ik dacht eerst dat dit in het spel hoorde, maar er gingen ook direct

politiemannen (in sarong) op af, de priester kwam erbij.

En dan het eindspektakel, de Krisdansers, die zich in het verhaal met een lange kris

moeten doodsteken, raken in het echt helemaal in trance en houden de kris van

bovenaf op hun borst gedrukt en drukken zo ver door totdat ze door hun huid heen

zijn, daarna wordt de kris aan de priester en het volk getoond. Heel heftig om te

zien, heel indrukwekkend ook. Heel bijzonder om dit bij te mogen wonen.


 


Zondag, 20 oktober 2013, Sanur, Serangan Bay.


Het water is mooi schoon vandaag, gauw spring ik er in, het is zo warm, je voelt

nauwelijks verschil tussen boven en onder water. Natuurlijk het nuttige met het

aangename verenigen, ons schip begint door de algenaangroei bruin uit te slaan op

de witte zijkant. Dus poetsen maar. Nu ziet de Happy Bird er weer heel acceptabel

uit.  Dan maken we ons klaar om naar Sanur te gaan, dat ligt aan de overkant van

onze baai. Eerst proberen we daar per dinghy te komen, waarschijnlijk zal dat wel

lukken, maar we moeten over een heel uitgebreid rif heen en als we straks lopen te

wandelen en het water gaat zakken (het is bijna springtij, dus extra hoog en extra

laag water) dan heb je kans, dat we bij terugkomst een kilometer over het rif

moeten zeulen met onze dinghy. Daar hebben we nou helemaal geen zin in, dus we

varen terug, leggen de dinghy aan de steiger en starten een flinke wandeling naar

het eind van Serangan Island, overal zijn de altaren en tempeltjes weer nieuw in de

verf gezet en opnieuw bekleed voor het komende Galungan feest. Dan dalen de

geesten van de voorouders af naar hun voormalige de huizen. Dan moet hun

onderkomen er netjes uit zien. Er wordt ook druk versierd overal.


    


Er lopen hier overal koeien rond, mooi roodbontvee met een wit kontje, best een

elegant model. Die grote stier loopt ook gewoon rond. En ook 's avonds in het

donker kom je in de straten de koeien tegen.


  


Op het eind worden we door een taxi opgepikt, die brengt ons naar het strand van

Sanur. Het is een wereld van verschil, Serangan een oud vissersdorp, authentiek

maar vol meuk en Sanur met een breed schoon strand, overal restaurants,

ligbedden, een kilometers lange wandelpromenade langs het strand. Veel toeristen,

maar erg leuk en erg comfortabel. Hier op het strand is Mick Jagger toentertijd op

Balinese wijze met Jerry Hall getrouwd. Mooi plekje. De zee is kalm, er ontstaat een

ondiepe lagune achter het rif met heerlijk warm en helder water. We wandelen een

stuk en installeren ons dan op een terras op het strand onder de hoge schaduwrijke

amandelbomen. Tjee het lijkt wel vakantie! We bestellen voor het eerst sinds

maanden een broodje Hamburger, groot glas vers watermeloensap er bij, Wauw.


  


We nemen ons gemak er van. Daarna een beetje pootje baden in zee en dan en

tocht langs de winkeltjes. Dat laatste viel niet mee, want er was op dit moment

weinig klandizie en de dames zwermden om ons heen. Vliegen van je af slaan gaat

makkelijker. Maar we hebben nog 2 batikhemden voor Roderick gekocht en een

kanten bloes voor mij. Niet verkeerd. Dan wandelen we de hele weg langs het

strand af, het is een smal pad, maar daardoor lekker in de schaduw, uitzicht op het

lichtblauwe water boven het rif, het goudgele strand, de groene palmbomen en aan

de andere kant overal schitterend aangelegde terrassen en patio's van de resorts.

Aan het eind steken we via wat smalle straatjes door naar de hoofdstraat en

pikken daar vrijwel meteen een taxi op naar huis. Een heel geslaagd dagje.



Maandag, 21 oktober 2013, Serangan Bay.


Tjee, wat is het heet, vanochtend om 6.00 uur is het al bloedheet. We maken een

slow start en gaan daarna het water in om de rest van het onderwaterschip schoon

met maken. De propellor en de as zijn al weer flink aangegroeid met zeepokken, die

moet Roderick er echt afbikken, de bodem van het schip is overdekt met een dunne

laag algen, die kun je nu nog met borstel verwijderen. Het zeewater is hier bijna op

lichaamstemperatuur. We wilden eigenlijk vandaag naar Ubud gaan, maar ik kan

het niet opbrengen met deze temperatuur. In de middag gaan we even de wal op,

even praten bij een zeilmakerij hier. We worden erg leuk ontvangen, er wordt direct

koffie voor ons gebracht, met veel melk en suiker, we hebben een gezellig en

informatief uurtje daar. Dan wandelen we dwars door het dorp naar het schildpad

opvangcentrum om daar even een kijkje te nemen. Mama Yvonne heeft altijd wel

wat lekkers bij zich voor de kindjes.


  


De hitte slaat je gewoon neer, ik denk dat het in de straten boven de 40 graden is.

De Balinezen zelf hebben het ook heet. In het opvangcentrum peddelen een paar

gigantische schildpadden rond, ook zijn er twee bassins vol met plastic korven, met

daarin schildpadjes in alle stadia van ontwikkeling. Verder een paar grote Toekans

in een kooi, een paar kakatoe's.


  


 


     


We houden het kort en slepen ons dan weer terug aan boord, daar staat tenminste

een heel klein zuchtje wind.


Dinsdag, 22 oktober 2013, Serangan Bay.


Weer zo'n hete windstille dag. Roderick is binnen bezig met het plotten van de

route, die we binnenkort moeten gaan varen. Dat is altijd een hele uitzoekerij. We

hebben ons hele reisplan herzien. We slaan Java over, dat is jammer, want we

wilden graag de Borobodur bezoeken, maar we spreken steeds meer mensen, die

ons afraden om met het schip naar Java te gaan. Het is slecht ankeren daar, erg

vervuild water en crimineel wordt er gezegd. We willen daar het schip niet

onbeheerd achter laten op de ankerplaats. Als we bijvoorbeeld de Borobodur

zouden gaan bezoeken, ben je twee dagen onderweg.  Dus kiezen we er voor om

Java over te slaan, in plaats daarvan willen we naar Kalimatan (voormalig Borneo)

en daar een tocht in het oerwoud maken om de Oerang Oetangs te bekijken. Dit is

nu de planning vandaar dan verder naar het Noorden naar het eiland Batam, daar

checken we uit van Indonesia en vandaaar varen we naar Malaysia, waar we het

schip helemaal klaar moeten maken om daar een poos achter te blijven.

Om dit te kunnen doen, moeten we nog flink doorvaren, het is nog een heel eind en

we moeten met verschillende zaken rekening houden. Onze cruising permit is

namelijk geldig tot 27 november, dus voor die tijd moeten we met het schip het

land verlaten hebben. Maar onze persoonlijke visa verlopen na 2 maanden en die

moeten dus met een maand verlengd worden, daarvoor zijn we in Bali gebleven om

dit te regelen. We hebben de paspoorten in moeten leveren en  zouden deze na

ongeveer 10 dagen terugkrijgen. Nu kregen we vandaag te horen, dat er problemen

zijn met Immigratie, die doen even extra moeilijk in verband met een

corruptie-onderzoek en houden alle paspoorten langer vast. Er is nu sprake van dat

we pas 7 november onze visa en paspoorten terugkrijgen. Dat zou aardig roet in

het eten gooien. We moeten ons al haasten met varen, het is 15 vaardagen en een

aantal nachten ook nog daarbij om in Batam te komen. Dan moet ook het weer nog

meezitten en we niet te veel problemen met de stroming krijgen. En de NoordWest

Moesson is in aantocht. Verder nog een aantal horrorstories te horen gekregen over

Tsunamis, electrische stormen, uitzonderlijke onweersbuien en zeilboten, daar word

je ook niet vrolijk van. Kortom genoeg te regelen dus weer. Deze reisperiode ben ik

me te buiten gegaan met het kopen van souvenirs, omdat we toch naar Nederland

gaan, maar nu ik aan het pakken ben geslagen, heb ik al anderhalve koffer vol,

zonder dat er een kledingstuk bij zit en ik wil ook nog een gedeelte van mijn

schelpen verzameling meenemen. Het schip is overvol en ons huis (nog) leeg, dus

het leek een goed idee, een gedeelte over te hevelen. Maar die poging heb ik aardig

om zeep geholpen. We zien wel hoe we dat weer oplossen.

Vanavond nog met een aantal cruisers gezellig op de wal zitten babbelen, ieder had

zijn eigen drinken mee en wat knabbels, maar we zijn wel vroeg weer aan boord

gegaan. Lekker vroeg naar bed onder het open luik lijkt het koel. Het is nu 29,9

graden om 21.00 uur.



Woensdag, 23 oktober 2013, Galungan ceremony, Serangan, Bali.


Vanochtend vroeg of eigenlijk nog midden in de nacht kregen we een verrassing:

Regen, de eerste regen sinds maanden. Weliswaar maar een half uurtje, maar ik

kwam er helemaal van bij. Ben direct naar buiten gegaan, het was heerlijk koel

(27graden) en opgebleven. Zo stond ik dan om 4.00 brood te bakken. Er is al dagen

geen vers brood hier in het dorp en we zijn dringend toe aan een verse bruine

boterham. Vanaf 6 uur komt dan de hitte direct weer opzetten. We doen het

kalmpjes aan, eigenlijk wil ik wel weer een dagje naar zee, dus we pakken wat

spulletjes in om naar Sanur te gaan. Een taxi krijgen zal vandaag niet zo makkelijk

zijn, het is een belangrijke Balinese feestdag. De geesten van de voorouders dalen

af naar hun voormalige huizen, de altaren zijn extra versierd en er zijn overal

Penjons opgericht, hoge versierde stokken, waarlangs de geesten makkelijk

kunnen afdalen.


    


Dus we beginnen maar te lopen en we zien wel. We hebben al een tippel van een

uur achter de rug als we door een prive busje opgepikt worden.


  


Veel mensen willen je tegen betaling ergens naar toe brengen, dus eerst begint het

gesteggel over de prijs weer en dan gaan we. Okay de chauffeur weet niet de weg,

maar wij wel, dus we komen er wel. Na een half uur laten we ons aan het begin van

de hoofdstraat afzetten, kunnen we onderweg naar het strand nog wat rondkijken.

Sanur is een tamelijk grote stad, redelijk modern, gericht op toeristen en, heel

belangrijk, wordt goed schoongehouden. We zoeken het zelfde tentje op als laatst,

Toot Sie heet het, daar hebben we heerlijk gezeten en gegeten. En zeg nou zelf, het

water loopt je toch in de mond als je dit zo ziet. Nasi Campur met een stuk vis, een

stuk kip, een sateetje, babi kecap, een eitje en groenten en dat voor de som van

nog geen 3 euro, daar komt dan nog wel 10 % gouvernements tax bij, de Btw zeg

maar.


  


Uiteraard beginnen we met een Bintang en een watermeloensap, eerst even de

vocmchtbalans op peil brengen, dan plons ik gauw in het water, dat super warm is,

want dit gedeelte ligt achter het rif. Er staat nog net genoeg water om over het rif

te snorkelen, er is niet zoveel te zien, veel schildpadgras, dus die zullen hier ook wel

zitten. Het totale laagje water is tussen 80 tot 100 cm. Dus ik ga rakelings over het

zeegras. Lijkt niet zo opwindend, totdat ik een grote dikke zeeslang vlak onder me

zie, die duidelijk niet van mij gecharmeerd was. Zeker 6 cm dik en 150 cm lang.


  


Ik ga maar eens kijken of ons eten al opgediend is. Het voorgerecht, bordje met 2

Lumpia's  (1,30 euro) is net gebracht. He, lekker. We bestellen ons hoofdgerecht,

dat wordt allemaal vers klaargemaakt, dan plons ik toch nog even in het water, het

is afnemend tij en anders kun je niet meer zwemmen, alleen liggen dobberen in het

steeds warmer wordende water.


  


We zijn niet de enigen die van het strand genieten.


  


Het was weer een superlekker dagje, daar kom je helemaal van bij, op de terugweg

kunnen we vrijwel meteen een taxi aanhouden en zoeven we in een heerlijk koele

aircondioned taxi terug naar Serangan, waar we ons bij de dinghysteiger laten

afzetten. Een uurtje rust, dan moeten we ons alweer omkleden. Vanavond gaan we

weer naar de tempel, kijken wat er nu te beleven is. Dus samen met La luna

vertrekken we weer in vol ornaat. Dit keer is het in de tempel, waar ik de grote foto

hierboven al  gepubliceerd heb. De Hindu's brengen eerst hun offers en krijgen de

zegen, ze lopen allemaal met een plek rijst op het voorhoofd. Ze zijn weer

schitterend mooi aangekleed, dit keer ook met meer kleur. Prachtige kabaya's,

mooie glimmende sarongs en ook de kindjes weer helemaal feestelijk uitgedost.


  



We kunnen het vanaf ons plaatsje weer prima bekijken. Vooral de kindjes zijn

fantastisch, een kleintje loopt voortdurend met de dans mee te doen, maar hij is

ook wel een beetje bang voor die mannen. Hij maakt precies dezelfde bewegingen

en beweegt zijn kleine vingertjes supersnel. We krijgen weer een complete

Barongdans te zien. Dat heb ik altijd graag willen zien, nu hebben we 3

voorstellingen in 2 weken gekeken. Het duurt uren, maar we weten nu wel al wat er

komen gaat, we zijn al echte cracks op Barongdans gebied.


  


Daar komt de Barong (de personificatie van het Goede) uit de tempel.


  


En daar komt weer de Rangda, de Heks, de personificatie van het kwaad het veld

op, dat gaat gepaard met allerhande veiligheidsrituelen, om het kwaad te

bezweren, de geblokte parasols, de geblokte banners, extra wachters op het veld.


  


Deze mooie dame is duidelijk ook een danseres, kijk maar eens hoe ver ze haar

vingers door kan strekken.



Als na 2 uur eindelijk de strijd tussen Het Goede en Het Kwaad begint, lopen er toch

een heleboel mensen angstig weg, ook worden er weer "bezeten" vrouwen

afgevoerd. Roderick denkt dat het gespeeld is, maar ik denk eigenlijk dat het echt

is. De ene dame was zo stijf als een plank en de ander bewoog zich zo spastisch.

We zien iedere keer weer wat een impact dit gebeuren op de mensen heeft.


  


En daar zijn ze weer het hoogtepunt, de Krisdansers, omringd door de Heilige

Mannen. Dit keer niet zo heftig als laatst, maar toch weer heel indrukwekkend.


  


 


Afgelopen, binnen 5 minuten is het hele tempelterrein verlaten, de instrumenten

blijven staan in een soort garagebox, deuren dicht, klaar!


 


 


Donderdag, 24 oktober 2013, Serangan Bay.


Vandaag gewoon eens even niets gedaan. Gezien het gedonder met de paspoorten

weten we nog niet wanneer we kunnen vertrekken en hoe we verder met de tijd

uitkomen. We hebben daarom nog geen vlucht geboekt. Wel heb ik een email naar

Malaysian Airlines gestuurd om te informeren wat het gaat kosten als we extra

bagage meenemen en of we de houtsculpturen mee in de cabine mogen nemen.

Verder hebben we ons voor het eerst sinds tijden bezig gehouden met een spelletje

op de computer. Er zijn allemaal spellen op Roderick zijn computer gezet, die wij

niet kennen. Helaas gebruikt de computer veel stroom, de koelkast ook, er is geen

wind en 's avonds geen zon, dus we moeten wel de motor laten draaien om de

accu's weer op peil te krijgen. Maar heel leuk weer eens een keertje.


Vrijdag, 25 oktober 2913, Serangan Bay en Kuta


Vandaag krijgen we van Ruth, onze agent, te horen, dat we pas 7 november naar

immigratie mogen om voor de visa te betalen en dan krijgen we nog onze

paspoorten niet mee, die moeten dan 1 of 2 dagen later afgehaald worden, als het

meezit. Normaal duurt de aanvraag 5 werkdagen, maar bij Immigratie was er een

storing in het computernetwerk, verder nog een paar heilige feestdagen en verder

denken we dat ze gewoon geen zin hebben en een beetje een stiptheids actie aan

het houden zijn. Dit gooit onze planning flink in de war. De datum van verlenging

van het visum sluit aan op de vorige, dus dan zijn er al 10 dagen of meer verlopen,

als we de paspoorten ophalen. Het volgende probleem wordt, dat onze CAIT, de

cruising permit op 27 november afloopt, dan moeten we de Indonesische wateren

verlaten hebben. We moeten uit checken in Batam, vlak onder Malaysia, daar

hebben we nog zeker 15 dagen varen voor nodig. Het weer wordt nu steeds

slechter, dus moeten er ook een aantal verwaaidagen ingecalculeerd worden. Als

het varen straks niet soepel loopt, zijn zowel de CAIT als de Visa verlopen en zijn

we illegaal in het land. Nu denk je vast, Nou wat zou dat? Je gaat gewoon weg

zonder je af te melden....Maar dan kom je Malaysia niet in, zonder een clearance

van het laatste land, krijg je geen toestemming een nieuw (ei)land binnen te varen.

Wat een gedoe, we zijn hier niet blij mee. Etienne en Denise van la Luna

hebbenhetzelfde probleem. Vanmiddag gingen we daarom naar het Nederlands

Consulaat in Kuta om daar om hulp te vragen. De start was al niet zo soepel, we

zaten weer meer dan een uur te wachten totdat de gebelde taxi kwam, vervolgens

maakte Roderick een doodsmak van 2 treetjes, zijn hele teen is bont en blauw en

bloed als een rund. Bij het consulaat aangekomen, blijkt dat het niet helemaal

handig is, dit met zijn vieren te regelen, want Etienne en Denise en wij hebben

allebei een andere insteek, hoe het probleem te verwoorden. We worden in

gebroken Nederlands te woord gestaan, de Indonesische medewerker zegt met

een brede grijns: Tja, dit is Bali, he! Ja daar schieten we lekker mee op. Wat kan ik

daar aan doen, vraagt hij, waarop Etienne hem de suggestie doet, dat hij

bijvoorbeeld daar eens over zou kunnen bellen. We hebben in ieder geval een naam

van iemand die we maandag kunnen bellen. Daarna zijn we lekker gezamenlijk

gaan lunchen.


  


We zijn doorgelopen naar het strand, maar Roderick wilde niet door het zand lopen.

Later bleek waarom, zijn teen ziet er verschrikkellijk uit en bloed nog steeds. Het

blauw loopt helemaal door onder zijn voet. Zielepoot! We zij nog even een drankje

gaan drinken in een loeiduur Sportcafe, die prijzen zijn we niet meer gewend, en

dan pakken we een taxi terug, we zijn allemaal moe en gaar.


  


Zaterdag, 26 oktober 2013, Balitour 3, Monkey Forest, Ubud, GWKpark.


Voor vandaag hebben we weer een taxi gehuurd voor de hele dag, we willen naar

Ubud. We hebben er nog over gedacht om af te bellen, maar we proberen het

gewoon, tenslotte hebben we continue een taxi achter de hand.

We rijden naar Ubud, een stuk naar het noorden, de weg er naar toe staat vol

werkplaatsen waar grote heiligenbeelden worden gemaakt. De voorraad staat

gewoon langs de kant van de weg. Nu zullen die niet gauw gestolen worden, want

de beelden zijn loeizwaar en groot. Het is leuk om naar te kijken. Er zijn afnemers

genoeg, het hele eiland is bezaaid met tempels.


  


De taxi wordt geparkeerd bij het Monkey Forest, dat is vlak bij het centrum. We

lopen daar door heen naar de winkelstraat. De toegang kost 20.000 rupiah dus

daar hoef je het niet voor te laten. Nou we zijn niet te kort gekomen, apen, apen en

nog eens apen. Bij de ticketverkoop staan grote borden om de apen vooral niet te

voeren, maar bij iedere ingang staan kramen met kammen bananen te koop om

aan de apen te geven. Uiteraard voor meer dan 5 maal de prijs. Het is niet heel

groot, maar het is een prachtig mooi bos en er wordt tenminste aan onderhoud

gedaan.


  


 


De apen gaan gewoon hun eigen gangetje, er wordt druk gevlooid, de baby's

hangen aan de moeder, de pubertjes zijn druk aan het rotzooien en de oude

mannen aan het mopperen, heel herkenbaar allemaal.


  


De aapjes zijn voor niemand bang, deze trok Roderick aan zijn mouw, even een

inspectie of hij niets lekkers bij zich had, toen dat niet zo bleek te zijn begon hij fel

te dreigen. Rot apie. Maar we zijn toch altijd bang om gebeten te worden, dus

wegwezen graag. Die beestjes zijn zo razendsnel.


  


En dan hier weer zo schattig, de moederaap houdt haar baby continue bij een

pootje vast, zodat hij in de buurt blijft. Zodra er andere apen dichtbij komen, dekt

zij hem af met haar lichaam.



Natuurlijk staat hier ook weer een immens tempelcomplex en overal beelden. Het

geeft een heel leuk effect. Alleen volgende keer niet vergeten om repellant op te

doen, we werden opgevreten door de muggen.



Inmiddels zijn we bij de winkelstraat aangeland. Ubud huisvest veel toeristen, dus

zijn er ook veel winkeltjes met van alles en nog wat. Wel een mooie collectie, leuke

kleren, artshops, toeristenspul, dure merken winkels, antiekwinkeltjes. Het is

plezierig rondlopen en kijken, alleen de stoepen zijn een ramp, je moet continue op

en af stappen, met schuine stukken, die spekglad en steil zijn. Tot twee keer toe

heb ik een wildvreemde heer bij zijn arm gegrepen om me te redden. Mijn eigen

ridder had moeite genoeg met lopen daar. Natuurlijk overal tempels en altaren,

beelden met bloemen achter hun oren, mooie geveltjes en zoals overal loeidruk,

stikvol auto's en nog veel meer scooters.


  


Er zijn veel schilderijen winkels en natuurlijk prachtig houtsnijwerk, hier verkochten

ze de mooiste vliegers. Handbeschilderde draken op zijde. Wat mooi.


  


Tijd voor een drankje, een heerlijk rustig plekje en wat dacht je van het toilet?


  


Voor Roderick hebben we een originele Udeng aangeschaft in een Batikshop. Hij

vond de zijne eigenlijk een toeristen ding, dus zijn we voor het echte werk gegaan.

We hebben ook nog even gekeken voor een originele sarong, maar die kosten

tussen de 2 en de 4 miljoen rupiah, zo rond de 200/300 euro. Nou laat dat maar

wezen dan, ze waren wel errug mooi.


 


En laten we elkaar nu kwijtraken, door de smalle stoepen en het drukke verkeer

lopen we achter elkaar aan, Roderick strompelt rustig verder en ik spring nog even

naar een etalage of moet een foto maken. We hebben de afspraak, dat als we

elkaar kwijt zijn, je nooit een hoek moet omlopen, gewoon op de zelfde weg blijven.

Hebben we beide gedaan, maar we hebben wel meer dan een half uur lopen zoeken.

En aangezien we maar 1 telefoon hier in gebruik hebben, kun je elkaar ook niet

bellen. Phoe, ik was wat blij dat ik hem weer aan zag komen.

We lopen samen weer verder totdat we bij een tempel aankomen, daar zijn

honderden mensen bezig met het maken van versieringen. Eerst worden de randen

met de hand getekend, dan als muizetrappetje op elkaar gevouwen en dan met de

hand, gewoon met een hamer en een beiteltje, uitgestanst. Niet te geloven wat een

werk.


  


Wat blijkt, we zijn in het Koninklijk Paleis van Ubud terecht gekomen en al deze

versieringen zijn voor volgende week voor de Royal Cremation. We raken met de

mensen hieronder in gesprek, die vertellen dus dat dit gemaakt wordt voor een

crematie. Dat moet dan wel een belangrijk persoon zijn, merk ik snugger op. Ja

zegt de man, Prins Tjohorda  Istri Sri Tandrawati en daar wordt dit alles voor

gemaakt. Daar word ik dan wel even stil van, maar dan vertelt de man, dat wij dat

ook kunnen bijwonen. Mag dat? Geen probleem. Het begint 's ochtends en duurt de

hele dag. Nou daar gaan we eens even goed over nadenken.


  


Roderick heeft in ieder geval al 2 bloemetjes bijgedragen deze komen ter versiering

op de grote toren, waarop de sarcofaag komt te staan.


  


Er heerst hierbinnen een heel gezellige sfeer, de mannen zijn allemaal traditioneel

gekleed in sarong en met een Udeng op, er lopen dames rond met bladen met

vruchtensapjes en eten voor de werkers.

We lopen nog wat rond en ineens krijgen we door, wat we nu eigenlijk zien. Die

meuk buiten met al die borden van een voorbije demonstratie, dat zijn wat bij ons

de bloemstukken zijn, de naam van de prins staat erop en de naam van wie het

gegeven heeft, wat gedroogde bloemen eronder of gekleurde zijden bloemen. De

borden zijn van piepschuim met dunne latten schragen eronder, dus die waaien om

en verbuigen in de hete zon.


  


Dan zien we een bekendmaking hangen met de volgende tekst:

Op 1 november 2013 zal in het Koninklijk Paleis, Puri Agung Ubud, een uitgebreide

crematie ceremonie plaats vinden. De bevolking is momenteel bezig met de

voorbereidingen van deze prestigieuze gebeurtenis door het bouwen van een

begrafenis toren en sarcofaag. Het lichaam van de overledene zal in processie naar

de crematieplaats gedragen worden in een decoratieve begrafenistoren, genaamd

"bade". Op het cerematieterrein zal het lichaam overgebracht worden in een

sarcofaag in de vorm van een levensgrote stier., welke zal worden verbrand om de

reis van de ziel van de overledene naar het hiernamaals mogelijk te maken.


  


Aan de buitenkant van het paleis zien we de toren staan, ter grote van een

rollercoasterbaan en onder het blauwe zeil zal waarschijnlijk de sarcofaag staan.

Dat zal me een spektakel worden.


  


Dan gaan we weer verder op weg naar de parkeerplaats waar we de taxi

achtergelaten hebben. Eigenlijk wilde ik hem ons op laten halen, maar het verkeer

hier staat muurvast en Roderick denkt dat het nog wel gaat lukken.

In de koele taxi kunnen we in ieder geval bijkomen, we (ik) willen ook nog naar het

Garuda Wisnu Kencana Park, een cultuurpark gelegen op de zuidpunt van Bali in

Bukit Unggasan- Jimbaran. We doen wel veel op een dag, maar nu hebben we een

taxi voor de hele dag gehuurd, dus dat willen we dan waarnemen. Het is ongeveer

anderhalf uur rijden, maar al wel weer een stuk richting huis. Het verkeer zit niet

zomaar vast, we sukkelen van de ene opstopping naar de volgende. Als we dan

eindelijk een keer bij het KWGpark aankomen is het al 17.00 uur. Dat hadden we

eigenlijk anders gepland. De toegangsprijs valt tegen voor wat we hier gewend zijn,

80.000 Rupiah per persoon. Maar vooruit nu zijn we er, dan gaan we ook.

In het park staat op een heuvel een enorm beeld van Garuda Wisnu Kencana,

140  meter hoog, een meesterstuk van de kunstenaar I Nyoman Nuarta. Het is

enorm. Het is  ook prachtig mooi om te zien.


  


Je kunt hier best een halve dag doorbrengen, maar die hebben we dus niet, je kunt

ook een voorstelling Barongdance bijwonen en nog meer, maar het gaat ons om de

grote beelden. Vervelend alleen dat je eerst weer een enorm hoge trap op moet

klauteren, arme Roderick. Maar zijn leed wordt snel verzacht, wij zijn de enige

blanke bezoekers en iedereen wil met ons op de foto. Er zijn veel groepen

studenten en zelfs de onderwijzers komen gewoon vragen of ze een foto mogen

maken tesamen met hun studenten. Luid gejoel, honderd foto's, dan komen de

meiden een voor een, ze vechten om een plekje. Binnen een kwartier hebben we er

honderd in ons armen gehad. Reuze lol.


  


Roderick durft de moslima's eigenlijk niet aan te raken, maar de dames grijpen

hem meteen om zijn middel en nemen een verleidelijke pose aan.

De onderwijzeres wil zelf ook een plaatje.


     


Lachend, joelend en zwaaiend worden we uitgewuifd. Nog snel naar het Garuda beeld,

in deze gedaante komt de God naar de aarde gevlogen. Garuda.


  


 


Ook weer immens, heel mooi gemaakt, een enorme trap op, en honderden joelende

en smekende meisjes. Dus daar gaan we weer.

Dan nog even hun traditionele figuren bewonderen.



En dan gaat de zon al onder, hoogste tijd om te verdwijnen. Het was het dagje wel.


      

 

En dan nog alle Barongdance kennis in praktijk gebracht.....


  


Zondag, 27 oktober 2013, Serangan Bay.


Maar even rustig aan, we hebben alsnog een lange brief met aanvullende informatie

naar de heer van het Nederlands Consulaat gestuurd. Voor de zekerheid heb ik er

een Engelse vertaling aan toegevoegd. We zullen wel zien of het wat uit haalt.


Maandag, 28 oktober 2013, Serangan Bay.


Zowaar antwoord van het consulaat, niet dat we er wat aan hebben, maar toch.

Zij geven ons het advies dat we gewoon kunnen gaan varen en dan laten we ons

paspoort per DHL nasturen. Naar de postbus op zee? En wie gaat er dan naar de

immigratie , die persoonlijk een foto van ons wil nemen. We moeten namelijk een

dag terug om te betalen, om foto's te laten nemen en dan nog een keer om het

paspoort op te halen. Hoe makkelijk kun je het maken. En okay we gaan varen, we

komen in de laatste haven en komen dan tot de ontdekking dat ons paspoort niet is

aangekomen. Waar moet je dan zoeken? Moeten we dan terugvliegen? Onmogelijk

toch, dus we hebben meneer de deputy consul een vriendelijk bedankbriefje

gestuurd en vertelt, dat wij helaas zijn advies niet kunnen opvolgen, omdat je in

ieder ander land je paspoort nodig hebt. Misschien weet hij dat niet.


Dinsdag, 29 oktober 2013, Serangan Bay.


We hebben een wijs besluit genomen, als we dan toch niet kunnen vertrekken, gaan

we naar Ubud. We hebben voor 3 dagen een hotel met zwembad geboekt en gaan

daar de Koninklijke Crematie bijwonen op vrijdag. Dat moet zo spectaculair zijn.

Donderdagochtend gaan we weg, we laten de dinghy achter het schip hangen, dan

ziet het er bewoond uit. De taxi is besteld, een buurboot brengt ons naar de wal.

Morgen even wat spulletjes pakken en klaar.

Vanavond was er een samenkomst van cruisers op het strand, kampvuur gemaakt,

marshmellows geroosterd, wat knabbels, makreelsalade en drankjes, gezellig.


  


Verder met de Royal Cremation in Ubud, Bali.