Vrijdag, 18 januari 2013, Auckland, New Zealand.


Vanochtend zijn we dan echt vertrokken, we waren zo moe, dat we besloten

hebben om een dag later weg te gaan. Om 6.00 de laatste tassen laden en om 9.00

uur rijden we de werf af. Hehe, eindelijk. We gaan eerst in een ruk door naar

Auckland om de defecte watermaker af te leveren. De rit naar Auckland is ongeveer

160 kilometer, prima te doen, de wegen zijn goed en de aanwijzingsborden zijn

duidelijk. De eerste stop wordt dus Westhaven Marina. Auckland is de grootste en

drukste stad van het Noorder Eiland, bijna aan alle kanten omgeven door water,

grote diepe baaien. Het stikt er ook van de Marina's en niet zulke kleintjes ook.

Gelukkig bevindt de Westhaven Marina zich ten zuiden van de enorme brug waar de

State Highway 1 over heen gaat, dus dat is een mooi orientatiepunt.


 


We hebben het bedrijf snel gevonden, eerst de watermaker uitladen. Maar die staat

helemaal ingebouwd tussen de tassen en spullen. Roderick gaat zich melden en ik

ga de achterbak leeghalen. We proberen alles steeds zo slim mogelijk in te delen,

zodat er geen tassen of zo op de achterbank liggen, alleen de bootmatrassen waar

we op slapen. Werkelijk iedereen die we spreken, waarschuwt ons voor

autodiefstal. Dat schijnt hier toch wel extreme vormen aan te nemen. En je hebt al

gauw zo'n zooi mee te nemen. Het tentje is het niet, dat is zo'n klein pakketje,

maar de slaapzakken, de stoeltjes, kooktoestelletje, pannetjes, koelbox, jerrycan

water, bergschoenen, ieder een tas met kleding, kussens en ook nog wat te eten

voor de start. Mudvol dus.We wandelen nog even het havengebied door, tjee, wat

een knots van een Marina. En met al het open water om ons heen heeft de wind vrij

spel, je waait bijna uit je hemd.


 


Dan op weg naar de volgende stop de West Park Marina, klinkt bijna hetzelfde,

maar is nog een half uur rijden. Daar gaan we op bezoek bij Lydia en Hans, die

hebben we in Curacao leren kennen met hun schip To Windward. Zij zijn naar de

Middellandse Zee gevaren, hebben hun schip in Griekenland op het droge staan en

zijn naar New Zealand teruggekeerd, waar ze op hun schip (een ander schip dus)

woonden en nu ook weer wonen. Via email wisten we al dat zij in Auckland waren

en toen we ze van de week belden, dat we op bezoek wilden komen, stond Lydia al

te juichen en Hans bood ons direct aan om te blijven slapen op hun boot. Dus wij

dwars door Auckland heen op zoek naar dat plekje. En natuurlijk vinden we dat

heus wel. Wij hadden een koude fles Champagne meegebracht, dus die kon meteen

open en Lydia had voor ons een heerlijk maal gekookt. Een prima start van ons

bezoek dus. Eind van de middag heeft Hans ons een tour gegeven langs allerhande

leuke en bezienswaardige punten en de rest van de avond hebben we ons met zijn

vieren een paar platvoeten gelopen door Aucklands centrum en langs het

Waterfront.


   


Wat een drukte, wat een mensen, wat een hoop te doen en wederom wat een

prijzen!   Maar ook heel veel zwervers, die op kartonnen dozen slapen, veel

toeristen, vooral Japanners, veel Chinese en Indische bewoners, hele wijken vol

met hun winkeltjes, geborduurde sari's, glimmende kostuums. Het Havenfront is

echter een echt Yuppengebied, met dure winkels, zoals Versace, Gucci, flitsende

restaurants. Leuk om te zien allemaal.


 


Wat ik ook heel erg leuk vond, midden in het centrum is een loeidruk kruispunt met

voetgangerslichten. Als het licht op groen gaat, mag je gewoon diagonaal

oversteken, het hele kruispunt wordt stilgelegd. Dat voelt spannend en stout.

Ik ben bekaf als we weer aan boord komen. Het was het dagje wel.


Zaterdag, 19 januari 2013, Ambury Regional Park.


Na het ontbijt (verplicht door Lydia) de spullen weer in de auto laden en dan gaan

we op pad naar onze eerste campingplaats, Ambury Regional Park, net ten

zuidwesten van Auckland. De Campground is midden tussen het boerenland, overal

schapen en beesten, bij de informatiekiosk hangt een intercom om je te melden,

dan noteren ze je naam (dat gaf natuurlijk wel wat problemen) en het kenteken

van je auto, vervolgens stop je het benodigde geld in een genummerde envelop en

die stop je in de "box". Dan moet je een drietal hekken door en kom je op de

campground. Er staan een paar giga-motorhomes met alles erop en eraan, er is

plaats genoeg. We kiezen voor een plekje net naast een picnic tafel, dat is handig,

tenslotte kamperen wij ijn een klein tentje en moet het meeste buiten gebeuren.

 

 


 


Buiten een watertappunt en een Long John WC is er niets. Het ziet er hartstikke

leuk uit zo midden in de natuur en overal om je heen de boerderijdieren. Er lopen

tientallen Pukeko's over het veld, een New Zealands Hoen, ter grootte van een

fazant op hoge poten.


   


Als we later een wandeling over het gebied gaan maken, staan er niet alleen overal

boerderijdieren, maar ook bordjes met een verklarend verhaaltje erbij en hun

naam, dus vandaar dat we weten dat dit een Pukeko is.


 


 


Direct achter ons is een hek dat toegang geeft tot het natuurgebied aan het water.

Er loopt een wandelroute doorheen. Heel veel waadvogels en ook weer overal

Pukeko's. 


 


Roderick had een ernstige conversatie met een kalkoen, hij liep tegen hem te

klokken en de kalkoen antwoordde steeds. Totdat Roderick blijkbaar iets

onbetamelijks heeft gezegd, want ineens maakte de kalkoen zich vreselijk dik.


 


In de middag kwamen de overburen een praatje maken, Amerikanen, die met een

camperbusje NZ aan het verkennen waren. Ze wilden alles over onze zeiltocht

weten en sleepten een koelbox volgeladen met bier aan. Het werd een lang praatje,

erg gezellig, maar naderhand best lastig, omdat Roderick 's nachts steeds moest

plassen en dan in het donker uit het kleine tentje moest kruipen.


 


Zondag, 20 januari 2013, Ambury Regional Park, Botanische tuinen Auckland.


We blijven nog een dagje op deze kampeerplaats staan, we laten het tentje met

ons hele hebben en houden achter en gaan met de auto naar de Botanische tuinen

in Auckland. Op zondagmorgen worden daar concerten gegeven. Als we aankomen

miezert het een beetje, hopenlijk gaat het wel door. We lopen naar het visitors

centre, een schitterend modern gebouw, met overal foto's en schilderijen van

bloemen en planten, een leer en speelhoek voor de kinderen, naslagwerken,

terraria, een informatiecentrum, koffieruimte en overal bankjes, poefs en zitjes.

Ook stonden er een aantal electroscooters, die geleend konden worden door

mensen die slecht ter been zijn en de tuinen willen bezoeken. Werkelijk aan alles is

gedacht.


 


Uitzicht op de tuinen, prachtig licht en in de hoek 3 muzikanten, alledrie al in de 80,

die werkelijk de sterren van de hemel speelden. Dixieland, zo fantastisch!

Het Mike Nisbet Trio. Een uur lang spelen ze achter elkaar door, zonder pauze, en

swingen die muziek! Dan stoppen ze even 10 minuten en dan gaan ze weer er op

los voor een volgend uur.


   


Het was een topochtend, ik heb zo genoten. Op een gegeven moment riep ik door

de zaal:You are playing like young guys!!!! Nou applaus natuurlijk. Roderick wilde

van mij een foto maken met de muzikanten en zei ga er maar voor liggen, je bent

toch zo'n groupie. Nou zo gezegd, zo gedaan, de mensen, vooral de Japanners,

keken hun ogen uit, maar staken even later hun duim op of spraken ons

waarderend toe. Errug leuk allemaal.


 


Na 2,5 uur gingen we eindelijk de tuinen in. Wat mooi allemaal. Maar eigenlijk waren

we al flink moe en dus gingen we lekker met het treintje het terrein rond om

daarna de mooiste plekjes nogmaals te voet te bezoeken. Het was erg de moeite

waard.


 


De tuinen zijn verdeeld in verschillende sectoren, een Afrikaanse tuin, een

herdenkingstuin, een testproject, allemaal eetbare planten, veel echt mooie

sculpturen en overal mocht je tussen door lopen, op het gras zitten er zijn dan ook

weer overal mensen aan het picknicken met de hele familie. Dat vind ik toch altijd

zo leuk. Ook de beeldhouwwerken zijn vaak multifunctioneel. En dan ook nog vrij

toegankelijk.

 

 


 


Voor de foto van de bloeiende cactus heb ik echt geleden. Ik was te dichtbij gaan

staan en mijn hele knie en mijn broek zaten vol stekels. De rest van de autorit heb

ik gebruikt om de stekels uit mijn vel te halen. Dan weer terug naar onze tent na

onderweg eerst in Indisch restaurant een lunch gebruikt te hebben.


Maandag, 21 januari 2013, Matemata.


Vandaag wordt onze kleinzoon Bart alweer 11 jaar. Ik wil hem direct bellen, maar

het is natuurlijk nog veel te vroeg, in Nederland is hij nog helemaal niet jarig.

We breken vroeg op, want we gaan weer een stapje verder naar Matemata,

ongeveer 150 km onder Auckland. De boel inpakken viel nog niet mee, we krijgen

bezoek van een aantal ontsnapte geiten.


   


Zijn vriendje in het kwaad is vast in zijn vroeger leven een hond geweest.


 


In de namiddag komen we in Matemata aan. Het eerste wat we zien is een bord

met Welcome to Hobbiton. Hobbiton is de locatie waar de Hobbitfilm opgenomen is

en een aantal scenes van Lord of the Rings. Hier bevinden zich de Hobbithuisjes, die

gaan we morgen bezoeken.


 


En zeg nou zelf, waar vind je zo'n mooie Tourist Information, in een echt

Hobbithuisje.


   


En wie hebben we daar? Golem himself.


 


We vragen wat informatie en gaan dan eerst iets te eten opzoeken. Tegenwoordig

lunchen we onderweg met warm eten, zodat we 's avonds kunnen volstaan met

brood. Wel zo makkelijk. We halen een bak voer bij de Take away Chinees en eten

die buiten in het plantsoen op. Zo we kunnen er weer tegen. Dan naar de camping, 6

km verderop.  Dit keer een wat luxere, Opal Springs, met een groot zwembad,

gevoed door een thermale minerale bron. We bouwen onze tent weer op, het is een

leuk veldje en duiken dan het zwembad in. Het grote bad is 25 meter heeft een

temperatuur van 30 graden, een kleiner badje is 37 graden en een klein ondiep bad

is 39 graden. Dat voelt goed aan ons lijf. Wel overal weer regels en vermaningen.

Deze vond ik de beste: Het Ministerie van Gezondheid raadt aan het hoofd niet

onder water te houden. Dat leek ons wel een goeie. De zon gaat weg en het wordt

direct weer kil, we duiken ons tentje en onze slaapzak in.


Dinsdag, 22 januari 2013, Matemata.


We willen vanochtend vroeg de filmset gaan bezoeken. Dat mag alleen met een

Guided Tour. In de eerste plaats is het dan nog niet zo heet en waarschijnlijk ook

nog niet zo druk. Even opschieten dus. De bus vertrekt vanaf de Tourist

Information. We zijn er helemaal klaar voor. Auto geparkeerd, rugzakken eruit, en

hup naar het VVV om kaartjes te kopen. Kijk ik nog eens goed naar Roderick en die

heeft toch een scheur in zijn broek, zeker 15 cm recht over zijn bil. Daar heeft hij

niets van gemerkt. Waarschijnlijk toen hij het tentje uitkroop, daar zijn altijd wat

acrobatische toeren voor nodig. Terug naar de camping dus. Nog even vers brood

gehaald. Eenmaal weer bij de tent eerst een broodje gegeten, eigenlijk hebben we

nu niet zo'n puf meer, het is alweer heet. We houden het een dagje kalmaan.

Lekker in het zwembad liggen. Vanavond kook ik zelf, er is hier een grote centrale

keuken, die iedereen mag gebruiken. Iedereen komt dus aangesjouwd met

pannetjes, kookspullen, afwas. Best gezellig zo. Er staan 2 grote fornuizen met

oven, 2 koelkasten voor algemeen gebruik en een grote aanrecht met 6

wasbakken. Prima geregeld.


Woensdag, 23 januari 2013, Matemata, Hobbiton.


Tja en vandaag ben ik zelf jarig. Precies om middernacht kreeg ik een SMS-je van

Henny. Leuk nu gaan we alsnog naar Hobbiton. jullie krijgen even een kleine foto

impressie, volgende keer het verhaal.We zijn nu grotendeels buiten bereik van

telefoon en dus van Internet, omdat we in de regionale parken kamperen en dat is

meestal in de Middle of Nowhere. Soms rijden we naar een stadje om daar op een

bankje in het plantsoen of op een parkeerplaats de email op te halen.  Wat

natuurlijk ook meetelt, we leven in een klein tentje, er is hier geen electriciteit (voor

de computer), vanaf de middag waait het meestal keihard en daardoor wordt het

flink koud en we zijn 's avonds flink moe van het dingen doen. Daarom duiken we

nogal vroeg in onze slaapzak. Er zit dus wat minder regelmaat in het publiceren.


Maar nu de tocht naar Hobbiton. Hobbiton is de filmlocatie waar het dorp van de

Hobbits zich bevindt. Na de opnamen van Lord of the Rings was alles afgebroken,

de locatie bevindt zich namelijk op particulier gebied, midden in het boerenland van

een koeien en schapenfarm, de Alexanderfarm. Voor de opnames van de Hobbitfilm

is alles weer opgebouwd, maar nu van duurzamer materiaal, want iedereen kreeg

een beetje door wat daar te verdienen kon zijn. En nu de film overal draait, worden

er tours georganiseerd naar Hobbiton a raison van 75 NZD per persoon. Dit is dan

ook meteen de enige mogelijkheid om de locatie te bezoeken, alleen onder

begeleiding van een gids. Maar als ex-bioscoopboer kunnen (en willen) we dit

natuurlijk niet overslaan.



Iedere 3 kwartier vertrekt er een tour vanuit de stad.

Matemata, een gemeente die de mogelijkheden absoluut gezien heeft. De

touristinformation is gevestigd in een echt Hobbithuis, overal staan borden: Welkom

in Hobbiton, er zijn punten gecreeerd om foto's te maken, de plaatselijke

middenstand doet ook driftig mee. Je vindt hier Hobbit Sushi, Hobbit Kebab, Hobbit

souvenirs. Om 9.15 uur hebben we geboekt en staan we op de bus te wachten.

En daar gaan we, eerst een 20 minuten durende rit naar de Shire. De chauffeuse

eeft alvast allerhande informatie over de Alexanderfarm, over de eigenaars enz.

Leuke weetjes. Vervolgens worden we bij de oude schapenschuur, the Shire,

uitgeladen, deze schuur is nog helemaal in oude staat, golfplaat met zigzaghekken

eromheen, maar verder ingericht voor de toeristenopvang. Een cafe op de

bovenverdieping, toiletten en natuurlijk een souvenirshop. 


   


Nou Bart, je hebt pech, we wilden een kleine maquette kopen, nog geen 30 cm

groot, maar hij koste 600 NZD, dat hebben we niet gedaan. Na even wachten

worden we opgepikt door de volgende bus, die dwars door het farmland rijdt naar

de locatie. Het gebied is zo wonderschoon, golvende heuvels, groot en klein, grote

solitaire bomen, meertjes en overal Black Angus koeien, die gewoon voor de bus

langslopen. Er zijn er maar liefst 900 op de farm en zo'n 6000 schapen.


   


En na 10 minuten komen we op de echte locatie. Onze gids Georgia begeleidt ons

de hele trip, maar dat doet ze erg leuk. Ze geeft veel informatie en Roderick kan

haar aan nog wat extra weetjes helpen. En nu gaan we aan de wandel, de locatie is

niet eens zo groot, maar heel slim opgebouwd.


 



De regisseur van de LOTR en de Hobbitfilms, Peter Jackson, was op zoek naar een

locatie met een grote boom aan een meertje, waar hij een soort feestterrein van

kon maken met de woningen van de Hobbits er in de buurt. Hij had het al bijna

opgegeven, toen hij over de Alexanderfarm vloog met zijn helicopter. En daar was

zijn droomlocatie.



In huis van de farm verderop bouwde hij zijn eigen studio om de rushes te

bekijken, de opnames van die dag. De bewoners had hij een reis voor die tijd

gegeven, hinderde niet waar naar toe, dus die waren lekker op stap. Het leger van

NZ werd ingezet om 1,5 km weg aan te leggen voor de zware trucks, er werden

hagen van grote bomen aangeplant, groentetuinen aangelegd. Een brug en een

molen aan het water gebouwd. Een enorme hoeveelheid generatoren was er nodig

en catering voor 400 mensen. Logistiek een geweldige klus en dan moeten ze nog

beginnen. En wij gaan dit nu eens fijn bekijken. We starten bij het huisje waar

Gandolf het dorp betreedt, het is leuk dat we de scenes kunnen herkennen en dan

steeds verder, het ene huisje is nog mooier dan het andere. Je kunt nergens naaar

binnen, het is allemaal uiterlijke schijn. Maar zo mooi gemaakt, met zoveel

aandacht voor de details.


 





Je kijkt echt je ogen uit, het hout is oud gemaakt, balken zijn verrot, ruitjes

gebroken, de brievenbus hangt op half elf, op de velden groeien groenten, grote

kolen, bietjes, aan de bomen hangen appels en peren. Die zijn er zorgvuldig

aangenaaid en niet van echt te onderscheiden. Je krijgt er gewoon trek van.

 

 


   


Het is superleuk om er rond te wandelen.




 

 


 




Deze eikenboom  boven Bagsend is kenmerkend voor een heleboel opnamen. Toen

zij hem ergens in de buurt van Matemata ontdekt hadden, is hij gekapt, de takken

eraf gezaagd en genummerd, getransporteerd naar de lokatie, daar weer in elkaar

gezet. Vervolgens werden er kunstmatige bladeren uit Taiwan aangevoerd en er

een voor een aangenaaid. En dit is het resultaat.

 

 


 


En verder gaan we weer, om het meer heen naar het feestterrein, de kroeg, de

stenen brug en de watermolen.

 

 


 


Om het feestterrein aan te leggen hebben ze een heel stuk moerasgrond moeten

droogleggen. Hiervoor zijn er tonnen en tonnen grond aangevoerd.


 


In de gelagkamer van de Blauwe Draak wordt ons een biertje aangeboden.


   


Er werd speciaal bier voor de film gebrouwen met een heel laag alcoholpercentage,

zodat wanneer de opnames overnieuw gemaakt moesten worden, de acteurs niet

dronken werden.



Dan wandelen we terug naar de bus en worden we weer teruggebracht.



Hier hebben ze geen Lord of the Rings petten, dus mocht Golem onze even op.



Donderdag, 24 januari 2013,  Lake Rerewhakaaitu.


Zo we zijn een flink stuk verderop gegaan, zo'n 180 km verder naar het zuiden en

we zijn nu ongeveer centraal in het midden van Northland. We hebben eerst de stad

Roturoa aangedaan, even rondkijken, dan naar de Tourist Information, wat

boodschappen doen en dan op zoek naar de kleine campingplaats aan Lake

Rerewhakaaitu ongeveer 26 km ten zuidoosten van Roturoa. Nou jullie zien het, we

hebben hem gevonden. Het is een kleine natuurcamping, maar hij was mudvol, het

is een lang weekend, maandag is een feestdag hier. Grote groepen, enorme tenten,

iedereen heeft barbecues mee, speedboten, kano's, visspullen, terreinmotoren en

mountainbikes. Er was precies nog een leuk plekje voor ons met uitzicht op het

meer. De grond is keihard, Roderick kreeg de tentharingen maar met moeite de

grond in met de rubberhamer, maar meteen werd er een jongetje naar hem toe

gestuurd met een ijzeren hamer. Iedereen begint een praatje met ons, vragen

waar we vandaan komen, of we met vakantie zijn, hoelang we hebben, nou en wij

hebben genoeg te vertellen. Heel gezellig dus.


     


Het water in het meer is superhelder, sommigen gebruiken het gewoon als

drinkwater. Tijd om te zwemmen dus. Ik heb mijn snorkel meegenomen. Het is

heerlijk zacht water, zoet water natuurlijk, maar KOUD, hooguit 20 graden. Lang

blijf ik er niet in, Roderick hoeft helemaal niet zo nodig.


 


Daarna gaan we een "bosje om" langs de oevers van het meer. Het is nog helemaal

ruige begroeiing. Veel varens ook weer. Na een uurtje zijn we weer terug en

installeren we ons lekker voor de tent.


   


De een na de ander komt nog even een praatje maken en dan gaan we naar de

kookplaats. Op de meeste natuurcampings hebben ze zo'n plaats gemaakt, omdat

ze als de dood voor bosbranden zijn. Nou daar kan ik me alles bij voorstellen. We

zijn ook steeds supervoorzichtig. Ik liep te klagen dat alle bezienswaardigheden

hier zoveel geld kosten, wil je de grote geiser zien spuiten, dan kost dat 45 NZD per

persoon, wil je naar het oranje en blauwe kratermeer dan kost dat 34,50 NZD per

persoon, het volgende bijzondere meer kost 32,50 NZD per persoon. Het is gewoon

te gek, dit loopt zo enorm op. Maar nu hebben we een aantal leuke tips van de

bewoners hier gekregen. Morgen maar eens kijken, maar eerst eten.



   


Vrijdag, 25 januari 2013, Lake Rerewhakaaitu en Roturoa.


Zodra de zon onder is wordt het behoorlijk koud, daarbij waait het flink vanaf het

meer. In het tentje is het goed te doen, we hebben goede slaapzakken, maar we

gaan dus wel al vroeg naar binnen en dus naar bed. De Ouwetjes. De volgende

morgen schijnt de zon, de dauw verdwijnt razendsnel en het is heerlijk. En zeg nou

zelf, een schitterend uitzicht toch?



We gaan nu eerst op zoek naar de Mudpool, een meer vol kokende modder. Het is

hier niet ver vandaan en zonder entree te bezoeken. We hebben het snel gevonden

en het is spectaculair, een kolkende, pruttelende, borrelende, blubberende

moddermassa. Het lijkt wel iets uit een griezelfilm. Ongelooflijk en een zwavellucht!


  


   


Dit is het gebied van de Geothermale Activiteit, in 1886 hebben er nog een aantal

vulkaanuitbarstingen plaatsgevonden en nu nog steeds, zowel in zee als

ondergronds gebeurt er nog van alles. Vandaar al die kratermeren, zwavelpoelen,

geisers, hete bronnen. We gaan een wandeling maken om het meer heen door het

bosgebied daar. Schitterende hoge bomen, grote varens, het is een genot om

erdoor te lopen, alleen stinkt het ongelooflijk naar zwavel, maar daar wen je wel

aan, want het stinkt hier overal. We vinden nog een kokende Mudpool, nu met een

gele siliciumafzetting langs de oever. Het zit hier stikvol mineralen.

 

 


 


Tja en dan vinden we nog meer: Bramen!!! Mijn dag kan niet meer stuk.


 

 

We pakken de auto weer en gaan via allerhande binnenweggetjes verder richting

Waikiti Valley. Even later zien we rookwolken uit de grond oprijzen. Het blijkt een

riviertje te zijn, dat door een kokend hete bron gevoed wordt. Het water is 98

graden celsius. De nabij gelegen camping heeft het gekanaliseerd en verwarmd

daar zijn zwembad mee.


   


Verder naar de stad Roturoa, we willen daar een hapje eten en wat rondkijken.

Mooie gebouwen in een beetje koloniale stijl, modern winkelgebied, veel

restaurantjes, veel te beleven. Gelegen aan een prachtig meer, Lake Roturoa, ook

hier weer allerhande voorzieningen, picknick tafels, bankjes, speeltoestellen, de

stad is echt leuk en het meer is prachtig.


 


     


We rijden nog even richting Te Po, de grote geiser en we hebben mazzel, als we op

de parkeerplaats aankomen begint hij net te spuiten. We staan hoog, maar evenzo

goed spuit hij nog veel en veel hoger. Natuurlijk zie je het nog spectaculairder als je

aan de voet staat, maar ach die 90 NZD hebben we nu uitgespaard, we gaan lekker

Tunesisch eten.


 


Dan nog even een laatste ommetje door de stad om weer terug bij de auto te

komen. We glippen nog een leuk winkeltje binnen en daar verkopen ze, waar ik

allang op zoek naar ben. Paua schelpen, maar niet de hele, maar stukjes ervan. Die

wil ik voor Mirella kopen om te gebruiken in haar sieraden. Maar nu wil ik natuurlijk

ook de mooiste en bruikbaarste stukjes. Al babbelend met de eigenaresse ben ik

stukje voor stukje aan het uitzoeken. Blijkt naderhand, dat ik anderhalf uur binnen

ben geweest. Hoe zou ik toch zo moe komen? Dan alleen nog naar de supermarkt

en nog een uur terug naar de camping.


   


Zaterdag, 26 januari 2013, Lake Rerewhakaaitu, Waiotapu, Kerosine lake.


En daar gaan we weer, het tentje laten we aan het meer staan, met de auto gaan

we verder de omgeving verkennen. Schapen, koeien, enorme pijnbomen. We

nemen natuurlijk weer allemaal binnenweggetjes. Zo gaaf om te doen.


   


Roderick is een ster in loeien en alle koeien komen dan ook in draf naar hem toe.


 


 


Bij het vertrek roept hij vrolijk: Dag Meisjes! En dan loeien ze nog terug ook.

We gaan nu op zoek naar een plaats waar een stroom uit een warme bron en een

stroom uit een koude bron samenkomen. Daar kun je baden. We gaan natuurlijk

eerst in de warme bron, heel voorzichtig, want hoe warm is warm? Ik kan er

eigenlijk net mijn tenen insteken, ik denk dat het bijna 50 graden celsius is. Heel

voorzichtig laat ik me zakken. Het kan maar een paar minuten, dan beginnen mijn

billen al aardig gaar te worden.


 




Het is een heel aparte gewaarwording. Even later lopen we naar de andere kant van

de brug, waar de stromen samenkomen. Dat is beter te doen. Het is heel grappig,

als je aan de ene kant zit, is het dus bloedje heet, in het midden is het aangenaam,

schuif je nog iets verder op, dan wordt je ene arm echt koud en blijft de andere in

het warme water. Het is een poel met limestone oevers, ik denk kalkzandsteen.

Veel mensen krabben de kalk los en smeren zich er helemaal mee in. Moet ik

natuurlijk ook proberen. Binnen seconden heb je een fluweelzacht velletje.



Op de terugweg gaan we nog even bij de Kerosine Lake kijken. Groen als benzine,

ook weer warm water, je kunt er veilig in zwemmen, wordt er gezegd, maar ik vind

het wel voldoende om alleen met mijn benen er in te gaan. Het ziet er wel speciaal

uit.




Zondag, 27 januari 2013, Lake Rerewhakaaitu.


Vanochtend vroeg ging de overbuurman al uit vissen, trots komen zij de buit laten

zien, 3 mooie regenboogforellen, die gaan ze bij de caravan roken. Zij hebben

werkelijk alles bij zich. Even later krijgen wij ook een heerlijk stuk vers gerookte vis

gebracht. Nou echt smullen.


 


We gaan weer op weg, er zijn nog een paar bezienswaardige kratermeren aan de

andere zijde van het gebied. Eens even kijken, nou vergeet het maar, op het

moment dat we het grote Visitorscentre ontwaren, weten we al hoe laat het is,

toegangsprijs: 34,50 NZD pp. Er zijn maar 2 kratermeren te bezichtigen, de weg

naar de derde is overstroomd, uiteraard moet je er zelf naar toe lopen. Nou dank u,

maar laat maar. Hier balen we zo langzamerhand wel van. Maar zoals altijd hebben

we altijd weer een ander plan in voorraad. De omgeving is ook hier weer

schitterend, alle kleuren groen, alle soorten bomen en heesters, veel varenbomen.


..


Er is nog ergens een warme beek in Kerosine Creek, even goed zoeken en ja, daar

is het, ook weer midden in het bos. Het water is hier echt overheerlijk, de

temperatuur precies goed. De stroming is best wel sterk, ik moet mijn voeten goed

schrap tegen de stenen zetten, anders wordt ik meegetrokken en even verderop is

er een waterval, weliswaar maar 2 tot 3 meter hoog, maar wel met grote

rotsblokken eronder. Dus ik wil graag op mijn plaats blijven liggen.


  


   


We raakten in gesprek met een paar Zweden en hebben wel anderhalf uur in het

water zitten kletsen. Schoon zijn we nu wel.



Hierna rijden we nogmaals naar Rotorua, we hebben onszelf een Chinees diner

beloofd. Er komt een hele club Chinese heren binnen, die duidelijk wat te vieren

hebben, uiteraard moeten er foto's gemaakt worden. Ik bied ze aan om een foto

van hen allemaal te maken, ze spreken geen woord Engels en eerst denken ze dat

ik het hen kwalijk neem dat zij steeds opstaan. Eindelijk krijgen ze het door, wat de

bedoeling is. Zij blij en maar proosten voor de foto. Even later komen naar onze

tafel met 2 kommetjes Sake, daarna komen ze weer langs onze tafel om met ons

te klinken, erg leuk. We hebben verrukkelijk gegeten.


Maandag, 28 januari 2013, tocht naar Lake Tutira.


We hebben nu wel zo'n beetje alles gezien en meegemaakt hier, hoogste tijd om

verder te gaan. Tent afbreken, hele zooi weer in de auto en daar gaan we. Dit keer

willen we een flink stuk naar het ZuidOosten, richting Napier. Roderick heeft een

route uitgestippeld, alleen maar over secundaire wegen, door en over de bergen,

door de dalen. Het blijkt meer dan 100 kilometer niet verharde weg te zijn, over

grove sintels, vol haarspeldbochten, waar je vaak maar met 25 km per uur

doorheen kan. Eerst maar eens de borden controleren of de wegen uberhaupt open

zijn, maar dat is gelukkig het geval.



Lastig is dat je de plaatsnamen haast niet kan onthouden, ze zijn lang met bergen

klinkers en heel vaak is er maar een heel klein verschil van een paar klinkers in de

naam, maar dan is het wel een andere plaats natuurlijk. Het kost heel wat

denkwerk.


 


 


We hebben genoten van de tocht, het ene gedeelte nog mooier dan het volgende. 


     


Ja een brug uit een goed jaar!


 


   



Af en toe paarden op de weg, dan weer een stier of een schaap. Fabelachtige

uitzichtpunten. Erg gaaf. Lake Waikaremoana. We rijden driekwart om het meer

heen, maar wel hoog door de bergen, echt tot over de toppen.


 



En aan de overkant een waterval, die ik natuurlijk wel even beter wil kunnen zien.

De Hopuruahine Landing.


 



En verder gaan we steil omhoog en steil weer naar beneden. Aan de overkant zien

we ineens hele grote stukken rots uit de bergwand steken. Het ziet er vervaarlijk

uit. Hier is de aardkorst toch nog veel in beweging, we lezen over uitbarstingen,

landverschuivingen, bevingen. Dat kun je ook goed zien.




Bij Onepoto houdt de gravelweg op en rijden we weer op asfalt, hehe, dat is beter.

Iets te vroeg gejuichd, na 500 meter rijden we weer in dikke stofwolken over de

sintels voor de volgende 50 kilometer. Via Kaitawa, Kokako, Piripaua, Rangiahua en

Frasertown komen we aan in Wairoa, gelegen in Hawke Bay. Een middelgrote stad

met alle voorzieningen, een schitterend picnicgebied langs de oever van de rivier,

alles weer prachtig in de verf, de planten mooi onderhouden, echt alles Spic en

Span. Hier houden we een stop om even een pasteitje te eten, die worden overal in

NZ verkocht, in alle smaken, bloedheet en lekker.


 


En dan moeten we weer verder, want de dag schiet al op, we moeten nog een

Campground vinden en de tent nog opzetten. Het opzetten valt echt wel mee, maar

die hele zooi weer uit de auto halen, daar zie ik steeds wel tegenop, het er weer in

proppen is natuurlijk nog lastiger. We gaan kamperen aan Lake Tutira, we hebben

een idyllisch plekje gevonden, een hoge uitstekende landpunt direct aan de oever

tussen oude bomen met direct uitzicht op het meer. Mooier kan het haast niet. Dit

is ook weer een DOC camping, Department of Conservation, een staatscamping

midden in een natuurgebied, vrijwel zonder voorzieningen, alleen een

toiletgebouwtje. Deze campsites hebben onze voorkeur, we zijn niet op zoek naar

een terrein met entertainment en van alles en nog wat. Klein, rustig, goedkoop en

gelegen in de mooiste natuurgebieden. De zwarte zwanen zwemmen voor ons

tentje langs.


 


Naast ons een grote wilg, die omgeknakt is en daarna weer doorgegroeid.


 


Er heeft zich in 1988 een landverschuiving voor gedaan. We zagen het al steeds om

ons heen op de bergen, net of op de top de bergen een beetje afgezakt waren.

Horizontale onderbrekingen erin en bijna op iedere berg.


    


We dachten eerst aan ontbossing of erosie, maar hier staat een bordje, dat er in die

periode 758 mm regen was gevallen en daardoor is de verzadigde grond van de

bergtoppen naar beneden gegleden. Er staan foto's van de Campground bij, die is

bedekt met een dikke laag modder van 2,50 meter. De natuur heeft zich weer

prachtig hersteld.

We gaan nog even onze benen strekken en lopen een stukje om het meer. Je mag

hier gewoon door de schapenweiden (of koeienweiden) heenlopen, er zijn trapjes

bij het hek gemaakt om er over heen te klimmen of er staat gewoon een bordje of

je het hek weer achter je dicht wil doen. Er lopen ook officiele wandelroutes door de

weiden. Ik heb dit in Nederland nog nooit meegemaakt, dat je zomaar bij een

boerenbedrijf tussen de dieren door mag lopen. Er staat ook een niet vriendelijk

uitziende stier, dit gedeelte slaan we dus maar over.


   


Dinsdag, 29 januari 2013, Lake Tutira, Napier.


We laten het tentje staan, het is zo'n mooi plekje, en gaan naar Napier, een stad

die bekend staat om zijn Art Deco gebouwen en sfeer. Napier is ongeveer 80 km

verderop. Op de weg rijden tientallen kolosale vrachtwagens met boomstammen,

het is hier duidelijk een gebied van bosbouw.


 

 


In Napier aangekomen zetten we de auto op een parkeerplaats aan zee. Iedere

keer als we de zee zien, moeten we toch even slikken. Roderick begint dan ook

meteen weer, welke verf en hoeveel kwasten hij moet kopen en hoe hij het

allemaal gaat doen. Het gaat beter als we in het binnenland verblijven. Het strand

hier bestaat uit een dikke laag zwarte kiezelstenen. Dat nodigt niet uit. Over de

stad is niets te veel gezegd. Het is zo gaaf gedaan. Hier beneden zie je de openbare

toiletten. Schitterend toch?


 


We lopen over de boulevard, langs de Verzonken tuinen, een prachtig parkachtig

plantsoen, met kleurrijke bloemperken, overal zitjes en sculpturen. Even verderop

een "speelterrein" maat voetbalveld voor skateboards, rollerskates, alleen doen ze

het hier op van die aluminium autopedjes met kleine wieltjes. Overal steile half

pipes, plekken om te springen, steiltes om vanaf te razen en een bak met

purschuim brokken om in terecht te komen, als je het jumpen nog moet leren. Er

wordt druk gebruik van gemaakt. Dan weer een plantsoen met Griekse

zuilengalerijen en ook weer overal banken en mooie perken. Het is schitterend

gedaan en nergens Graffiti.


 


Er leven hier stikveel Opossum in de bossen, dat kun je zien aan het grote aantal

platgereden exemplaren op de weg. Ze hebben een bontvacht, kattenoren en een

kattenstaart. Dan gaan we naar de binnenstad, dat is leuk gedaan, ook de

aankleding is helemaal Art Deco. De gebouwen zijn stuk voor stuk bijzonder om te

zien en de stijl wordt in het hele centrum aangehouden. Erg mooi, heel sfeervol.


  


   


Ik weet in de winkels een paar mooie dunne bloesjes te scoren, die kan ik goed

gebruiken, het is momenteel zo heet. Op de parkeerplaats halen we de computer te

voorschijn om de email te checken en de website op te laden. We kijken bij het

Nederlands nieuws en lezen dat Koningin Beatrix af gaat treden. Nou dat is het

nieuwtje wel. In de auto laden we onderweg de telefoons op en als ik weer bereik

heb, krijg ik 2 SMS-jes binnen van Mirel, met het nieuws over de troonsafstand.

Even later zijn alle contacten met de buitenwereld weer verbroken, we rijden weer

in de Middle of Nowhere.  Moe en voldaan keren we weer terug naar ons idyllische

plekje aan Lake Tutira.


Woensdag, 30 januari 2013, van Lake Tutira naar Herbertsville.


Vandaag weer een flinke ruk te gaan naar Herberstville aan de oostkust,

halverwege Napier en Wellington. Weer slinger slanger over de bergen. We houden

een pauze stop voor een kop koffie in Otomane. Een betere locatie hadden we niet

kunnen treffen. Gevestigd in de oude bibliotheek, zoveel mogelijk authentiek

ingericht. De dame achter de counter paste ook precies in het geheel. We

hebben onszelf getrakteerd op een Long Black coffee met Homemade cake, die zag

er zo heerlijk uit.

  

 


 


Deze wijze woorden in de gelagkamer wil ik jullie niet onthouden.



Buiten in de tuin zijn we aangeschoven aan de tafel bij twee echte Kiwi dames,

waar we ongelooflijk leuk mee hebben zitten praten. Dan is het voor ons weer tijd

om verder te gaan. De gepasseerde plaatsnamen laat ik achterwege op 1 na:



De langste plaatsnaam ter wereld. Ja ik weet het van die naam in Schotland, maar

wie zich geroepen voelt het uit te zoeken gaat z'n gang maar. Ik heb geen Internet.


 


De betekenis van deze naam is: Dit is de heuvel op welke Tamatea, de chief van

grote lichamelijke sterkte en overal gekend, op zijn fluit (iedere morgen) een

klaaglied speelde ter herinnering aan zijn broeder. Zo nu horen jullie het ook eens

van een ander. Wij gaan verder naar Herbertville. Op de website leek de camping.

wel wat, maar er is echt helemaal niets, aan het einde van een na 10 km

doodlopende weg. Jaarplaatsen voor caravans, die er al 25 jaar staan, vervallen en

vermolmd, wij zijn de enige transit gasten. We besluiten hier een cabin te huren,

omdat we morgenochtend meteen weer door willen. Het is nog een fors stuk naar

Wellington. De Cabin is een golfplaten hutje met een dubbelbed en 2 stapelbedden,

geen tafel, geen stoel, geen ruimte, een TL balk als sfeerverlichting, eigen

beddegoed, dekens, kussens meebrengen en dan evengoed nog 36 NZD op de

toonbank leggen. Wat is er verder nog in Herbertville? Een monument ter

nagedachtenis aan de eerste bewoners, naar wie het gehucht genoemd is. De

nazaten wonen hier nog en schapen. Verder niets!


    


We wandelen nog even naar het strand, maar dat kan ons ook niet zo bekoren. De

rivier mondt hier uit en de zandbank ligt vol boomstronken. Wel veel knotsgrote

dennenappels, maar geen schelpen. Herbertville, Vergeet het maar!


 


   


Donderdag, 31 januari 2013, Van Herbertville naar Ngawi.


En daar gaan we weer, het is zeker niet vervelend, het landschap blijft boeien, wel

is het hier een stuk droger, de heuvels zijn geel, maar door het contrast met de

groene bomen blijft het aantrekkelijk. Overal borden: Fire Ban Zone. Dus je mag

nergens vuur maken, gelijk hebben ze! Ngawi ligt in het uiterste Zuid (oostelijke)

puntje van NZ, ook dit is weer een hele mooie rit, maar ik ga in herhalingen vallen.

Eenmaal bij de kust aangekomen, wordt de weg supersteil.


   


Waarom willen we naar Ngawi? Omdat daar een zeehondenkolonie woont, er leven

ook pinguins, er is een camping recht aan zee. Reden genoeg om daar naar toe te

gaan. We lassen hier morgen een rustdag in, want Roderick is niet erg lekker, we

hebben zware dagen gemaakt en het is bijna 40 graden. Goede reden om aan zee

te blijven.


   



Zonsondergang vanuit ons tentje gezien met op de achtergrond het Zuidereiland.



Vrijdag, 01 februari 2013, Ngawi, zeehondenkolonie.


Vandaag gaan we doen, waarvoor we hierheen gekomen zijn. Er moet hier een

zeehondenkolonie vlak bij wonen. Hopenlijk zijn ze thuis... Nou we hebben ze

gevonden, het zijn er wel een stuk of 50, misschien zelfs wel meer, en zeker 20

piepkleine zeehondjes spartelen en buitelen hier rond, sommigen liggen echt te

huilen en dan hoor je een zware zeehondenstem antwoord geven. Geweldig.



 


 


Roderick loopt een stukje om de rotsen heen om vanaf een andere kant te kijken

en deinst van schrik terug als een kleintje ineens hard begint te huilen vlak voor zijn

voeten, er liggen een paar onder de rots te soezen.



De rest speelt er lustig op los, het is verbazingwekkend, hoe ze, zo klein als ze zijn,

met gemak de hoge puntige rotsen ophuppelen. De babies zijn vertederend, de

peutertjes en kleutertjes zijn echt aan het stoeien en geboren met zwemdiploma A

tm F op zak.


   


Het is opkomend water, grote slierten kelp komen binnendrijven. Dit is een heel

grof soort, meterslang, de doorsnee van een binnenband van een motorfiets en

ongelooflijk zwaar en taai. Op het strand heb ik een stuk opgetild, nou daar wil je

met je schip niet in verstrikt raken.


   


Na twee uur wandelen we door naar de vuurtoren. Nee, niet naar boven, je hoeft nu

ook weer niet te overdrijven.


   


Een van de pluspunten van NZ, overal vind je openbare toiletten. Zelfs hier op zo'n

afgelegen punt. Goed geschoord met lijnen, anders waait hij zo weg. Ook in de

bossen vind je ze overal. En nergens grafiti! Dit is nog een heel nieuwe.


   


We kunnen terug over het strand wandelen. Onderweg passeren we een sculpture

door de zee zelf vervaardigd.  En kijk wat we gevonden hebben, een paar

Pauaschelpen, daar ben ik al zo lang naar aan het zoeken.


   


De weg naar de zeehondenkolonie is niet meer wat het geweest is, een deel is in

zee gespoeld. Over de wegen in het algemeen valt niet te klagen, prima

onderhouden, zelfs in de afgelegen gebieden, goede bewegwijzering, duidelijke

waarschuwingen.


 


 


We hebben lopen speuren, maar helaas geen pinguins gezien.


Zaterdag, 2 februari 2013, Martinsburough, Lower Hutt, Wellington.


Tijd om weer verder te gaan, tot nu toe hebben we enorm geboft met het weer om

te kamperen. Een lekker zonnetje, het is de droogste januari maand sinds tijden.

Dat kun je ook wel zien, door de brede rivierbeddingen stroomt alleen een sliertje

water, de bergen zijn hier geel en overal liggen grote rollen hooi. Alleen zodra de

zon achter de berg verdwijnt is het meteen ijskoud en er is altijd wind en hard ook.

Vandaag willen we naar Wellington, een paar uur rijden, zoals steeds steil berg op

en berg af.


   

 

In Martinsburough besluiten we een stop te houden, daar zou wat te doen zijn. Nou

zeker, het was jaarmarkt. We hoefden niet ver te zoeken, overal liepen mensen,

mooi aangekleed met hoeden, kinderen opgetut, dus die hoefden we alleen maar te

volgen. Het is beredruk, er is van alles te koop, veel "Artcraft" zoals dat hier heet,

allerhande aparte stalletjes, internationaal eten, Deens ijs, Franse crepes,

Hongaarse schoorsteencake, Poolse balletjes, Zwitserse Rosti, antiek, kleding. Het

hele centrum is een zee van marktkramen en gezellige muziek.


   


Het is de leukste markt die we in tijden bezocht hebben. Bij de Zwitserse Rosti

wordt er driftig gebakken, je moet in de rij staan (volgens Engelse gewoonte) om

aan de beurt te komen. Maar het was het wachten waard.


  


 


 


Maar we waren onderweg naar Wellington, weet je nog? Daar gaan we weer. In de

buurt van Wellington zijn geen DOC Campings, de motels zijn bijna onbetaalbaar,

dus we zijn genoodzaakt gebruik te maken van een Top 10 resort. We hebben

gekozen voor Lower Hutt, een voorstad van Wellington. Nou je kunt direct de prijs

wel aflezen, een gigantisch luxe receptiegebouw. We treffen het, er is een heel

belangrijk internationaal rugbygebeuren en de hele accomodatie zit mudvol

rugbyfans. Alle velden vol met tentjes, overal schallen de spreekkoren, iedereen

loopt verkleed. Kan dus onrustig worden, werden we gewaarschuwd. Nou dat is niet

anders, we moeten toch ergens slapen en in de hele omgeving is geen accomodatie

meer te krijgen. We vinden een piepklein plekje op een veldje vol tentjes, en mogen

daar 46 NZD voor neertellen. Ons tentje meet 2 bij 2 meter. Iedereen vraagt of we

ook voor de Games komen, maar dan moeten we bekennen dat we helemaal niets

van rugby weten, waarop iedereen zich dan afvraagt, wat we daar dan komen

doen. We bouwen snel ons tentje op, leggen alleen het hoognoodzakelijke erin en

vertrekken naar de stad. Daar is het beregezellig. Ze maken er een soort carnaval

van. We gaan direct naar de Weta Cave, dat is een bedrijf dat gespecialiseerd is in

het vervaardigen van Special Effects, wapenrustingen, figuren en zo meer voor

onder andere de films van Lord of the Rings, the Hobbit, Avatar, King Kong, Narnia.

Regisseur Sir Peter Jackson is mede-eigenaar hiervan. Het bestaat uit een echte

werkplaats en een winkel in de vorm van een grot, waar allerhande filmspullen

staan. Hartstikke leuk voor ons, meteen bij binnenkomst denk je al:WOW!

Roderick kan direct op de foto met Gandolph, en wat hebben we daar? Juist de

Hobbitvoeten.


   


Helmen uit Lord of the Rings.


  


De vrouwenfiguur van Avatar is hier ook ontwikkeld, evenals, Ja daar heb je hem

weer, de Gollem.


   


Het plafond van de shop vol artwork. Een close-up van Lurtz, de Orc.


   



Toegang tot de Weta Cave shop is vrij, je kunt er ook allerhande miniaturen kopen,

boeken, artwork, als we daar rond lopen te struinen, blijkt dat je een rondleiding  in

de echte workshop kunt krijgen, 20 NZD per persoon, dus dat valt nog mee. Binnen

5 minuten start deze, nou dat willen wij natuurlijk ook meemaken. Het atelier is

direct om de hoek. De werkplaats is gewoon in gebruik, dus we mogen helaas geen

foto's maken.


   


Een van de medewerkers doet de rondleiding en dat doet hij hartstikke leuk. We

krijgen echt een kijkje in de keuken van een Special Effects Workshop. Hoe

bijvoorbeeld de wapens, wapenrustingen, figuren eerst in de computer ontworpen

worden, dan wordt dit in 3D omgezet, vervolgens in een polystyreen vorm gegoten,

en dan wordt deze mal gebruikt om het object verder te bewerken. Hij legt uit, dat

bepaalde gedeelten van bijvoorbeeld de malienkolder van Sauron van plastic zijn,

om het gewicht te beperken, de gevaarlijke punten op zijn helm zijn van buigzame

rubber, zodat niemand gewond kan raken tijdens de opnamen. De metalen

ringetjes van de uitrusting zijn ook van plastic. Hij laat zien hoe iets oud gemaakt

wordt, hoe er beschadigingen en slijtplekken op aangebracht zijn en zo voort. Echt

interessante informatie. Er liggen een hele bak met verdroogde mummies, er staat

een reuze konijn, King Kongs hoofd met allerhande uitdrukkingen, Latex maskers,

geavanceerd wapentuig, maquettes van het kasteel op de rots van Sauron,

zwaarden, speren, kruisbogen, helmen, Hobbitvoeten in alle maten, voor

verschillende doelen, compleet met haren op de tenen.

Wat die Hobbitvoeten betreft heb ik zo mijn eigen idee. De Maori kindertjes hier zijn

tamelijk grof gebouwd en lopen altijd op blote voeten, ook in de kou en in de

winkels in het stadscentrum en die voeten zijn op zich al behoorlijk groot, maar als

je je hele leven op blote voeten loopt, worden die enorm gespierd en zakken ook

verder uit. Hier zie je dus kleuters en grote mannen die al van nature een soort

Hobbitvoeten hebben, het wordt alleen wat aangedikt in de film. Maar dit bezoek

was absoluut een van de hoogtepunten, allemaal zo herkenbaar, niet alleen van uit

de films, maar ook vanuit het studiowerk, waar Roderick natuurlijk ook veel mee te

maken heeft gehad bij Toonder Studios. We zijn er opgewonden van. Zo leuk.

Als we terugkomen in de winkel blijkt daar een film vertoond te zijn, die nu niet

meer gedraaid wordt, omdat ze zo sluiten. We maken een afspraak morgenochtend

nog langs te komen, om die nog te zien. Dan gaan we de stad in. Het is beredruk,

feestelijk uitgedoste mensen, op de promenade is een groot scherm opgericht om

de wedstrijden te kunnen volgen.


  


 


Intussen wordt de hele binnenstad afgesloten met dranghekken, al het verkeer

wordt tegengehouden, overal beveiliging en politie, er wordt gefouilleerd op alcohol

en glaswerk. Er wordt een enorm feest voorbereid. Onderweg komen we langs de

bioscoop Embassy, waar de premiere van de Hobbitfilm heeft plaatsgevonden. Nou

daar hebben ze echt iets moois van gemaakt. Natuurlijk gaan we ook even binnen

kijken, de tweede foto is geen modern schilderij, maar de onderdoorgang naar de

foyerruimte, eigenlijk meer een restaurant en chique cafe. Gaaf gedaan toch?


   


We eten nog ergens een hapje, dan wandelen we terug door de stad om onze auto

op te zoeken. Knap van ons dat dit telkens weer lukt. Zeker nu met zo'n chaos. We

gaan tijdig naar bed, vannacht kan het wel eens onrustig worden, als iedereen na

het feest terug komt. Nou dat viel uiteindelijk wel mee, af en toe struikelde er

iemand over de scheerlijnen, omdat wij ineens met ons tentje op hun veldje

stonden, wat zij nog helemaal niet gezien hadden en nu is het donker.


Zondag, 03 februari 2013, Wellington, Weta Cave, Manakau


We staan vroeg op, we hebben een drukke dag voor de boeg en het is niet bepaald

een campingplaats om lekker op je stoeltjes buiten te gaan zitten, er komen nog

enkele late feestvierders het kamp opstrompelen. Er kruipt een grote kerel in een

verfomfaaid pinguinpak uit zijn tentje, met een kater van heb ik jou daar. Het is een

campground met luxe keukenfaciliteiten, alleen de schoonmaakploeg is nog niet

langs geweest, de afvalbakken puilen uit van de lege bierflessen, de walm komt je

tegemoet, nou daar ga ik mijn ontbijt niet klaarmaken, dan eerst maar douchen,

nou dat wil je niet weten, wat een puinhoop, te goor om naar de toiletten te gaan.

Hier kan ik dan zo van balen, er is natuurlijk een overmaat van mensen op de

campground, maar ze waren al op voorhand volgeboekt, dan zet je toch extra

schoonmaakploegen en opruimers in. Ik was echt kwaad, niets was te gebruiken en

dan wel 46 NZD binnenhalen vanwege de piekdag. We hebben de tent in no time

afgebroken, alles in de auto, vervolgens nog een half uur gewacht bij kantoor om

een officiele klacht in te dienen. Nou het meisje daar, vond dat ik dan maar in een

ander toiletgebouw had moeten gaan, dat was natuurlijk niet veel beter, en

waarom ik dan eigenlijk zo lang gewacht had om ze te waarschuwen, als ik dat

constateer. Nu waren we al gisteravond langs kantoor gegaan, maar dat was

gesloten. Nou dan had ik haar toch kunnen bellen, zij had wachtdienst. Daar kan ik

toch zo hels om worden, dus ik heb haar haarfijn verteld, dat het niet mijn taak is

om de sanitaire gebouwen te checken, maar van het bedrijf en dat het een schande

is dat ze geen extra schoonmaakrondes ingelast hebben. Dat het de smerigste

voorzieningen had, die we deze maand tegengekomen zijn. Niet dat het verder wat

uitmaakt, betaald hadden we al, maar het lucht wel op, anders blijven we er de hele

tijd mee rondlopen. Dan direct naar de Weta Cave voor de film, daarover volgende

keer meer, het is nu middernacht en we moeten vroeg vertrekken. Tot dan.



Opnieuw naar de Weta Cave aan de andere kant van de stad in de wijk Miramar.

Daar worden we met open armen ontvangen en als we uitleggen, dat we vroeg

weer verder willen, starten ze de film voor ons tweetjes en daar zitten we dan in

een showroom als een grot (cave) aangekleed met allerhande filmattributen. De

film is zeker de moeite waard, hierin vertelt de eigenaar/oprichter van het special

effects gedeelte hoe het allemaal begonnen is. Hij was altijd al aan het

experimenteren met film, figuren, effecten, gewoon in de huiskamer, toen hij met

de nog jonge Peter Jackson in aanraking kwam, die eigenlijk hetzelfde deed. Samen

zijn ze toen verder gegaan, eerst een horrorachtige film gemaakt, dan steeds een

stapje verder, met als resultaat de geweldige effecten in Lord of the Rings, the

Hobbit, King Kong, Avatar, Narnia. Zij hebben een aandeel in zoveel producties.

Wereldwijd worden zij nu ingezet. Dit is alleen al heel leuk om te weten, verder

worden er dus ook stukjes uit de films vertoond om te showen wat zij gemaakt

hebben. Veel van die films hebben wij natuurlijk zelf vertoond. dat maakt het voor

ons nog veel interessanter. Het was hartstikke de moeite waard en om 10 uur

hadden we meteen weer het gevoel van Wat een leuke dag wordt dit! Tijd om op te

stappen, we maken eerst nog een rondje met de auto door de stad en passeren

daarbij het Roxy theater, de bioscoop waar Peter Jackson ook eigenaar van is. We

hebben er een hoop over gehoord en willen er graag even een kijkje nemen. Het is

zondagochtend, maar de deur staat open, er is al vroeg een voorstelling begonnen.

De buitengevel doet direct denken aan de vroegere Roxy in Amsterdam. Bij

binnenkomst in de hal wordt dit gevoel nog versterkt. De sfeer is hetzelfde als in de

Roxy vroeger en in de Tuschinsky, maar alleen in een moderner jasje. We vragen of

we even een beetje mogen rondkijken en leggen uit waarom, waarop een

dienstdoende jongeman zijn balie sluit, ons naar boven brengt, de zaallichten

aandoet en ons vervolgens alleen laat rondstruinen. Boven in de hal hangt een hele

collectie filmposters van Peter Jackson zelf, uit zijn priveverzameling. Kijk nou:

Flash Gorden, Barbarella en nog veel meer oude bekenden.


  


De sfeer is helemaal het zelfde, de goudkleurige draperie als voorhang voor het

scherm, de wandverlichting, de oudbruine stoelen, alleen zijn deze van topkwaliteit

en net als de onze in zaal 3 helemaal verstelbaar, achterin staan love seats.


   


 


Het plafond in de foyer boven is ook helemaal beschilderd, maar dan in een modern

jasje met oude kleuren. Heel mooi, we voelden ons vereerd, dat we daar rond

mochten lopen en alles konden bekijken.


  


We gaan weer verder, we willen het gedeelte van Wellington nog bekijken wat aan

de baai ligt, Seatoun en Miramar. We zijn helemaal rond de baai gereden, de baai op

zich is al prachtig, de bebouwing is helemaal in de stijl van een badplaats, maar dan

wel een waar veel geld zit.


   


 


Ook hier zijn weer allerhande recreatiemogelijkheden, waar druk gebruik van wordt

gemaakt. De Kiwi's zijn veelal erg sportief en absoluut natuurliefhebbers. En ook

hier weer een waarschuwingsbord voor overstekende pinguins. Verschillende malen

ben ik uit de auto gesprongen, omdat ik dacht dat ik ze zag, maar dit bleek toch een

soort aalscholver te zijn en de laatste keer stond ik een paar duikers te

fotograferen, dus geen pinguins op de website. We hebben het echt geprobeerd.


    


Nu gaan we de snelweg SH! opzoeken, want we moeten nog een heel eind. De

wegen zijn over het algemeen prima, maar er zit geen vlak stuk tussen, het blijft

berg op berg af met duizend bochten en hellingen, ook de hoofdwegen. De tocht

gaat nu langs de Westkust naar het Noorden.  Natuurlijk stoppen we regelmatig op

een mooi plekje of in een leuk stadje. Als het toevallig een mooi bramenplekje is ,

ben ik helemaal gelukkig.


   


 


Aan het eind van de dag gaan we bij Manakau van de snelweg af, op zoek naar de

kleine afgelegen campingplaats daar. De North Manakau Road op, dan over smalle

landweggetjes en 5 km later moet je een echt steile gravelhelling af en dan ben je

aangeland op een natuurcamping langs een riviertje, waar je je water uit kunt

halen, alleen een bush wc, groen, groen en groen, overal leuke plekjes, gevonden

dus! Ik vind het knap van onszelf, dat het iedere keer weer lukt. Tentje bouwen,

even het riviertje in en dan lekker in de avondzon een broodje met bramen eten.

Heerlijk. Helamaal naar ons zin. 


   


Er komen nog een aantal kampeerbusjes en auto's met tentjes binnen. Geeft niets,

plek genoeg en bijna allemaal gelijkgestemde mensen. Allemaal moeten ze een

beetje op de centjes letten, want ze zijn allemaal langdurig op reis. Sommigen

hebben eerst een paar maanden Azie gedaan en sluiten af met New Zealand,

anderen zijn vanuit Australie gekomen en nog onderweg, maar de meesten zijn

toch altijd wel overdonderd als wij op hun vraag of we op vakantie zijn, antwoorden

dat we met de zeilboot vanuit Nederland gekomen zijn en nu aan het rondtrekken

zijn. We zijn op de campings meestal een van de oudsten en dan nog in een klein

tentje, dat hadden ze nou niet direct achter ons gezocht. Succes verzekerd voor ons

dus. Overal worden de kooktoestelletjes te voorschijn gehaald en het ene tentje is

nog kleiner dan het andere. Maar het geeft een aparte sfeer. En als het donker

wordt, verdwijnt iedereen meteen in zijn tentje of in zijn auto en is de hele camping

in ruste.'s Nachts horen we steeds het geroep van een vogel, die we nog niet

eerder hebben gehoord. Zou dat nu een Kiwi zijn? Volgens de verhalen, zou hij zo

kunnen klinken. Daar moeten we nog achter zien te komen.


Maandag, 04 februari 2013, van Manakau via Foxton naar Taupo.


Voor vandaag en morgen is er slecht weer voorspeld, veel regen en harde wind. We

willen zo ver mogelijk naar het midden noorden zien te komen en dan daar voor de

komende 2 nachten een kamer nemen. Kamperen is leuk, maar je moet ook niet

overdrijven, er is geen lol aan als het zulk slecht weer gaat worden. We gaan direct

al aan de slag met de tent leeghalen, maar halverwege begint het al te spetteren,

dus moeten we in de hoogste versnelling om de spullen niet allemaal nat te laten

worden. Ik smijt alles in de auto en Roderick haalt in recordtijd de tent weg. In de

auto stoppen we nog snel een broodje achter onze kiezen en daar gaan we al weer.

Het regent wel steeds, maar merendeels is het nog goed te doen, alleen moet de

snelheid flink aangepast worden. Wederom volgen we de SH1 naar boven, als we

door het stadje Foxton rijden, zie ik ineens een echte Hollandse Molen staan, tijd

voor een pauzestop! Wij naar binnen.

 

   


Het is een echt Hollands winkeltje met speculaas, stroopwafels, drop, ontbijtkoek,

beschuit en veel Delfts Blauw. Natuurlijk slaan ook wij onze slag.


   


Het project is uiteraard opgezet door Nederlanders. De zoon van de eigenaar

vertelt ons in het Engels met wat stukjes gebroken Nederlands, hoe het tot stand

gekomen is. De molen is naar het bouwplan van de molen in Stiens gebouwd, de

molenstenen zijn uit Holland gekomen en betaald door de Nederlandse Ambassade,

de bedrijven in de omgeving hebben gesponsord met materiaal  en er zijn

"fundraisings" geweest, uiteindelijk hadden ze 2 miljoen bij elkaar gesprokkeld en

dit is het resultaat. Er wordt ook echt meel gemalen. Kneuterig Hollandse hoekjes

met vaasjes tulpjes, Delfts Blauwe asbakjes, bloemetjes kopjes. Lollig.


   


En verder gaan we weer, het blijft regenen, maar zolang het te doen is, willen we

zover mogelijk zien te komen. We blijven de State Highway 1 volgen, via Bulls naar

Waitouro, daar moeten we eerst kijken of de weg die we willen volgen open is.

Vanaf hier gaat de weg door de "dessert", woestijn dus, bij slecht weer wordt deze

afgesloten, verder is dit militair oefengebied, compleet met explosies en schieten,

dus of we maar op de weg willen blijven. Dat doen we dus. We komen aan bij

Turangi, ten zuiden van Lake Taupo, een gigantisch meer. We gaan nog verder naar

de stad Taupo aan de noordkant van het meer. Daar gaan we op zoek naar een

motel. We vinden er een redelijk dicht bij het stadscentrum, we wilden eerst een

cabin huren, maar dat is echt armoe, de motelkamers zien er daarentegen prima

uit, dus die nemen we voor 2 dagen. Een echt bed, hebben we sinds Nederland niet

meer gehad, wat een luxe. Roderick verveelt zich ook niet, lekker zappen!


   


Gelukkig dat we de kamer genomen hebben, de temperatuur 's nachts is gezakt

naar 5 graden. Niet echt lekker in een tentje.


Dinsdag, 05 februari 2013, Taupo


Mirella is vandaag jarig, uiteraard bellen we haar om 0.00 uur NZ tijd, 12 uur van te

voren dus, ze zendt ons later een mailtje, dat ze hierdoor nog veel langer jarig

voelde. Leuk toch. We gaan vandaag even naar het meer kijken, het is echt groot

en erg mooi, maar het is nog steeds koud, winderig en regenachtig, dus we houden

het gauw voor gezien. Ook hier weer prachtige banken, meestal worden die als In

Memoriam voor iemand door de familie of gemeenschap geschonken.


   


's Middags gaan we de stad in op zoek naar een campingtafeltje, dat missen we als

een gek, we lopen al steeds overal te kijken, maar zijn tot nu toe niet geslaagd. Er

is hier zoals vermeld, een drukke buiten leven cultuur, dus je kunt wel een tafeltje

kopen, maar dat is dan meteen een geheel uitklapbare picknick set voor 4

personen, inclusief de zitjes, of een teakhouten 8 persoons tafel. Je bent ook

stomverbaasd als je ziet wat de mensen allemaal meeslepen op een picknick.

We lopen ons een versuffing, maar nu hebben we er toch een te pakken, een klein

vierkant glazen tafeltje, dat vind ik heel prettig, want meestal koken we erop en

omdat het wat zwaarder is, lopen we niet het risico op omwaaien.

Daarna gaan we lekker naar de bioscoop, de film Jack Reacher kijken met Tom

Cruise. De grote blinde zijmuur van de bioscoop is leuk beschilderd, dat zie je hier

overal, beetje kunstzinnig, vaak ook grappig, in ieder geval leuker om tegen aan te

kijken, dan alleen maar muur. Aan het eind van de weg zie je de vulkaan, die het

begin vormt van het vulkaangebied rond Roturoa, daar zijn we al geweest, maar nu

willen we daar nog naar terug om nog de kratermeren te bezoeken.


   


06 februari 2013, van Taupo naar Wai-O-Tapu Thermo Wonderland, Roturoa, naar

lake Rerewhakaaitu.


Vandaag gaan we kratermeren bezoeken, toen we hier de eerste keer waren kreeg

ik een rolberoerte van alle toegangsprijzen voor alle natuurwonderen, nu hebben

we intussen een heleboel gezien en de folders vergeleken en vervolgens de beste

uitgezocht denken we. Wai-O-Tapu Thermo Wonderland gaat het worden. We

arriveren er al na twee uur rijden, grappig dat je in New Zealand ook zomaar de

weg weet. Nou er is niets teveel beloofd, het is SCHITTEREND.


   


 


Het is een 3,5 km lange wandeling langs alle kraters en poelen met uitleg op de

borden, we zien het huis van de Duivel, de Donderkrater, de Inktpot van de Duivel

en nog veel meer. Het dampt en ronkt en borrelt en stinkt en is kokend heet. De

Donderkrater is in 1968 in elkaar geklapt, dat bewijst hoe instabiel de grond hier is.


  


Dan komen we bij het spectaculaire gedeelte, de Champagne poole. Allerhande

kleuren, veroorzaakt door de verschillende mineralen, ook de hoeveelheid aanvoer

van regenwater en de weersgesteldheid hebben invloed op het verschijnsel.

De kleurenvariatie in het gesteente wordt veroorzaakt door de aanwezige

mineralen. Zwavel- geel/roze, colloidum zwavel- groen, silica-wit, antimonium-

oranje, mangaanoxide-paars, zwavel en carbon- zwart, arsenicum-groen,

ijzeroxide-rood/bruin. Men wordt verzocht niet te roken, vanwege het

brandgevaar.


   


De grote Champagnepoel heeft een witte afzetting, langs de kanten knaloranje,

midden in kleine poelen gifgroen, geel en blauw, een deel geeft bubbeltjes, vandaar

de naam. De poel heeft een diameter van 60 meter en een diepte van 60 meter. De

poel is gevormd door een hydrothermale eruptie 900 jaar geleden en bevat onder

meer de mineralen goud, zilver, kwikzilver, arsenicum en thallium. De temperatuur

is 74 graden en kooldioxide veroorzaakt de bubbeltjes.

Het ziet er fantastisch uit. Je kunt er helemaal omheen lopen en iedere keer zie je

weer iets anders.


   




Er is een route uitgezet, die we natuurlijk helemaal volgen, dit stuk gaat dwars door

het bos. Hier groeien er grote uitwasssen aan de bomen, het zijn geen parasieten,

maar de eigen boom. Heel typisch.




En overal doorkijkjes op weer andere poelen, sommige ter grootte van een meer.

Het is fascinerend.


 



Steeds weer zie je iets verbazingwekkends, hetzij door de kleur, door de vorm,

door het residue. Het is echt een prachtige tocht.


   


 


 


 


 


Op de terugweg komen we weer langs de Champagnepoel. De zon is wat feller

geworden en het water dampt enorm. Het geeft een heel aparte sfeer. zMagisch!


   


 


 


Vervolgens lang de Krater van de Hel, de bodem bestaat uit heftig kokende

modder, in het recente verleden kende de krater erupties tot een hoogte van 20

meter.


   


En dan nog het snoepje van de week: een prachtig groene poel, Devils Bath.

Wat een schoonheid.


   


Dan door het bos terug naar het begin, iedereen biedt ons aan foto's van ons twee

te maken, daar maken we vandaag graag gebruik van. Mooie plekjes genoeg.




Bij het visitors centre lopen we nog even rond te neuzen. Roderick vindt Kiwi's, als

je deze in hun buik knijpt, geeft hij een echt Kiwi geluid. Hij knijpen dus en ik

meteen roepen: Jaa, dat is hem, die hebben we gehoord. Nog eens proberen, komt

de verkoopster naar ons toe: Heeft U hem echt gehoord, ik woon hier al 60 jaar en

heb hem nog nooit gehoord. Waar dan? Nou Mevrouw, iets ten oosten van de North

Manakau Road. Ja wat dit betreft heb ik een geheugen als een olifant. Mevrouw

perplex en wij trots. Nee geen Kiwi gekocht, het is een beetje een stom beest.


   


We hebben het spuiten van de geiser gemist, dat is 's ochtends om 10.15 uur, maar

we hebben een stempel op ons entreebewijs, als we willen, kunnen we die morgen

nog bezichtigen. Daar heb ik wel oren naar. De plannen worden dus veranderd, we

rijden vanmiddag naar Roturoa, om een afscheidsdiner bij dat lekkere Chinees

Restaurant te gaan eten, dan gaan we daarna terug naar Lake Rerewhakaaitu,

zetten daar de tent op voor vannacht, morgen ochtend de boel weer afbreken, naar

de geiser en dan door. Voor vertrek eerst nog even pauze, ik ben zo vol van alle

indrukken. En kijk ook hier bramen, een betere manier om tot rust te komen, kan ik

me niet bedenken. Binnen een half uur heb ik een popcornemmer vol. Mjammie.


   


Het plan liep niet helemaal gesmeerd. Het is Waitangi Day en het is overal beredruk.

We gaan eerst een uurtje aan het meer van Roturoa zitten, de

restaurants zijn hier van 14.00 tot 17.00 uur gesloten. Er is een hoop te zien, de

watervliegtuigjes maken rondjes, de helicopter stijgt op en komt na een kwartiertje

weer landen, hele familie's op waterfietsen. Als we bij de Chinees aankomen

hebben we pech, een cruiseschip heeft de hele tent afgehuurd. Nou dan halen we

lekker beleg en broodjes en gaan de camping opzoeken.


Donderdag, 07 februari 2013, Lady Knox Geyser in Wai-O-Tapu, Kati Kati en

Wentworth Valley.


Opstaan, koffiezetten, spullen uit de tent in de auto sjouwen, broodje maken, tent

afbreken, laatste spullen in de achterbak proppen, broodje wegslikken en

vertrekken. Op naar de Lady Knox Geyser. De parkeerplaats loopt al aardig vol, via

een bosweg kom je bij de open plek, waar de geyser is. Er omheen zijn bankjes

geplaatst. We gaan het eens mooi bekijken.


  


Een ranger komt uitleg geven. De bossen in deze buurt zijn vroeger aangeplant

door de gevangenen. Veel gevangenen werden ook aangevoerd met boten vanuit

Groot Brittannie, het Moederland. De gevangenen in die tijd hadden natuurlijk niets,

maar al snel hadden ze de warme bronnen ontdekt. Toen ze deze ook gingen

gebruiken om hun kleren te wassen, kregen ze de schrik van hun leven. Door de

zeep wordt de oppervlakte spanning afgebroken en heeft het warme water van

beneden de kans om door de koude bovenlaag heen te breken. Een geyser is dan

het resultaat. Van die ervaring wordt nu ook gebruik gemaakt, ze gooien gewoon

een zakje waspoeder ( nu dan wel verantwoord en biologisch afbreekbaar) in de

bron en dit wordt dan het resultaat. Eerst komt er een sopje en dan wordt het

menens. Super toch!


   


 


Daarna gaan we direct door, we moeten wel een beetje doorhalen af en toe, anders

zitten we hier over 3 maanden nog en we willen ook nog met het schip naar de

eilanden, daarbij moeten we ook voor iedere dag op de werf betalen en dat loopt

alles bij elkaar flink op. We gaan nu richting Coromandel, een schiereiland aan de

Oostkant. We hebben er veel goeds over gehoord en gelezen, dus tijd voor een

bezoek. We maken nu per dag steeds zo'n 200 km, het Noordereiland is groot, dus

je moet echt wel een beetje afstanden maken. Ook nu weer wegen door een

schitterend mooi natuurgebied, het verveelt echt niet.


   


Halverwege maken we een stop in Kati Kati, ook weer een kunstenaarsdorpje.

De zijmuren van de huizen en winkels zijn beschilderd, er zijn weer overal

kunstvoorwerpen. Deze man op het bankje zou je toch voor echt verslijten.

Daarnaast een soort Wall of Fame, een muur met daarop alle beroemde inwoners

van Kati Kati afgebeeld.


  


Er zijn mooie tegeltableaux, het winkelcentrum is opgeleukt met Marilyn Monroe en

manden met  bloeiende hangplanten.


   


Deze schildering had Roderick zijn voorkeur, een complete garagewerkplaats met

oude auto, gereedschap en zelfs de schuifdeur naar het kantoorje ernaast ontbrak

niet.


  


En ook de hele geschiedenis van de Kiwi plantages wordt uit de doeken gedaan. Het

is zo groot, dat het niet te fotograferen is. De mensen die er voor staan te kijken,

zijn ook allemaal geschilderd, op Roderick na natuurlijk. Er wordt heel veel

informatie bij gegeven. Dit vind ik nou leuke kunst. Daar kun je wat mee.


   

 

En verder gaan we weer, onze overnachting wordt op een camping in Wentworth

Valley. Ook weer een natuurcamping, maar een iets luxere, met een kookplaats en

zelfs warme douches. Wederom gelegen in een afgelegen natuurgebied, we moeten

zelfs nog door een riviertje heen rijden om er te komen.


  


 


We zoeken weer een mooi plekje uit en dan willen we vroeg eten en vroeg naar

bed, heet wordt weer een koude nacht. Daarbij vroeg in de avond komen de

muggen en dat zijn er hier heel wat, over Sandflies niet gesproken, die zijn er altijd

en overal. Gemene kleine zwarte vliegjes, die zich een weg door je huid knagen en

er bijna in verdwijnen. Dat doet echt zeer, het blijft 2 weken gigantisch jeuken,

meestal gaat de beet ontsteken en in de nacht krab je je tot bloedens toe open.

Echt rotbeestjes, merendeels dragen we kniebroeken en T-shirts, op onze

onderbenen hebben we zeker 50 lelijke plekken. In de namiddag gaan we uiteraard

over naar lange broeken en repellant. Maar je kunt je niet iedere dag vol gif spuiten.

Wat eten we? Nou ik zal het meteen maar zelf zeggen: appelkomkommers, ja

inderdaad, een kruising tussen een appel en een komkommer.


   


Er is voor het hele gebied een Total Fire Ban, open vuur verboden in verband met de

extreme droogte. En kijk Roderick eens genieten!


  


's Nachts is er volop dierenleven, het hele bos roept, klaagt, piept, vecht, we horen

ook telkens de Pukeko's roepen. Het aantal insecten wat om onze tent giert is

enorm, zo erg hebben we nog niet meegemaakt. We blijven mooi binnen tot het

daglicht is.


Vrijdag, 08 februari 2013, van Wentworth Valley naar Port Jackson, Coromandel.


We wilden hier eigenlijk een dag overblijven, maar we hebben meer zin in de

volgende camping, die ligt in het uiterste noordpuntje van de Coromandel, direct

aan zee. Dus ons boeltje weer gepakt en weer op weg voor een prachtige tocht.

Een koffiestop in de buurt van Withianga, fantastisch plekje toch?


   


Natuurlijk moet ik ook nog even schelpen zoeken. Het is verbazend dat er bij ieder

meer en baai verschillende soorten schelpen liggen. Hier zijn het heel stevige

schelpen met voornamelijk veel blauw erin. Eigenlijk is het toch wel logisch, die

beesten leven ook in kolonie's.


   


Weer bergop bergaf, het is hier weer hartstikke groen, in tegenstelling tot het

zuiden, veel varenbomen en vanaf de toppen van de bergen weer schitterende

vergezichten. Ditmaal op de Pacific Ocean, dit is nog aan de Oostkant van het

schiereiland.


   


 


Dan steken we het schiereiland dwars over naar de westkant, Bay of Thames, in

het stadje Coromandel maken we nog een stop, even rondkijken en wat laatste

verse waar inslaan, we hebben natuurlijk geen koelkast, alleen een koelbox met

ijsblokjes en het is heet buiten. De volgende kampplaats heeft een barbecue op gas

en die mag wel gebruikt worden, dus dit keer komen we aan met pork loin chops,

marinated lamb en soy and honey chicken. Hierna rijden we door naar Colville, het

laatste plaatsje (10 huizen en een General Store) voordat de 30 km lange

gravelweg over steile berghellingen gaat beginnen.


   


Het wordt absoluut de mooiste en de engste rit. Dik gravel, waarop je makkelijk

slipt, een rijbaan voor 1 auto, met hier en daar een stukje passeerhaven net boven

de afgrond, steil, bochten met een aanbevolen snelheid van 25 km, uiteraard geen

wegmarkering, geen strepen, geen paaltjes en zeker geen hekjes. Wel een

bolvormige weg, direct langs de steile rots met 150 m beneden je de oceaan, de

zijkanten zijn afgekalfd en hebben af en toe metersgrote gaten. Heel wat keren heb

ik mijn adem ingehouden. Zeker als we langs een tegenligger moesten met een

brede aanhanger met een motorboot erop, die kom je overal in de bergen tegen.

Maar ook de allermooiste weg, prachtige vergezichten op de oceaan, de weg is

omzoomd met heel oude Christmastree bomen, aan de bergkant kijk je in groene

valleien met glanzende koeien, Nordic Pines, wat schoonheid betreft onbetwist no 1.



  


 


hier wil je niet zo graag uitwijken...



Je ziet het niet door de planten, maar het gaat bijna recht naar beneden.



Soms is de helling van de weg zo steil, dat je naar het luchtledige klimt en dan

bovenop richting oceaan moet draaien. Slik.. Maar we zijn er bijna, dit wordt weer

een "comfortabel" stuk.


 

Het hekje is voor de koeien, maar geeft mooi aan hoe schuin het hier loopt.


   


Hier beneden in de baai ligt de camping, Port Jackson, direct aan zee.


   


We zijn er, tentje bouwen, uitrusten, barbecuen, het lijkt wel vakantie.


   


Zaterdag, 09 februari 2013, Port Jackson, Noord Coromandel.


Bij het wakker worden is dit het uitzicht, heerlijk toch. En eindelijk bijna geen

vliegjes meer. Op iedere camping aan zee is er altijd een visschoonmaakplaats,

daar ga ik altijd graag kijken, beetje babbelen met de mannen, de kunst afkijken

van het schoonmaken. Dit keer hebben ze prachtige Red Snappers gevangen. Een

zelfs van 18 Pond.


   


 


De dag vandaag bestaat uit boekje lezen, even zwemmen (koud), wat langs het

strand wandelen en nogmaals barbecuen. Niet verkeerd.


Zondag, 10 februari, 2013, van Port Jackson naar Muriwai Beach.


Helaas we moeten verder, we hebben nog een punt op ons lijstje staan, een bezoek

aan de Jan van Genten kolonie in Muriwai Beach, ongeveer 40 km Noordwest van

Auckland. Het is een flinke rit, zo'n 230 km, maar eerst moeten we die 30 km terug

over de gravelweg, dat kost veel tijd. Als die weg eenmaal achter de rug is, is

Roderick wel toe aan een pauze. Dus in Coromandel gaan we bij de bakery een

pasteitje eten, die vind je hier overal in alle smaken en soorten. Lekker als warme

lunch. Even de benen losmaken en dan gaan we weer verder. Mijn lief met zijn

nieuwe Kiwi T shirt. Mooi he?


   


We volgen nu verder de State Highway, dat is toch wat makkelijker rijden. En ja

verplichte stop om te tanken, dat doen we nog al eens. De benzine krijg je hier ook

niet voor niets, de prijs varieert van 2,17 tot 2,43 NZD per liter.


   


We rijden langs de westkust van het Coromandel schiereiland tot voorbij Thames,

dan zuidelijk onder de Bay of Thames door, dan richting Auckland, vervolgens dwars

door Auckland heen richting westkust van het Noordereiland. Onderweg passeren

we Manekau, hee, hier hebben we zo lekker Indisch gegeten en is ook die Chinese

winkel. Zullen we van de weg af gaan? Zo gezegd, zo gedaan. En ik moet van mezelf

zeggen, dat ik heel goed op let onderweg, dus een half uurtje later, staan we al bij

de kassa van de Chinees, met die overheerlijke blikjes cocosdrank, die we nooit

ergens anders hebben kunnen vinden. Daarna gaan we voor de Indische lunch,

mjammie wat is dat toch lekker, ik ga voor Lamb Madras en Roderick voor Beef

Vindaloo. Zo wij kunnen er weer tegen, terug naar de snelweg, het is hartstikke

druk op deze weg, daar moeten we weer even aan wennen, bij Helensville, voorbij

Auckland, gaan we de weg af richting kust. Waar is die camping nou? Motorcamp,

zou dat het zijn? Inderdaad, een mooie camping, we zoeken een plekje in de

schaduw van de oude bomen, picknicktafel er naast, de buurhond komt enthousiast

begroeten. Dat hebben we nog niet eerder gehad, er zijn bijna nergens loslopende

honden. Zij springt direct de auto in, het is een leuke hond, we hebben er geen

problemen mee. Tentje bouwen enz. Dan gaan we direct naar het strand, het is

16.00 uur, precies de lekkere temperatuur om naar de klif met de Gentenkolonie te

wandelen. Het is maar een half uurtje lopen. Het is zwart lava zand.


     

 

Roderick gaat eerst nog op onderzoek uit in een grot.


 


Dan klimmen we het pad naar boven op en daar zijn ze, duizenden en duizenden

Jan van Genten. 


  

 


   



 

 

We hebben heel lang staan kijken naar het gekrioel, gevrij, de jonkies, de pubers

die proberen te vliegen, de volwassen vogels die voorbij scheren, het is prachtig om

te zien, maar stinken dat ze doen! Gelukkig waait er wind van zee. Dan gaan we

weer terug naar de camping. 's Avonds worden we door de buurman met het

hondje op een glaasje wijn genodigd, gezellig.


Maandag, 11 februari 2013, van Muriwai Beach naar Whangarei.


Vandaag gaan we op huis (de boot) aan. We willen eerst de watermaker in

Auckland ophalen, maar die ligt nog steeds in 50 delen op de werkbank te wachten

tot de onderdelen uit Europa gearriveerd zijn, dus gaan we rechtstreeks. Morgen

loopt ons visum af, we hebben al een verlenging aangevraagd en willen niet zonder

de juiste papieren hier rondreizen. In principe liggen ze bij de werf voor ons klaar.

De camping is ons erg goed bevallen, misschien dat we er later nogmaals heen

gaan, als we weer naar Auckland gaan. We rijden bijna in een ruk door naar

Whangarei, als we daar aankomen krijgen we de kous op ons kop, de verlenging

van ons visum is geweigerd. We bellen direct naar de immigratiedienst in Auckland,

de dame die ons geval behandeld staat op haar strepen en is duidelijk niet in een

goed humeur. Nu wij ook niet meer, want dit geeft een ongelooflijke hoeveelheid

moeilijkheden. We gaan er mee aan de slag. Volgende keer meer.


Hoe werkt dat nou met een visum. Als je met je eigen schip in een nieuw land of op

een ander eiland aankomt, ben je verplicht als eerste binnen te komen in een Port

of Entry, dat is een haven, waar de douane en immigratiedienst gevestigd zijn, hier

dien je je onmiddellijk te melden bij deze instantie's, de ene keer kun je gewoon

aanleggen in een marina en van daaruit worden alle papieren geregeld, een andere

keer moet je je een versuffing lopen door de hele stad om overal langs te gaan,

want ook de Healthofficer en de Port Captain verwachten een bezoekje. Soms ook

komt er een hele delegatie in een keer het schip bezoeken, dat is vooral in de

havens en op de ankerplaatsen van de Pacific en hier in NZ het geval. De

Healthofficer (gezondheidsofficier) geeft de Clearance af, voor die tijd mag je

absoluut je schip niet verlaten. Voorwaarden voor een langdurig verblijf zijn per

gebied verschillend. In principe krijgen we gewoon een toeristenvisum. De

maximale tijd is per land verschillend, voor NZ geldt een periode van maximaal een

jaar in 18 maanden, daarna mag je pas weer terugkomen als er dan weer een jaar

verstreken is of zo. Voor aankomst moet je een Advanced Notice of Arrival geven,

die moeten ze absoluut 48 uur van te voren binnenhebben. Dus die zend je al in bij

vertrek uit de laatste haven, het zijn namelijk uitgebreide formulieren, dan hoef je

op het laatste moment alleen nog maar een wijziging van de aankomsttijd door te

geven, maar dat kan dan eventueel per radio. Hier zijn ze heel strict in. Bij

aankomst moet je je dan melden bij het Q (quarantaine) Dock, verplicht aan boord

blijven, niemand mag verder het schip ook betreden, dus ook niet de buurboot, die

ook op de officials ligt te wachten en even wat komt vragen. Dan komen alle

officials aan boord, er moeten tig formulieren ingevuld worden, alle

scheepspapieren, douane papieren, eigendomsbewijzen, paspoorten,

verzekeringspapieren, in- en uitklaringsbewijzen moeten overlegd worden. De

Healthofficer doet een ronde door het schip, controleert de voorraden, kijkt of er

geen ongedierte is, stelt vragen wanneer het onderwaterschip voor het laatst

behandeld is, vraagt naar ziektes, ratten enzovoort, neemt vervolgens een aantal

levensmiddelen in beslag, waarvan zij vinden dat die niet binnengebracht mogen

worden, in ons geval blikken ham, blikken gekookte kip, droge bruine bonen, eieren,

spek en alles wat groente en fruit is, dat wordt in een verzegelde zak in een

gesloten container afgevoerd. Ze wilden zelfs de banden van onze vouwfietsjes

controleren en de zolen van onze wandelschoenen. Het gaat echt ver. Als dat alles

gebeurt is en in orde bevonden krijg je een Clearance, de douane en

immigratiemensen geven de stempels in het paspoort en vervolgens ben je vrij om

te gaan en staan waar je wil. Nou mag je wel een jaar blijven, maar het visum is

maar 3 maanden geldig, dus moet je tijdig verlenging aanvragen. Meestal ga je dan

weer naar de immigratie en de douane kantoren, vul je opnieuw alles in en krijg je

een verlenging. In Panama moesten we ons continue melden en daar was geen

ambtenaar het eens over het stempel van het visum door een andere ambtenaar

gezet, wij hadden alleen een stempel, de ander eiste een stempel met een zegeltje,

weer een ander had weer iets bedacht. Maar volgens ons was dat alleen om de kas

te spekken, want je moet natuurlijk iedere keer weer betalen en de regels waren

voor iedere cruiser weer anders. Maar okay dat was in Panama. Hier is alles echt

keurig geregeld. Wij gaan dus verlenging aanvragen, dat kan alleen nog maar via

Internet en dat heb ik al in het hoofdstuk Whangarei, helemaal beschreven. Maar

nog even kort: 21 pagina's vol vragen, waarvan sommige echt moeilijk, van alles

willen ze weten, dan moet je een machtiging afgeven voor 165 NZD, je moet

bewijzen, dat je voldoet aan de gestelde onderhoudseisen, kopie van paspoort,

eigendomspapieren van het schip, afschrift bankpapieren. We hebben alles keurig

half januari al ingezonden, telefoonnummers en emailadres ingevuld, waarop ze ons

konden bereiken voor vragen en toen zijn we op vakantie gegaan. Iedere keer onze

email gechecked, geen bericht is goed bericht, op tijd weer terug bij de

Norsandwerf, wat op dit moment ons adres is en daar lagen de papieren. NIET

GOEDGEKEURD! Wat zullen we nou hebben? Direct dus bellen met de

immigratiedienst in Auckland. Een mevrouw is degene die onze aanvraag in

behandeling heeft, zij is verre van vriendelijk. Dat zijn we hier eigenlijk beter

gewend, iedere official behandelt ons zeer voorkomend. Roderick probeert uit te

leggen hoe of wat en vraagt waarom. Zij kan onze bankpapieren niet lezen, want

die zijn in het Nederlands, dus die zijn afgekeurd. Roderick zegt, dat hij ze zo kan

vertalen en zegt dat Debit debit is en Credit credit. Dus hoe moeilijk kan het zijn, de

bedragen staan natuurlijk in Euro's en het saldo staat vermeld. Nee dat is niet

goed, Nou mevrouw dan vertaal ik ze toch voor U; Nee, Mijnheer, dat mag U niet,

dat moet een officieel geauthoriseerd vertaalbureau doen. Waar vinden we dat zo

snel? Nou hier in Auckland. (Daar zijn we vanochtend vandaan gekomen, 160 km

verderop). En ik wil het morgen op mijn bureau hebben. Ja maar mevrouw...

Mijnheer IK ben de IMMIGRATIE OFFICIER! Maar we hebben ook nog een afschrift

van onze creditcard bijgevoegd, waarop U kunt zien, dat we al voor duizenden

dollars hier in NZ uitgegeven hebben, met daarop de namen van allemaal NZ

bedrijven, Opua Marina, Marina Whangarei, Norsand Boatyard, Riverside Marina,

Ross Harold Sails, dan ziet u toch dat we credietwaardig zijn. Meneer, dat is in het

Nederlands, dat moet u laten vertalen door een geauthoriseerd vertaalbureau. En

de kopie van uw paspoort wordt ook niet geaccepteerd, die is ook niet

geauthoriseerd. Heee???? Dat hebben we nog nooit hoeven doen, dat staat nergens

en hoe moet dat dan. Dat Mijnheer kan bij een geauthoriseerd vertaalbureau. Nou

daar zakt je broek toch van af. Hier komen we dus niet verder mee en morgen

loopt ons visum officieel af en mevrouw wil morgen de spullen op haar bureau

hebben. Dus wij aan de slag. Op de werf weten ze niet wat ze horen, dit hebben ze

nog nooit meegemaakt.

Ik krijg een goed idee, er zit hier in de stad een Rabobank, als we daar nou eens

langs gaan en vragen of die een stempel geven op ons afschrift om dat te

autoriseren. Nou vergeet het maar. De Rabobankmevrouwmanager wil haar vingers

niet branden. Ik kan niet in uw rekening kijken, daar heb ik geen toestemming voor,

bel uw eigen bank maar. Tja die slaapt... Er is toch wel een 24 uurs nummer. Ja

mevrouw, een computer voor verlies en diefstal, als ik daar mijn rekeningnummer

in geef, worden direct al mijn kaarten geblokkeerd en dan hebben we nog een veel

groter probleem. Tja, maar ik heb echt geen toestemming....; Mevrouw die krijgt u

toch van ons, het is toch onze rekening. Nee, Policy van de bank... Mevrouw ik kan

mijn rekening via Internet openen in uw bijzijn... Nee, Policy van de bank en daarbij

is het dan in het Nederlands, dat kan ik niet lezen. Mevrouw u beheert toch

rekeningen, dan kun je toch zien, dat aan de ene kant geld inkomt en aan de andere

kant er geld uit gaat en dat er een saldo staat, ik kan ter verificatie 10 dollar aan

uw bank overmaken, dan kunt u zien, waar het vandaan komt en zien wat de

debetzijde is enz.  Nee, dat kan niet, want ik kan niet zien.... We praten over de

Rabobank he... Ik word steeds zenuwachtiger, want de tijd dringt. Als namelijk de

aanvraag op tijd binnen is, zijn we in pricipe niet zo erg in overtreding, anders

kunnen ze ons ook nog een boete geven. Daar heb ik helemaal geen zin in. Na

anderhalf uur voor joker alles geprobeerd te hebben ben ik in tranen, ik ben toch

verdorie geen crimineel! Mevrouw de manager besluit de immigratieofficier te

bellen, om te melden dat ze contact met Nederland op zal nemen en daar dan

morgen uitsluitsel over zal geven. Maar ook zij krijgt de kous op haar kop. De dame

reageert op het onbeschofte af, blaft de bankmanager af en als die dan opmerkt,

dat zij probeert ons te helpen en dat het raar is, dat zij op geen enkele manier mee

wil werken, krijgt ze alleen te horen: I AM THE IMMIGRATIONOFFICER!!! Nou dat

schiet dus niet op. We blazen het af, maar ze vind toch wel zielig, dat ik nu zo

nerveus ben, dus geeft ze een stempel op het papier, dat ze in ieder geval de naam

geverifieerd heeft. Slaat natuurlijk ook nergens op. Vervolgens rijden we naar het

politiebureau om daar een stempel te vragen op de kopie van het paspoort. De

dienstdoende officier begint te grinniken, kijkt nog eens naar ons en zet dus een

mooie stempel. We zijn het echt!  Roderick met alle papieren weer naar het

postkantoor gesjeesd, daar het hele boekwerk per express verstuurd met een

tracking code erop, zodat we kunnen zien waar ons pakketje is. De volgende dag

meteen gekeken of het pakje al bezorgd is, maar ze kunnen de tracking code niet

vinden, nog eens geprobeerd, nog eens, nog eens. Kortom het hele systeem ligt

eruit. Soms zit het mee, soms tegen. Nu maar afwachten. Maar een ding is zeker,

we hebben een super gave autotour gemaakt en dat kan niemand ons meer

afnemen ennu willen we verder op onderzoek uit met de boot. Op dit punt wil ik het

hoofdstuk met de autotour afsluiten, we gaan door met Boottrip New Zealand.


Al deze plaatsen hebben we uitgebreid bewonderd tijdens onze autotour, het

Northland en de omgeving van Whangarei hebben we al eerder gedaan.


2013 Whangarei, Auckland, Ambury, Matemata,

Hobbiton, Roturoa, Lake Rerewhakaaitu, Wairoa,

Lake Tutira, Napier,Herbertsville, Ngawi,

Martinborough, Wellington, Lower Hutt, Manekau,

Foxton,Taupo, Wai-O-Tapu Thermal Wonderland,

Kati Kati, Wentworth Valley, Whitianga, Coromandel,

Port Jackson, Muriwai Beach, Whangarei.